Onvervuld verlangen naar contact op een Zweeds dorpsplein

Jeugdtheater. Voorstelling: Seppan, door Stella den Haag, vanaf 9 jaar. Script en regie: Hans van den Boom. Muziek: Wim Selles. Spel: o.m. Miryanna Boom, Monic Hendrickx, Fons Merkies. Gezien: 30-11 Den Haag, theater Stella. Tournee t-m 29 feb 1992.

Jeugdtheatergroep Stella den Haag maakt produkties die intrigeren door een eigenzinnige stijl, maar waarvan de begrijpelijkheid voor kinderen soms discutabel is. Dat gold voor de flamenco-voorstelling Van onder uit de zak, waarmee de groep vorig jaar de Hans Snoekprijs won. Dat geldt opnieuw voor de muziektheaterproduktie Seppan.

Seppan (geïnspireerd op de gelijknamige film) speelt zich af in een Zweeds dorp waar iedereen bij dezelfde fabriek werkt. Pirjo, arbeidersdochter, is bevriend met Sarah, dochter van de directeur. Pirjo's alcoholistische vader wordt beschuldigd van het aansteken van een brand in de fabriek en vervolgens ontslagen. Voor hun vriendschap betekent dit het einde.

Dat is het verhaal van de voorstelling, of liever gezegd, één van de verhalen, want Seppan is bovenal een sfeertekening van het leven in een willekeurige dorpsgemeenschap.

Een plein met halfvergane, bakstenen zuilen en waterplassen fungeert als ontmoetingsplaats voor de jongeren en enkele volwassenen. Hier spelen zich anekdotes af rond steeds hetzelfde thema: onvervuld verlangen naar contact.

Op dit dorpsplein wijst de kleine betweter Ivo zijn lange vriend Bengt terecht, die onder de rokken van de meisjes gluurt. Maar kan Bengt het helpen: de meisjes verschijnen in gesloten formatie, zingend, met deinende heupen en uitdagende blikken. Hier is iedereen getuige van de ontluikende liefde tussen Pirjo en de jongen Seppo. Ook deze vriendschap eindigt, want Seppo verlaat het dorp. Hier valt ook de ontslagen vader van Pirjo van zijn fiets, dronken en onbereikbaar voor zijn mopperende vrouw.

Vaak nemen de acteurs verstilde poses aan, dan spreekt een houding of blik voor zichzelf. Eén van de spelers creëert met een synthesizer de vrolijke sfeer van het Franse chanson of de melancholie van folkmuziek.

Maar de verwijzingen zijn niet altijd even duidelijk. De dubbelrollen zorgen voor verwarring. De verdwenen Seppo verschijnt opnieuw zonder dat Pirjo het opmerkt, de prozaïsche fabrieksdirecteur vertegenwoordigt vreemd genoeg ook de muze.

Dat begrijpelijkheid niet per definitie een concessie hoeft te zijn aan het artistieke concept, bewijst de jeugdtheatergroep zelf. Soms reikt Seppan beelden aan die volkomen duidelijk zijn. Als Pirjo's vader naar de gevangenis verdwijnt danst Pirjo door het water en spat agressief haar moeder nat. Wanneer zij als een verzopen katje naast haar nette vriendinnetje staat, dan verbeeldt dat zonneklaar haar leed en het onvermijdelijke einde van de vriendschap. Op dergelijke momenten hoeven de woorden niets te verhelderen.

“Er gebeurt weinig in Seppan,” vindt een meisje uit het dorp. Daarin schuilt de bedoeling en ook de kracht van de voorstelling: het alledaagse wordt muzikaal en fysiek becommentarieerd en daarmee bijzonder gemaakt.