Keniase president Moi staat meer partijen toe

NAIROBI, 3 DEC. De Keniase Afrikaanse Nationale Unie (KANU), regeringspartij sinds de onafhankelijkheid van 1963, heeft het monopolie op de macht opgegeven. De KANU-bestuursraad onder voorzitterschap van president Daniel arap Moi besloot gisteren het meerpartijenstelsel in te voeren. Het besluit werd vanochtend bekrachtigd door ruim 3.500 KANU-leden op een voltallig partijcongres.

Bij de onafhankelijkheid kende Kenia twee partijen, de KANU en de Keniase Afrikaanse Democratische Unie (KADU). In 1964 ging de KADU in de KANU op. Het besluit van gisteren om deze beslissing ongedaan te maken werd genomen na een debat van ruim twee uur.

De illegale oppositie zegt het besluit te hebben voorzien. Martin Shikuku, een van de leiders van het Forum voor het Herstel van de Democratie (FORD), waarschuwde vorige week de regering al om niet onverwachts verkiezingen te organiseren. Paul Muite, een andere oppositieleider zei gisteren dat verkiezingen pas over zes maanden mogen plaatshebben “opdat oppositiepartijen zich kunnen laten registreren en zich organiseren”. President Moi kondigde nog geen verkiezingsdatum aan. Volgens de grondwet moeten de Kenianen in 1993 naar de stembus. De algehele verwachting is echter dat er binnen enkele maanden verkiezingen zullen plaatshebben.

Opposant Paul Muite eist de oprichting van een onafhankelijke verkiezingscommissie. De laatste verkiezingen in 1988 werden gekenmerkt door grootschalige fraude gepleegd door de overheid. De oppositie eist verder het bijeenroepen van een nationale conventie om met politieke en sociale groepen de toekomst van het land uit te werken. Moi en zijn KANU zouden daarmee buiten spel komen te staan. Het voorstel maakt dus weinig kans te worden goedgekeurd door de regering. De oppositie staat nog in de kinderschoenen en is onderling verdeeld.

Een andere eis van de oppositie betreft een campagne tegen corruptie. Na het ontslag en de arrestatie vorige week van minister Biwott moeten er meer corrupte koppen rollen, aldus oppositieleiders. Wanneer de recente politieke geschiedenis van Kenia als leidraad geldt, mag worden aangenomen dat de kiezers hiervoor zorg zullen dragen. Bij vorige verkiezingen - onder het éénpartijsysteem - werden tientallen onpopulaire en corrupte ministers weggestemd.

FORD-leider Martin Shikuku zei gisteren dat regering en oppositie om de tafel moeten gaan zitten om wijzigingen aan te brengen in de grondwet. Behalve het schrappen van de éénpartijstaat, moet volgens Shikuku de clausule verdwijnen die detentie zonder vorm van proces mogelijk maakt en dient de periode waarin een president kan aanblijven te worden beperkt tot twee termijnen.

Indien de president geen hervormingen had doorgevoerd was Kenia de weg ingeslagen van Zaïre, Madagascar en Kameroen. De aan kracht winnende oppositie was vast van plan door te gaan met haar agitatie. Kenia geniet ondanks de politieke crisis nog steeds het aanzien van een stabiel land en mede daarom trekt het Westerse investeerders en toeristen aan. Voortgaande politieke onzekerheid, repressie en chaos zouden Kenia's favoriete status in Afrika en in het Westen zodanig aantasten dat een sterke neerwaartse economische spiraal welhaast het onvermijdelijke gevolg zou zijn.

De buitenlandse inmenging in Kenia's politiek stelde Moi voor het blok. Op iedere arrestatie van een dissident volgde een veroordeling door de Amerikaanse ambassadeur in Nairobi. Ook de EG ging eisen stellen aan voortgaande economische hulp. Zelfs de Conservatieve Britse regering, die tot voor kort weigerde kritiek te leveren, ging de toenemende repressie veroordelen. Na het besluit van Westerse donoren vorige week de hulp zes maanden lang op te schorten in afwachting van politieke en economische hervormingen, kon Moi niet anders dan toegeven. Voor de president begint nu de moeilijkste periode uit zijn loopbaan. Nooit eerder hoefde hij zijn positie te verdedigen in vrije verkiezingen of had hij tegenkandidaten. Onder zijn 13 jaar oude bewind wonnen de kleine tribale groepen aan politieke invloed. Deze kleine stammen vrezen voor een nieuwe overheersing in de politiek door de Kikuyu, de grootste stam van het land, zoals tijdens het regime van Jomo Kenyatta. Moi behoort tot de kleine Kalenjin-stam. Wanneer zijn Kalenjin een verbond weet te sluiten met andere minderheidsstammen, zou Moi een kans kunnen maken op een nieuwe ambtsperiode.