Monologen over een vertekend beeld van de Middeleeuwen

Sprekend over de Middeleeuwen. Ned. 3, 23.15-23.45u. totaal zes uitzendingen, vanavond deel 1 "Beelden van de Middeleeuwen'.

Donderdag, Radio 5, 22.30-23.00u., deel 1, totaal zes radio-uitzendingen.

Schrijvers als Umberto Eco, Georges Duby, Barbara Tuchman en Emmanuel Le Roy Ladurie hebben de afgelopen tien jaar de geschiedenis van de Middeleeuwen aan de top van de bestsellerlijsten gebracht. Zij hadden hun onderwerpen mee: ketters, heksen en moorddadige monniken, moord, pest, oorlog en verkrachting. Volgens Herman Pleij, hoogleraar historische Nederlandse letterkunde en hoofdpersoon van een nieuwe Teleacserie over de Middeleeuwen, zijn boeken als "De naam van de roos' en "Montaillou' mede verantwoordelijk voor het romantisch-extreme beeld dat er van de media aetas, de tijd tussen Oudheid en Renaissance, bestaat. In aflevering 1 van Sprekend over de Middeleeuwen, die vanavond op Nederland 3 wordt uitgezonden, verklaart Pleij dat de periode van 500 tot 1500 zich evenzeer kenmerkte door grenzeloze verveling, maar dat niemand daar kennelijk in geïnteresseerd is.

Ook Pleij (gelukkig) niet; gezeten in de bibliotheek van kasteel Beverweerd aan de Kromme Rijn, bestookt hij zijn gesprekspartner Violet Valkenburg met een onderhoudende monoloog over het vertekende beeld van de Middeleeuwen. Zijn enthousiaste verhalen, waarin onder andere plaats is voor de kamerpot van Lodewijk XI en de quasi-middeleeuwse Ollie B.Bommel-restauraties van de negentiende eeuw, zijn een illustratie van de openingswoorden van de eerste uitzending: “Voor het Westen beginnen veel ontwikkelingen in de Middeleeuwen. (-) Toch springen we eigenaardig met die erfenis om.”

Pleij wijst op de grote verworvenheden van de Middeleeuwers: de bril, de drukpers, de windmolen, landbouwmethodes, empirie, kapitalisme en vooral de parlementaire democratie. Voor hem zijn de Middeleeuwen de bakermat van de Westerse beschaving - een etiket dat overigens wel meer periodes uit de geschiedenis is opgeplakt. In het boek dat Pleij ter begeleiding van de Teleaccursus schreef "Sprekend over de Middeleeuwen', uitg. Prometheus, ƒ 34,50), betoogt hij zelfs dat de Renaissance in veel opzichten gezien moet worden als "een vertragende factor in de ontwikkelingen'. Toen werd immers intensief teruggegrepen op de klassieke oudheid, en maakte de geleidelijk ontwikkelde "democratie' plaats voor meer elitaire bestuursvormen.

Pleij is een goed spreker, een televisieprofessor bij wie het goed college volgen is. Hij houdt van "zijn Middeleeuwen' en rekent wild gebarend af met de vooroordelen waaronder deze veelgeplaagde periode lijdt: nee, het viel best mee met de ongeletterdheid; ja, er was moord en brand, maar niet meer dan in vroeger of later tijden; en ja, de Middeleeuwers vierden heel vaak feest, maar dat waren doorgaans rituelen die de samenleving stabiel hielden. Niettemin mist de kijker één belangrijk ding in Sprekend over de Middeleeuwen: plaatjes. Zo mooi geïllustreerd als het cursusboek is, zo sober en statisch zijn de beelden van de televisieuitzending. Bij Teleac geen kathedralen, geen manuscripten, geen schilderijen, geen oude kaarten; alleen de sprekende hoofden van Pleij en Valkenburg en de eeuwige boekenkast van Beverweerd. Met een kwartiertje Middeleeuwse kunst en nijverheid per aflevering had de serie ongetwijfeld meer tot de verbeelding gesproken.