Moord met paraplu Het Oog in 't Zeil, 9de jrg. ...

Moord met paraplu Het Oog in 't Zeil, 9de jrg. nr.1. Uitg. Bert Bakker, 64 blz. ƒ 15. Mexicaanse literatuur Bzzlletin, 190, Mexicaanse literatuur. Uitg. Bzztôh, 80 blz. ƒ 12,50. Candlelight Mens & Gevoelens 29, december 1991. Uitg. Betty Asfalt Produkties. 60 blz. ƒ 4,50

Moord met paraplu

Op de eerste bladzijde van Het Oog in 't Zeil illustreert een opvallende foto het openingsartikel van Jan Paul Hinrichs over Georgi Markov: de schrijver kijkt de fotograaf triomfantelijk aan terwijl hij met zijn omhoog gehoekte arm, de vuist is gebald, een hoogst obsceen gebaar maakt. Markov was de Bulgaar in ballingschap die in 1978 in Londen het slachtoffer werd van de wereldberoemd geworden "paraplumoord'. Een nooit opgespoorde man met een onengels accent schoot de schrijver en radiocommentator bij Waterloo Bridge een capsule met rychine in de dij, een gif waar Markov enkele dagen later aan overleed. Vooral zijn felle aanvallen op het Bulgaarse communistische regime via Radio Free Europe zetten de KGB en de geheime dienst van zijn eigen land aan tot de moord, waarover de Bulgaarse pers nú, aldus Hinrichs, zo ongeveer elke dag wel iets schrijft. Markovs werk is sinds kort weer in Bulgarije te koop, maar Westerse uitgevers hebben volgens slavist Hinrichs nooit hun vingers aan de politiek-literaire Markov willen branden. “De slagschaduw van de dood ligt over het hele boek, niet alleen vanwege onze kennis van Markovs lot, maar ook door zijn eigen gevoelige houding tegenover de dood en zijn eerbied voor het leven. Zijn ervaringen als tuberculosepatiënt hebben hem, zoals hij schrijft, blijvend beïnvloed, omdat sanatoria, waar men in het aangezicht van de dood leefde, de enige plaatsen in Bulgarije waren waar normale menselijke verhoudingen bleven bestaan”. Die laatste opmerking is misschien wel de schrijnendste uit Hinrichs' artikel.

Twee bijdragen in dit nummer, van Kees Snoek en Karin Evers, gaan over Bert Schierbeek, die uitgebreid aan het woord wordt gelaten - beide stukken zijn gebaseerd op radio-interviews - over zijn ervaringen in de verzetsgroep CS-6 (Terreur tegen terreur), Ter Braak en Du Perron, de experimentele roman Het boek ik, Spanje, en de Nederlandse schrijverskolonie op Ibiza.

Verder: Bregje Boonstra over illustratrice Nelly Bodenheim, en Hein Groen over Michael Holroyd, de echtgenoot van Margaret Drabble en de biograaf van drie geestige Engelsen - Lytton Strachey, de schilder Augustus John en George Bernard Shaw. “Holroyd is noch "debunker', noch hagiograaf, maar beweegt zich in een gebied dat niet in plus-of-min-termen te vangen is, dat van de verbazing.”

Het Oog in 't Zeil, 9de jrg. nr.1. Uitg. Bert Bakker, 64 blz. ƒ 15.

Mexicaanse literatuur

Jan Donkers spreekt deze maanden voor de VPRO-radio elke vrijdag zijn halfuur vol vanuit "standplaats Mexico-stad', het Tropenmuseum in Amsterdam begint volgende week met vier tentoonstellingen over deze miljoenenstad, en Bzzlletin sluit aan met een themanummer. Alleen het eerste artikel beperkt zich tot de hoofdstad, de negen andere gaan ook verder het land in.

Juist dat openingsartikel, van Frans Fontaine, is een mengeling van open deuren (“Steeds opnieuw probeert de Mexicaan de wereld die hem omringt te begrijpen en te beheersen”), hapsnapweetjes en mistigheden - de Mexicaanse volkscultuur wordt in een Berlitzgidsje aanzienlijk helderder uitgelegd. Wel een relevante opmerking is dat Mexico, eigenzinnig katholiek als het is, pas vorig jaar diplomatieke betrekkingen met het Vaticaan aanknoopte. Maarten Steenmeijer graaft dieper in zijn bijdrage over Nobelprijswinnaar Octavio Paz, waarin hij zijn paradoxale poëzieopvattingen, door Paz neergelegd in drie uitvoerige en moeilijke studies, probeert op een lijn te brengen. “Anders dan de moderne tijdsopvatting met haar allesoverheersende toekomst, sluit Paz' post-moderne heden de twee andere tijden - verleden en toekomst - niet uit, maar incorporeert ze.”

Sonia Rose de Fuggle vertelt over de niet in het Nederlands vertaalde drie romans van Fernando del Paso, “een van de meesters van de hedendaagse Mexicaanse verhalende literatuur”; en Hub. Hermans geeft Carlos Fuentes aandacht: “Een mogelijke reden voor het gebrek aan succes te onzent zou wel eens kunnen liggen in Fuentes' bezetenheid. Hij wil teveel tegelijk. (-) Ook inhoudelijk vergt hij veel van de lezer.”

Fleur Bourgonje vertaalde enkele fraaie gedichten van Homero Aridjis, Steenmeijer een kort verhaal van Juan José Arreola, schrijver van in feite één bundel korte verhalen die hij geregeld uitbreidt, Confabulario. Over de uitwassen van symposiumlust en het verstrengelen van literatuur met politiek gaat het geestige verslag door Hans van den Waarsenburg van een internationale topontmoeting van schrijvers in Mexico, dat gekocht en geregisseerd werd door de televisie.

Bzzlletin, 190, Mexicaanse literatuur. Uitg. Bzztôh, 80 blz. ƒ 12,50.

Candlelight

“Zou je altijd tot een groot concern moeten behoren om als tijdschrift te kunnen overleven?” vraagt Margreet Dolman zich een beetje angstig af in Mens & Gevoelens van december. Nog te weinig gevoelsmensen kopen elke maand voor vier gulden vijftig dit onafhankelijke opgewekte blad. De nrs. 1 tot en met 28 zijn nog leverbaar (ƒ 110,-).

In het decembernummer staan vraaggesprekken met Alex van Warmerdam, filmmaker, schilder, schrijver en acteur en mooi gefotografeerd, en met Parool-columnist Theodor Holman. Van Warmerdam wekt een oprechte indruk: “Uiteindelijk doe ik het alleen maar om bemind te worden, om complimenten te ontvangen. Daar gaat het volgens mij in diepste wezen om. (-) Ik vraag me altijd af of ik nog zou schrijven als ik zou aanspoelen op een eiland en de zekerheid had dat er nooit meer iemand anders zou zijn.” En: “Ik schrijf maar een eind weg om te kijken wat zich openbaart.” De Mexicaanse Hond lijkt zijn langste tijd wel gehad te hebben - “als wij geen muziektheater meer maken, wie dan wel. Toch een soort plicht, ja.”

Dezelfde Maarten Slagboom praatte voor M&G met Theodor Holman, enfant terrible van Het Parool en van De Groene dat hier opbiecht altijd last te hebben van zijn schuldklier. Vrouwen en schrijven zijn Holmans grootste passies. “De krant is de mooiste, lekkerste en fijnste hoer die je je kan voorstellen. (-) En als De Telegraaf een hoer is en de NRC een sjieke dame, dan hoop ik dat Het Parool een lekker wijf is.” Jammer genoeg had Slagboom niet Van Warmerdam en Holman tegelijk aan zijn tafeltje. De columnist: “Ik vind acteurs weerzinwekkend volk. Er je beroep van maken om jezelf niet te zijn, en avond aan avond in Othello of Macbeth levenswijsheden verkondigen die niet van jou zijn. Wancreatie. Aanstellerij.”

Niettemin speelt Holman zelf graag spelletjes - “Ik hoop dat ik nimmer serieus genomen zal worden” - en houdt hij erg van ironie. En van roddelen. “Ik zou een literair-satirisch blad willen maken, met als enige norm dat alles goed geschreven is.”

De Margreet Dolman Pagina's komen, wat spijtig is, voor een deel zo uit het zondagse tv-programma Paul Haenen Vijf over Zes. Forse delen van M&G zijn bestemd voor ingezonden literair werk, waarbij abonnees voorgetrokken worden. Het gaat altijd om gevoelens, van liefde. Zoiets als Candlelight eigenlijk. "Gemengd kleinbedrijf' is een verrassend verhaal van Saskia van der Valk over een overspelige boer met zijn koe.

Mens & Gevoelens 29, december 1991. Uitg. Betty Asfalt Produkties. 60 blz. ƒ 4,50