CDA-senator Grol in principe akkoord met basisvorming; "Mijn fractie is niet uit op een rel'

DEN HAAG, 4 DEC. Als CDA-senator Grol-Overling wordt gevraagd naar een eventuele parallel tussen het plan-Simons voor een nieuw zorgverzekeringsstelsel en het plan van Wallage voor de basisvorming in het onderwijs, blijft het lang stil. “Ik vind het een vervelende vraag”, zegt ze ten slotte. “U wilt natuurlijk heel graag de overeenkomsten horen, maar er is nu iets anders aan de hand. Het plan-Simons was nauwelijks voorbereid. De wet op de basisvorming is juist veel te erg voorbereid. Staatssecretaris Wallage laat al allerlei circulaires over bijvoorbeeld fusies van scholen uitgaan, terwijl de wet nog aangenomen moet worden. Typisch een beetje Wallage.”

Even eerder in het gesprek heeft Grol, woordvoerster van het CDA in de Eerste Kamer voor de basisvorming, nog een veel belangrijker verschil in het debat over de plannen van de twee PvdA-staatssecretarissen aangegeven. Terwijl bij het plan-Simons absoluut niet duidelijk was of dit de steun van het CDA zou krijgen, kan Wallage straks op meer zekerheid rekenen. CDA-fractievoorzitter Kaland mag dan enkele weken geleden hebben gezegd de basisvorming een kabinetscrisis waard te vinden, Grol zegt nu: “Ik ben niet uit op een rel. Mijn fractie wil dat avontuur van de basisvorming best aangaan, maar dan moeten onze ernstigste punten van zorg worden weggenomen.”

Bij het plenaire debat in de Eerste Kamer begin volgend jaar wil Grol klip en klaar van Wallage horen dat hij geen middenschool gaat invoeren. Dit PvdA-paradepaard uit de jaren zeventig heeft het CDA in de Eerste Kamer altijd te vuur en te zwaard bestreden. Grol is er, net zoals de VVD, niet gerust op dat alle “nivellering en gelijkschakeling” na twintig jaar heftige discussie uit het huidige wetsvoorstel is verdwenen.

De ongeveer driehonderd kleine zelfstandige LBO- of MAVO-scholen (tussen de 120 en 240 leerlingen) die veelal op het platteland staan, kunnen zich straks ontpoppen als middenschool, vreest Grol. In het voorstel van Wallage mogen deze alleen blijven voortbestaan als dependance van een brede scholengemeenschap van LBO, MAVO, HAVO en VWO die meestal in een naburige stad staat. Op de nevenvestiging in het dorp wordt dan alleen de basisvorming gegeven. Als die is afgerond kunnen de leerlingen naar de scholengemeenschap in de stad gaan om zich voor te bereiden op het diploma van een van de schooltypen.

Grol is bang dat door dit voorstel de nevenvestiging het oude karakter van de school als LBO-school zal verliezen doordat alle technische apparatuur naar de hoofdvestiging in de grote stad verhuist. Daarmee verdwijnt de mogelijkheid om in de zeven uren per week ("vrije ruimte') die alle schooltypen in de basisvorming aan hun eigen traditionele vakken mogen besteden - het gymnasium aan de klassieke talen, het LBO aan beroepsvoorbereiding - praktisch ingestelde leerlingen van twaalf en dertien jaar al aan de draaibank te zetten.

Grol: “Gymnasiumkinderen komen straks heus wel boven drijven, maar de LBO-kinderen moeten niet slechter af raken. Die doeners hebben we hard nodig. We moeten toch niet gedwongen worden loodgieters uit het buitenland te importeren? De zeven uur vrije ruimte zijn een Godsgeschenk.”

De CDA-fractie heeft ook grote zorgen dat de basisvorming in strijd komt met de vrijheid van onderwijs. Tijdens het debat in de Tweede Kamer over het voorstel dwong CDA-woordvoerder Hermes staatssecretaris Wallage al tot versoepelingen, maar die gaan CDA-senator Grol niet ver genoeg. In de lesvoorschriften zit nog teveel overheidsbemoeienis, vindt ze. “In Turkije moeten ze om 9.10 uur op bladzijde zoveel van boek zus of zo zijn. Daar begint het bij ons ook griezelig op te lijken.”

In het geval van het plan-Simons krijgt de Eerste Kamer nog alle kans om over de nadere invulling mee te praten door middel van de algemene maatregelen van bestuur (AMvB) en een zware voorhangprocedure. Grol staat hier ambivalent tegenover. Enerzijds wil ze deze inspraak ook bij de basisvorming gebruiken om Wallage tegen te houden als hij teveel op de middenschool afstevent. Anderzijds vindt ze het eigenlijk niet bij de rol van de Eerste Kamer passen om zo nauw bij de uitvoering van een wet betrokken te worden. “Dat soort rechten hoef ik niet. Ik wil niet betrokken worden bij voorhangprocedures van AmvB's. Dat is mij te gedetailleerd. De Tweede Kamer heeft het primaat.”