Kritiek op convenant Ritzen over studiebeurs

ROTTERDAM, 3 DEC. De HBO-Raad en de vereniging van universiteiten VSNU vinden het onjuist dat minister Ritzen met de technische universiteiten afzonderlijk een convenant heeft gesloten dat voorziet in extra studiefinanciering voor studenten die langer dan vijf jaar over hun studie doen.

Dat bleek gisteren tijdens het eerste formele gesprek over het Hoger Onderwijs- en Onderzoekplan (HOOP) tussen de minister en onder meer de universiteiten en hogescholen.

Ritzen hoopt met het convenant de belangstelling voor de technische opleidingen te vergroten, ook voor die - zoals lucht- en ruimtevaart - waar minder eerstejaars worden toegelaten dan in het verleden het geval was. Volgens VSNU-voorzitter W.C.M. Van Lieshout verkeren verscheidende beta-wetenschappen echter in dezelfde situatie als de technische en hadden deze ook bij het convenant moeten worden betrokken. Voorzitter H.J. Kemner van de HBO-Raad vond dat de minister voortaan een onderwijssector, zoals de technische, in zijn geheel moet bekijken alvorens maatregelen te nemen voor een deel daarvan. Hij wees erop dat in de technische studierichtingen het tekort aan aan hogescholen opgeleide ingenieurs groter is dan aan universitaire ingenieurs.

Verscheidene universiteiten hebben inmiddels besloten om zelf aan studenten in de wiskunde en natuurwetenschappen eveneens een beurs te verschaffen als ze na vijf jaar nog niet zijn afgestudeerd.

Van Lieshout en Kemner leverden ook kritiek op andere onderdelen van het beleid van Ritzen. Kemner wees de suggestie van Ritzen van de hand om in het hoger beroepsonderwijs een nieuwe fusieronde te beginnen. Volgens Kemner kunnen de hogescholen heel goed zelf bepalen of ze willen fuseren.

Universiteiten en hogescholen voelen ook niets voor de manier waarop Ritzen de studievoortgang na de propaedeuse wil regelen door het al dan niet intrekken van de beurs. Van Lieshout wees een directe koppeling van het onderwijsproces met studiefinanciering van de hand.

Ritzen, die erop wees dat studiefinanciering een integraal onderdeel van het onderwijsbeleid vormt, zei te verwachten dat nader overleg tot een werkbare oplossing leidt. Volgende week maandag bepalen de universiteiten en hogescholen hun definitieve standpunt over de verschillende onderdelen van het HOOP.