"Ze willen niet op een school met tuig'

AMSTERDAM, 3 DEC. “Een brede scholengemeenschap is een groot goed - als je het overleeft”, zegt schoolleider E. Hölscher. Hij is plaatsvervangend directeur van het Amsterdamse Augustinus College voor lager technisch onderwijs, lager huishoud- en nijverheidsonderwijs, MAVO, HAVO en VWO. De HAVO-VWO-brugklas van zijn school telt twintig leerlingen, maar gezien het "voedingsgebied' van de school zou dat best het dubbele kunnen zijn.

Maar ze komen niet. 's Morgens ziet Hölscher ze langsfietsen, op weg naar een van de scholengemeenschappen in Amsterdam-Zuid zonder lager beroepsonderwijs. Bij de stadsdeelraad Westerpark heeft men het al gekscherend over de “stofzuigermondjes van Zuid”. “Plat gezegd vinden ouders van HAVO- en VWO-kinderen dat hun kind niet tussen tuig hoeft te zitten”, meent directeur J. van der Aa van het Caland Lyceum, dat behalve MAVO, HAVO en VWO ook lager economisch en administratief onderwijs verzorgt.

Hoewel Hölscher en Van der Aa heilig geloven in de voordelen van een brede scholengemeenschap, zijn zij ervan overtuigd dat met name hoger opgeleide ouders het ideaal van gemeenschappelijk opgroeien allang hebben verlaten, zo ze het ooit hebben gekoesterd. Op open dagen herkent Hölscher ze direct: ze vragen niet naar de slaagpercentages of de leerlingbegeleiding, maar nemen het publiek schattend op en zeggen achteraf dat ze “toch liever een katholieke school” willen, of een “waar de vriendinnetjes ook naar toe gaan”. Hölscher kan ze niet eens ongelijk geven: “Die ouders willen gewoon het beste voor hun kind, en in hun ogen is dat een school waar dat kind tussen gelijkgestemden zit.”

Met het Marcanti College hoort het Augustinus College bij de brede scholengemeenschappen in Amsterdam die moeite hebben de "top-afdeling' bevolkt te houden. Het Caland Lyceum heeft onlangs een deel van zijn LBO-afdeling afgestoten. Alleen de LEAO mocht blijven, LTO en LHNO moesten verdwijnen. Van de andere twee heeft Reigersbos altijd al alleen maar een LEAO-afdeling gehad, reden waarom de school zich heeft kunnen handhaven als "kwaliteitsschool'. Nummer vijf, de Open Schoolgemeenschap Bijlmer, is al meer dan twintig jaar een bloeiende school, maar dat heeft meer te maken met de speciale onderwijskundige aanpak van de school dan met de breedte ervan.

Pag 3:

Wallage: brede school betekent redding voor het zieltogend LBO; Vorming brede scholen gaat tegen heug en meug

Deze week begint de Eerste Kamer met de behandeling van het wetsvoorstel basisvorming, waarin ook de plannen van staatssecretaris Wallage voor brede scholengemeenschappen staan. Volgens Wallage zijn eigenlijk alleen scholengemeenschappen voor LBO, MAVO, HAVO en VWO in staat om het uitstel in studie- en beroepskeuze te realiseren dat een van de belangrijkste doelstellingen van de basisvorming is. Ook betekenen ze volgens hem de redding van het zieltogende LBO. “Als het LBO in brede scholengemeenschappen wordt opgenomen is het allerminst uitgeteld. Dan krijgt het LBO weer perspectief”, zei E. Schüssler, een van Wallage's ambtenaren die de invoering van de basisvorming moeten gaan begeleiden, onlangs nog op een congres.

Toen Wallage vorig jaar zijn visie op de door minister Deetman geconcipieerde basisvorming presenteerde, telde Nederland op een totaal van 1794 scholen voor voortgezet onderwijs 23 brede scholengemeenschappen. Inmiddels zijn dat er meer dan 40, wat niet in de laatste plaats te danken is aan politieke druk en aan de financiële voordelen die nu aan brede scholengemeenschapsvorming zijn verbonden.

In Amsterdam is op initiatief van de stadsdeelraad Westerpark vorig jaar december een "bestuurlijk gemengde werkgroep voortgezet onderwijs' opgericht, die de stand van zaken in Amsterdam op een rijtje heeft gezet. In de hoofdstad staan zestig scholen voor voortgezet onderwijs. Daarvan bevinden zich veertien onder de opheffingsnorm die gaat gelden als de basisvorming wordt ingevoerd en zitten zeven in de gevarenzone. Het zijn bijna allemaal LBO-scholen, en enkele MAVO-scholen. De werkgroep concludeert dat een "herschikkingsoperatie' onvermijdelijk is.

Maar de directeuren van de bestaande brede scholengemeenschappen geloven er niet in. Op het Caland Lyceum bijvoorbeeld, onder de naam "Osdorper schoolgemeenschap' indertijd de eerste brede scholengemeenschap in Amsterdam, moest in 1976 een leerlingenstop nog voorkomen dat de school meer dan 2500 leerlingen zou krijgen. In 1987 was men drie leerlingen onder de toen geldende opheffingsnorm van 925 gezakt, een strenger regime voor spijbelaars en hasjrokers ten spijt.

Inmiddels is de naam van de school veranderd, zijn LTO en LHNO - het "harde LBO' - afgestoten en is de tweejarige heterogene brugklas vervangen door een brugklas van maar één jaar. Volgens directeur Van der Aa zijn de leerlingen van het harde LBO ook niet gebaat bij een brede scholengemeenschap, waar het beroepsonderwijs de neiging heeft te "vertheoretiseren'. Sinds de ommezwaai is het aantal aanmeldingen voor de brugklas van zo'n 180 gestegen tot 250, met daarbinnen een toename van HAVO- VWO-leerlingen. “Vroeger dachten we vanuit een ideologie, nu werken we vanuit de marktgedachte”, zegt Van der Aa.

Diezelfde marktgedachte heeft het Marcanti College (voor LHNO, LEAO, MAVO en HAVO) ertoe aangezet het omgekeerde te doen en bij het ministerie van onderwijs een aanvraag voor een VWO-afdeling in te dienen. Dit jaar heeft de school op tien brugklassen er acht voor MAVO- LBO-leerlingen. In de twee klassen voor MAVO- HAVO-leerlingen zitten niet meer dan tien, hooguit 15 "echte havisten'.

De aanvraag voor een athenaeum-afdeling is bedoeld om ouders ertoe te bewegen hun kind op het Marcanti naar de HAVO te sturen. De school krijgt veel LBO-leerlingen waarvan de ouders hopen dat ze misschien de MAVO kunnen doen, maar weinig HAVO-leerlingen - omdat er geen overstap naar het VWO mogelijk is. In het omgekeerde - een overstap van MAVO naar LBO of van HAVO naar MAVO - zijn ouders nauwelijks geïnteresseerd.

Er zijn eigenlijk maar twee oplossingen, denkt men op de brede scholengemeenschappen in Amsterdam. De meest utopische is dat alle scholen opgaan in brede scholengemeenschappen. Daar gelooft niemand in. De katholieke scholen voor MAVO, HAVO en VWO hebben al laten weten brede scholengemeenschappen "geen goed idee' te vinden. De protestants-christelijke scholen zijn zeer sceptisch. De andere oplossing is dat een brede scholengemeenschap zich profileert als "kwaliteitsschool', zoals het Caland Lyceum, Reigersbos en de Open Schoolgemeenschap Bijlmer dat doen.

Voor twee van die drie betekent dat het afhouden van LTO en LHNO, want de combinatie van dat beroepsvoorbereidend met "algemeen vormend' onderwijs valt aan ouders niet te verkopen. Reigersbos, een scholengemeenschap voor LEAO, MAVO, HAVO en VWO, heeft minder LEAO- dan HAVO- en VWO-leerlingen en geen volledig heterogene klassen. Er wordt Latijn gegeven en de school staat bekend als tamelijk streng. “Veel ouders zijn verrast als ze voor het eerst op onze school komen”, verklaart directeur G. van Rookhuizen de vrij constante leerlingenstroom naar zijn school.

Volgens directeur J. Niphuis van de Open Schoolgemeenschap Bijlmer, de enige scholengemeenschap in Amsterdam met een harde LBO-afdeling waar het wel goed mee gaat, moet een brede scholengemeenschap door het hele team worden gedragen, anders lukt het in ieder geval niet. Zijn school floreert door haar speciale, in de wijde omtrek bekende onderwijskundige aanpak “Maar de scholengemeenschappen die je nu overal in Nederland ziet ontstaan, komen er tegen heug en meug. Dat kan nooit goed gaan.”