OESO positief over plan-Simons voor gezondheidszorg

DEN HAAG, 3 DEC. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft in een recente publicatie positief gereageerd op het plan-Simons. Volgens de OESO is Nederland het enige land “dat er bij die plannen in slaagt een goed evenwicht te bereiken tussen enerzijds het handhaven van kwaliteit en solidariteit en aan de andere kant het vergroten van doelmatigheid en kostenbeheersing door het introduceren van concurrentieprikkels”.

De OESO deed een vergelijkend onderzoek naar de de herstructureringsplannen in de gezondheidszorg in Nederland, Engeland, Frankrijk, België, Ierland, Spanje en Duitsland.

Prof.dr. B. Sangster, directeur-generaal volksgezondheid van het ministerie van WVC, maakte dit gisteren, namens de door griep gevelde staatssecretaris Simons, bekend in de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag, waar het vijftigjarig bestaan van de sociale ziektekostenverzekering werd gevierd.

Sangster zei verder dat de brief van het VNO van eind oktober aan de Europese Commissie op een misverstand berust. In die brief schreef VNO-voorzitter Rinnooy Kan aan EG-commissaris Brittan (mededinging) dat het plan van het kabinet voor een nieuwe volksverzekering tegen ziektekosten op belangrijke onderdelen strijdig is met het EG-verdrag. Het plan-Simons zou niet sporen met de mededingingsregels van de EG en met bepalingen op het gebied van de vrijheid van grensoverschrijdende vestiging en-of grensoverschrijdende dienstverlening. Het aannemen van de wetsvoorstellen door Tweede en Eerste Kamer betekent dat in Nederland op 1 januari 1992 van rechtswege nietige wetgeving wordt geïntroduceerd, aldus het VNO.

Sangster probeerde Rinnooy Kan gerust te stellen. Op grond van overleg dat WVC-ambtenaren vorige week in Brussel met vertegenwoordigers van de Europese Commissie voerden, zei hij: “De wetsvoorstellen die nu zijn aangenomen, verdragen zich met de EG-regels en vallen binnen de grenzen van de bevoegdheden van de Nederlandse overheid. Wel merkt de commissie op dat we bij de formulering van de uiteindelijke Wet op de Zorgverzekering in 1995 goed rekening moeten houden met de Europese regelgeving. Vanzelfsprekend.” WVC-ambtenaren en hun EG-collega's in Brussel hebben meteen een nieuwe afspraak gemaakt. In januari treffen ze elkaar weer.

In zijn openingstoespraak wees Lubbers erop dat na 1992 de afzonderlijke EG-lidstaten “in grote mate” de vrijheid behouden om hun stelsel van sociale zekerheid, waarbinnen het stelsel van ziektekostenverzekering valt, naar eigen inzicht in te richten en zonodig te veranderen. Over een aantal uitgangspunten zijn alle EG-landen het wel eens, wist hij te melden op basis van bijna een half jaar EG-voorzitterschap.

Lubbers zei gefrappeerd te zijn door de grote verschillen tussen de EG-landen op het gebied van de gezondheidzorg. Geneesmiddelen behoren in Nederland tot de duurste in Europa, terwijl het medicijnengebruik hier relatief laag is. In Nederland kost het geneesmiddelengebruik per verzekerde jaarlijks ƒ 240, in Duitsland het dubbele. In Duitsland staan ook 50 procent meer ziekenhuisbedden per 1.000 inwoners dan in Nederland, maar wij hebben weer meer bejaardenoorden en verpleeghuizen. Lubbers: “Zo ziet u maar dat cijfers ook niks zeggen.”