Frankijk wil ECU eventueel in 1999

BRUSSEL, 3 DEC. Frankrijk heeft in de onderhandelingen over de economische en monetaire unie (EMU) een nieuwe procedure voorgesteld voor de overgang naar één munt en één Europese centrale bank. Als het Franse plan wordt aanvaard, is de kans groot dat een aantal EG-landen niet in 1997 overstapt op één munt, maar in 1999.

Het uitstel met twee jaar vergroot de mogelijkheid dat meer landen deelnemen omdat ze tegen die tijd voldoen aan de economische en financiële eisen die gesteld worden. Het voorstel is vanmorgen opgenomen in het ontwerpverdrag voor de EMU, dat volgende week op de Europese top in Maastricht moet worden goedgekeurd. België, Italië, Duitsland en Nederland hebben positief op het voorstel gereageerd en minister Kok (financiën) heeft het vanmorgen in de ontwerptekst opgenomen.

In het ontwerpverdrag is bepaald dat eind 1996 de Europese raad van regeringsleiders, op advies van de ministers van financiën en centrale bankpresidenten, met unanimiteit beslist of de overgang naar één munt gemaakt zal worden. Als geen eenstemmigheid wordt bereikt, wordt dezelfde procedure twee jaar later herhaald.

De Franse minister van financiën Pierre Bérégovoy heeft voorgesteld dat bij de eerste poging met unanimiteit wordt beslist, maar dat twee jaar later, dus in 1998, een gekwalificeerde meerderheid voldoende is. Dit opent de weg om met een beperkt aantal landen in 1999 een Europese munt in te voeren en de Europese centrale bank zijn werk te laten beginnen.

De twaalf EG-ministers van financiën en hun adviseurs hebben zich gisterochtend, na het weekeindberaad in Scheveningen, verschanst in Brussel. Minister Kok, die de bijeenkomsten voorzit, wil vanavond de ministeriële onderhandelingen afronden. Onopgeloste agendapunten blijven liggen voor de regeringsleiders in Maastricht.

In Maastricht zal in ieder geval de uitzonderingsclausule voor Groot-Brittannië aan de orde komen. De Britse minister van financiën, Norman Lamont, zei gisteravond dat hij niet langer bereid is de uitzonderingsclausule te bespreken. De overige EG-landen zijn niet bereid een algemene uitzonderingsregel in het EMU-verdrag op te nemen, zoals in het oorspronkelijke Nederlandse ontwerp het geval was. Ze willen slechts een protocol, op maat gesneden voor Groot-Brittannië, aan het verdrag toevoegen. “Wij zijn heel gelukkig met de tekst die de Nederlanders hebben voorgesteld”, zei Lamont.

Denemarken wil ook een specifieke uitzonderingsclausule, maar dit om een formele reden. Volgens de Deense grondwet moet de bevolking deelname aan een EMU goedkeuren, bij afwijzing kan Denemarken niet aan het EMU-verdrag gebonden zijn. “Als een algemene uitzonderingsclausule niet mogelijk is, willen we een speciaal Deens protocol,” aldus de Deense minister Ellemann-Jensen.

De Duitse minister van financiën, Theo Waigel, toonde zich vanmorgen ingenomen met de gemaakte vorderingen. In het EMU verdrag wordt voldaan aan de belangrijkste Duitse eisen, zei hij. Economische afstemming is de maatlat voor de overgang naar de eindfase van de monetaire unie, de Europese centrale bank kan volledig onafhankelijk opereren, en in de overgangsfase die in 1994 begint, is geen 'grijze zone' ontstaan waarin de bevoegdheden van nationale centrale banken kunnen worden aangetast. Het Europese Monetaire Instituut (EMI) dat in deze periode de oprichting van de Europese centrale bank moet voorbereiden, krijgt geen monetaire bevoegdheden. Ook voor de vaststelling van het toekomstige wisselkoersbeleid voor de ene Europese munt is een formulering gevonden die de primaire functie van de ECB, het streven naar prijsstabiliteit, niet aantast.

Foto: Jacques Delors, voorzitter van de Europese Commissie, staat in Brussel de pers te woord na een van de vele vergaderingen in de aanloop naar de top in Maastricht. (Foto Reuter)