Amerika neemt Israel nu weer in bescherming

WASHINGTON, 4 DEC. Israel staat vandaag in de Verenigde Staten aan de publieke schandpaal, nu het vredesoverleg in Washington begint zonder een officiële delegatie uit Jeruzalem. Alle andere deelnemers, Jordaniërs, Palestijnen, Syriërs en Libanezen, zijn inmiddels aangekomen.

Uit Israel arriveerde slechts een groep, onder leiding van onderminister Benjamin Netanyahu, die de publieke schade van de afwezigheid moet beperken. Netanyahu zegt dat hij hoopt dat de Arabische delegaties buiten de onderhandelingsruimte contact met hem willen opnemen tot het officiële team maandag arriveert. De Palestijnen en de Jordaniërs hebben al aangekondigd dat ze dan misschien weg zijn wegens de vierde verjaardag van het begin van de intifadah.

Om overbodige kwetsuren te voorkomen speelt de Amerikaanse regering slechts een rol op de achtergrond. Israel wordt nu zelfs in bescherming genomen. Camera's mogen vandaag de lege Israelische stoelen niet opnemen. “Dat zou beneden de gordel zijn”, aldus een woordvoerster van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken.

Washington heeft Israel zonder raadpleging vooraf uitgenodigd voor deze voortzetting van het in Madrid begonnen overleg maar wil de joodse staat niet door openbare diplomatie verder in de hoek drijven. Het is de enige manier waarop de onwillige premier Shamir nog aan de onderhandelingstafel kan worden gelokt.

Amerika komt nog verder aan Israel tegemoet door niet alle PLO-adviseurs voor de Palestijnse delegatie toe te laten. Bij de Verenigde Naties in New York oefent de Amerikaanse regering diplomatieke druk uit om de zionisme-is-racisme-resolutie voor 17 december te laten intrekken. Amerika en de Sovjet-Unie zullen samen op 28 en 29 januari een regionale conferentie over het Midden-Oosten sponsoren over kwesties als waterrechten, wapenbeheersing, economische ontwikkeling, milieu en vluchtelingen. Er hebben al 35 landen toegezegd om mee te doen. Syrië heeft geweigerd. De conferentie was een oude wens van Israel.

Het nieuws over de vredesconferentie wordt meegedeeld door de formele en bondige woordvoerster van het ministerie van buitenlandse zaken, Margaret Tutwiler. Ministers en onderministers doen geen publieke uitspraken. Pas gisteren werd de plaats van de besprekingen bekend: binnen eenzelfde gebouw van het State Department worden drie zalen met aparte ingangen gebruikt als tussenweg tussen de Israelische wens tot splitsing en het Syrische verlangen tot samenvoeging van de onderhandelingen. De delegaties houden zich in hun verschillende hotels in de binnenstad van Washington beschikbaar voor de pers.

Het komt goed uit dat de Amerikaanse media maar weinig aandacht besteden aan de conferentie. De recessie en de afkalvende populariteit van Bush hebben de volle aandacht. Goede of slechte resultaten van de vredesconferentie zullen daar weinig aan veranderen. De kiezers willen dat de president zijn rol als leider van de Nieuwe Wereldorde even verlaat en zich met binnenlandse problemen bezighoudt. Het Congres is met reces. De Congresleden peilen in hun districten de kiezers. Minister van buitenlandse zaken James Baker heeft dus ook geen lastige toeschouwers met onwelkom commentaar in Washington.

Bovendien blijkt uit een half november gehouden peiling dat de Amerikaanse shocktherapie tegen Israel bijval geniet onder vooraanstaande joodse leiders. Baker, een politicus die sterk rekening houdt met binnenlandse publieke opinie, moet het allang hebben geroken. De 205 ondervraagden maken deel uit van de groep van 339 leiders van filantropische joodse federaties en hebben hoge inkomens. De meesten geven zo'n 20.000 dollar per jaar aan Israel. Er was onder hen algemene steun voor actieve Amerikaanse betrokkenheid in het vredesproces om beide zijden tot grotere flexibiliteit aan te zetten. Een kleine meerderheid keurt het huidige beleid van Bush goed. De meesten prefereren de Israelische socialistische oppositie boven Shamirs Likud. Ze (85 procent) zijn het dan ook oneens met Shamirs weigering om land op te geven voor vrede. Bijna allen (97 procent) willen beperkte autonomie voor Palestijnen en meer dan driekwart is bereid een gedemilitariseerde Palestijnse staat te aanvaarden. Tweederde vindt dat Israel met een vreedzame PLO moet onderhandelen en dat een overeenkomst mogelijk is, al is de PLO niet betrouwbaar.

Dergelijke uitspraken doen de joodse leiders zelden publiekelijk omdat zij Israel niet in het openbaar willen kritiseren. Toen Shamir anderhalve week geleden in Washington met deze peilingsresultaten werd geconfronteerd, geloofde hij ze niet. “Zolang Shamir hun geld ontvangt, is hun kritiek voor hem geen probleem”, zegt de joodse hoogleraar aan George Mason University, Seymour Martin Lipset, een socioloog die aan deze peiling meewerkte. Hij vindt het ook spijtig dat Amerikaanse joodse leiders zo weinig publiekelijk blijk geven van hun verdeeldheid en onenigheid met Israel. Het zou volgens hem het imago van de pro-Israelische lobby alleen maar ten goede komen. Hij hoopt hen door het publiceren van dit soort onderzoeken te provoceren. Nu wordt het beeld van de lobby gedomineerd door de American Israel Public Affairs Committee, die de mening van de Israelische regering weergeeft.

De Amerikaanse joden, zes miljoen in totaal, hebben over het algemeen een wat meer havikachtige visie op Israel dan hun leiders en dat komt volgens Lipset door onwetendheid. De meesten onder hen reizen niet een keer per jaar naar Israel, zoals hun leiders. Eenderde van de joden is duif, een derde havik, een derde voor onderhandelingen onder voorwaarden.

Bij bijna alle presidentsverkiezingen gaat 70 procent van de joodse stem naar de Democraten en 30 procent naar de Republikeinen. President Reagan kreeg in 1980 méér maar in 1984 weer minder, omdat de Democratische kandidaat Mondale toen grote populariteit genoot. Voor een Republikeinse president beperkt niet zozeer de joodse stem als wel het door Democraten gedomineerde Congres altijd zijn beleid ten opzichte van Israel.

Zo wordt verwacht dat Israel in januari toch zijn Amerikaanse kredietgarantie van 10 miljard dollar voor de opvang van de Sovjet-immigratie zal krijgen. President Bush had een besluit daarover vier maanden uitgesteld, toen Israel niet wilde meewerken aan de vredesconferentie. Verlenging van het uitstel ligt politiek moeilijk, hoe Israel zich ook gedraagt. Het Amerikaanse Congres zal verlenging niet steunen en bovendien zou het ook averechts kunnen werken.

Voor joodse Amerikanen werd het dilemma al geformuleerd door Henry Kissinger, toen hij minister van buitenlandse zaken was. Op een gegeven dag had hij joodse intellectuelen uitgenodigd voor een gesprek. Norman Podhoretz merkte toen op dat Israel Kissingers joodse achtergrond nadelig vond. Kissinger zou dan gaan bewijzen dat hij zich ondanks zijn afkomst niets aan Israel gelegen zou willen laten liggen. Kissinger stelde hem gerust en zei dat hij zich wel degelijk om Israel bekommerde. Maar hij ging voort en zei dat Israel nog te weinig vooruitgang had geboekt. “Kijk eens waar 75 jaar zionisme toe heeft geleid: een klein geïsoleerd joods getto is omringd door een vijandige wereld.”

Foto: Palestijnse en Jordaanse gedelegeerden naar het vredesoverleg in Washington na hun aankomst op de luchthaven Dulles International. De Palestijnse woordvoerster Hanan Ashrawi zwaait naar belangstellenden. Naast haar de Palestijnse delegatieleider Hidar Abdel Shafi en zijn Jordaanse collega Abdul Salam Majali. (Foto AP)