"Maastricht' in laatste fase

BRUSSEL, 3 DEC. Het aftellen naar de Europese topconferentie van volgende week in Maastricht is zijn laatste fase ingegaan. In Brussel gingen gisteren de ministers van van buitenlandse zaken en de ministers van financiën in permanent beraad om de ontwerpteksten van de verdragen voor de Europese Politieke Unie en voor de Economische en Monetaire Unie woord voor woord te behandelen. Een van de deelnemers zei te vrezen dat er niet genoeg uren meer zijn om door alle punten heen te komen.

BRUSSEL Na de top in Maastricht, maar vóór Kerstmis zullen de ministers van buitenlandse zaken waarschijnlijk nog een aparte vergadering wijden aan de vraag of de EG moet overgaan tot erkenning van de Joegoslavische deelrepublieken Slovenië, Kroatië, Macedonië en Bosnië. Zowel de Duitsers als de Italianen zijn warm voorstander van een dergelijke vergadering.

Het Nederlandse voorzitterschap wil door het organiseren van apart overleg over de erkenningskwestie voorkomen dat de Europese Raad in Maastricht wordt overheerst door een zaak die niets te maken heeft met de eigenlijke agenda, de nieuwe verdragen. “We willen niet dat de top "gehijacked' wordt door het probleem van de erkenning”, zo zei een diplomaat in Brussel.

In beginsel zijn er voor de uitkomst van die vergadering drie mogelijkheden: of de EG-ministers besluiten de afzonderlijke republieken te erkennen, of ze besluiten dat niet te doen, of de lidstaten kunnen het daarover niet eens worden, met als resultaat dat sommige lidstaten de republieken wél en andere ze niet erkennen. Die laatste mogelijkheid zou, zo geloven Brusselse waarnemers, de slechtste zijn omdat die de onmacht van de EG zou onderstrepen om beslissingen te nemen in politiek gevoelige aangelegenheden.

Duitsland heeft al vanaf het begin van de Joegoslavische burgeroorlog laten weten dat de onafhankelijkheid van Slovenië en Kroatië moet worden erkend en heeft recentelijk gepreciseerd dat dat voor het eind van het jaar een feit moet zijn. Ook Italië is daar voorstander van. Griekenland, dat een sterke band heeft met Servië, is gekant tegen afzonderlijke erkenning. Nederland heeft er steeds voor gepleit dat erkenning in elk geval een gemeenschappelijke beslissing van de EG moet zijn.

LONDEN Groot-Brittannië verzet zich met hand en tand tegen de spoedige invoering van één Europese munt, maar dat weerhoudt de Britse minister van financiën Norman Lamont er niet van om op te komen voor het recht van Schotland om in de toekomst zijn eigen ecu-biljetten uit te geven. Bij iedere gelegenheid brengt Lamont deze Schotse eis naar voren. De Bank of Scotland geeft nu ook zijn eigen pond uit, dat evenveel waard is als een pond van de Bank of England, maar een iets ander uiterlijk heeft. Deze regionale traditie moet in de monetaire unie voortgezet worden, meent Lamont. Terwijl de EG-ministers van financiën het nog niet eens zijn over de vraag of ieder land in de EMU zijn eigen ecu mag uitgeven, is hiermee het debat geopend naar regionale versies van de Europese munt. Binnenkort zijn ontwerpen te verwachten voor een Catalaanse, een Friese en een Beierse ecu.

PARIJS In de marge van het grote debat in Maastricht belooft zich nog een gevecht tussen Adam Smith en Jean Baptiste Colbert af te spelen. Terwijl de meeste aandacht bij de politieke unie uitgaat naar het buitenlands- en veiligheidsbeleid (BVB in diplomaten-jargon), naar het immigratiebeleid of naar de sociale paragraaf, is een voorstel om in Maastricht een Europees industriebeleid in de steigers te zetten vrijwel onopgemerkt gebleven. Het is een initiatief van Frankrijk, dat in een lange mercantilistische traditie graag staatssteun aan 'industrieën van de toekomst'in het EPU-verdrag ziet opgenomen. het Franse standpunt kan rekenen op sympathie van zuidelijke EGlanden, maar vindt de traditionele vrijhandelaar Groot-Brittannië, Duitsland en Nederland tegenover zich.

BRUSSEL Nu de nervositeit rond "Maastricht' zijn hoogtepunt nadert neemt de behoefte aan beeldspraak tussen de strijdende partijen in Brussel toe. Als drenkelingen die voelen dat ze met jargon als "opting-out' en "codecisie' het contact met de burger ruimschoots verliezen, tasten de onderhandelaars rond naar simplificaties. Het begrip federalisme is zo onder Britse regie gereduceerd tot het "F-word'. Het heeft een vaag scabreuze bijklank die sterk bijdraagt aan een taboe-effect. De Nederlandse tegenzet om voortaan te spreken van “an ever closer Union” steekt er wat bleekjes bij af.

Sinds zondag wordt ook de vaderlandse geschiedenis geplunderd om het politieke gelijk historisch te rechtvaardigen. Premier Major citeerde Wellington, die in het dichtbij Brussel gelegen Waterloo de Fransen versloeg, overigens samen met de Nederlanders en de Duitsers. “It's hard pounding”, zou Wellington hebben gerapporteerd en zo voelde Major zich ook, rammelend aan de deuren van de Europese collega's. Zijn ambtenaren in Brussel namen de beeldspraak braaf over. Inderdaad, het was hard pounding tegen minister Kok over de monetaire unie.

De voorzitter van het Europees parlement, de Spanjaard Enrique Baron Crespo, federalist qualitate qua, kwam gistermiddag met een brief van Queen Anne uit 1706 aan het Schotse parlement op de proppen. Anne bepleitte daarin een unie tussen Engeland en Schotland als de enige effectieve manier “ons huidige en toekomstige geluk te waarborgen. En de plannen van onze en uw vijanden te verijdelen, die zonder twijfel hun uiterste best zullen doen om deze Unie te voorkomen of te vertragen”. Pas in een echte Unie zullen religie, vrijheid en eigendom zeker zijn. Vijandschap en jaloezie tussen onze koninkrijken zullen verdwijnen, zo schreef zij de Schotten. Het zal onze kracht, rijkdom en handel versterken.

Ach, zuchtte Baron Crespo, laten we het debat alstublieft op niveau blijven voeren en niet afdalen tot “vulgariteit en slechte smaak door over een Fwoord te spreken”.