Tweede Kamer worstelt met nieuw vragenuurtje

DEN HAAG, 3 DEC. Bij wijze van experiment is de Tweede Kamer gisteren begonnen met een nieuwe opzet voor het vragenuurtje. Het debat tussen de Kamerleden en de bewindslieden zou volgens Kamervoorzitter Deetman wat bondiger, spontaner en directer moeten worden.

De Kamerleden hoeven de vragen niet meer schriftelijk in te dienen. Zij moeten van tevoren slechts de onderwerpen voor het debat aangeven. Op deze manier kan de minister of staatssecretaris niet meer de antwoorden oplezen die door zijn ambtenaren worden voorbereid. Hij moet zich duidelijker uitspreken en hij kan bij een gebrekkige kennis van het onderwerp door de mand vallen.

De procedure is als volgt: het Kamerlid moet zijn vraag in 2 minuten stellen. De bewindsman heeft 5 minuten voor het antwoord. Daarna mag het Kamerlid in 2 minuten reageren, waarna de bewindsman weer 3 minuten krijgt. Dit strakkere tijdschema zou een einde moeten maken aan de lange monologen en meer levendigheid in het debat brengen.

In het nieuwe vragenuurtje was echter weinig te merken van het experiment. Het verschil is dat er nu kortere monologen worden gehouden en de Kamervoorzitter de tijd scherper in de gaten houdt. De twee opgeroepen bewindslieden, minister Andriessen (economische zaken) en staatssecretaris Kosto (justitie), konden de vragenstellers zonder veel moeite pareren. Andriessen wist bij vragen over het midden- en kleinbedrijf de begrotingsposten uit zijn hoofd en Kosto verbeterde het Kamerlid L. Sipkes (Groen Links) met de mededeling dat er niet 200 maar 500 Vietnamezen vanuit Tsjechoslowakije naar Nederland waren gekomen. Alleen bij een vraag over quota voor vluchtelingen moest Kosto even verstek laten gaan. “Door de nieuwe opzet van het vragenuurtje kan ik nu geen getallen noemen.”