Standaardtaal

Aan de kroniek van Marc Chavannes getiteld "Echt Nederlands (2)' (NRC Handelsblad, 23 november), is te merken dat hij niet zelf op het congres Het Nederlands na 1992 aanwezig was, anders had hij kunnen horen dat ik: 1) een genormeerde Nederlandse Standaardtaal wel degelijk van belang acht; 2) heb geconstateerd dat steeds minder Nederlanders de ambitie hebben die Standaardtaal (het ABN) te spreken; 3) dat verschijnsel zie als een gevolg van het steeds meer egalitair worden van onze samenleving. In zo'n samenleving heeft een uniforme Standaardtaal geen bestaansgrond meer, zei ik donderdag (in de eerdere versie die Chavannes nu citeert stond nog bestaansrecht).

Als hij zelf mijn tekst gelezen had, zou hij begrepen hebben dat wat hij nu citeert als mijn mening of zelfs als een advies aan leraren Nederlands, "De beste manier is er het zwijgen toe te doen en de beschikbare tijd te besteden aan communicatie of bij voorbeeld literatuur', nu juist bedoeld was als de weergave van de moedeloze reactie van leraren die door de verregaande tolerantie ten aanzien van o.a. uitspraak en spelling, niet meer weten wat ze moeten onderwijzen en dan maar communicatie en literatuur doen.

Hij was bij lezing dan ook de volgende zin tegengekomen: “De crisissituatie waarin het Nederlands volgens sommigen verkeert, moeten we niet buiten onze grenzen zoeken, maar erbinnen”. Chavannes zou zich daarin herkend hebben.