De rand van het Groene Hart

Het groene hart is de trots van de Randstad. Temidden van een metropool met zes à zeven miljoen mensen lijkt de groene ruimte van water en weiland eindeloos. Ook wandelaars die het asfalt liever mijden en bij voorkeur gras betreden kunnen volop uit de voeten. Een mooie dagtocht van 20 tot 25 kilometer maakt u los van de dagelijkse drukte.

Zondagmorgen, het is bijna windstil en vochtig-koud. De dikke mist wordt slechts langzaam verdrongen door een flauwe zon. De meeste koeien staan al op stal. Het land lijkt, op een koppel eenden en een kudde schapen na, leeg. Maar het is er niet stil. Het razende autoverkeer blijft, ook al is het ver weg, voortdurend hoorbaar.

Nog steeds worden wandelaars geassocieerd met vierdaagsen, lintjes en medailles. De snel uitdijende wandellectuur geeft gelukkig een heel ander beeld. Er is geen betere manier om het landschap te verkennen dan te voet. En dan niet alleen het landschap van flora en fauna, maar ook het landschap van de mens - het heden en het verleden, romantisch en barbaars.

Deze tocht begint aan de rand van het groene hart, bij het NS-station Breukelen. U passeert het viaduct onder de snelweg en volgt dan rechtsaf de asfaltweg langs het riviertje de Aa. Links en rechts staan prachtige oude boerderijen. Wie het autoverkeer op deze weg wil mijden volgt na het viaduct rechtdoor de roodwitte tekens van het Graaf Floris V-pad, langs de Groote Heicop.

Bij boerderij Boschzicht begint ter linkerzijde een fietspad dat voor wandelaars beter geschikt is: het gras van de Boterdijk. U trekt nu echt het land in. Het water in de sloten in dit laagveengebied is bijna zwart. Na een recreatieterrein (Bosdijk) volgt u linksaf een smal, pittoresk asfaltweggetje, dat verderop overgaat in gras. Dit is de Veenkade, een naam die herinneringen oproept aan de tijd van de turfwinning.

De bochten in de kade waren ooit van stregisch belang. Dankzij de goedkope turf konden de Hollandse brouwerijen, smeltovens, bakkerijen en distilleerderijen in de zeventiende eeuw de concurrentie met het buitenland gemakkelijk aan. Maar als gevolg van de afgravingen werd in het Nederlandse laagveengebied wèl 60.000 hectare land onder water gezet. De Staten van Utrecht en Holland trachtten de vervening aan banden te leggen, maar vaak tevergeefs. Door de bochten in de Veenkade konden de boeren controleurs ruim tevoren zien aankomen.

Het veen ontstond de afgelopen tienduizend jaar door verstikking. Omdat het water van de grote rivieren door de Hollandse duinenrij werd tegengehouden, ontstond tussen de duinen en de Utrechtse heuvelrug een enorm moeras. De moerasplanten konden echter, als ze afstierven, door gebrek aan zuurstof niet vergaan zodat uiteindelijk koolstof resteerde. Op die manier groeide een vele meters dikke veenlaag.

De eerste ontwatering in dit gebied dateert uit de elfde eeuw. In de middeleeuwen staken de graaf van Holland en de bisschop van Utrecht elkaar naar de kroon. Nadat Woerden - het eindpunt van deze wandeling - in Hollandse handen was gevallen schonk de bisschop het moeras benoorden Woerden in 1085 aan de kanunniken van de Orde van St. Jan. Die haalden horigen uit (West)-Friesland voor wie de ontginning aantrekkelijk werd gemaakt: ze kregen het recht op aankoop van een "cope' (de ontgonnen percelen waren steevast 1.250 meter lang) en daarmee het recht op vrijheid.

De naam van de boerderij ter rechterzijde - Amstelzicht - mag opmerkelijk heten, maar is wel verklaarbaar. Links ligt, in zuidoostelijke richting, de Bijleveld, een afwateringskanaal dat in 1413 werd gegraven om de wateroverlast in deze streek op te lossen. Het liep van Montfoort via Kockengen naar Nes a-d Amstel - vandaar. Later diende de Bijleveld zelfs als korte vaarverbinding van Amsterdam naar de grote rivieren. Door vervening en later door inpoldering - in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw werd een aantal verveende polders, na de ontginning in de middeleeuwen, voor de tweede keer drooggelegd - verdween het noordelijke deel van de Bijleveld echter van de kaart.

Na de Geerkade passeert de route een ophaalbrug en volgt dan een asfaltweggetje met links en rechts boerderijen, achter een haag van knotwilgen. De naam van dit gehucht - Spengen oftewel Spanje - herinnert aan de tijd dat de Friese horigen hier het "beloofde land' verwierven. En zo zijn er meer: Demmerik (Denemarken), Portengen (Bretagne) en zelfs luilekkerland (Kockengen - Pays de Cocagne).

Na een kort stukje rechtsaf volgt de route linksaf de Hollandse Kade, een schitterend fietspad tussen bomen en struiken door. Het asfalt is twintig centimeter breed, wie liever over gras loopt heeft alle ruimte. Na 2,5 kilometer slaat u rechtsaf, dit is nog steeds de Hollandse Kade. Na nog een kilometer volgt u linksaf een wandelpad - pas op voor de paddestoelen - en over het erf van een boer komt u uit bij Putkop, aan de Oude Rijn. De naam van dit gehucht, net als die van andere gehuchten in de buurt (Teckop, Gerverskop), herinnert aan de tijd van de ontginning van het moeras, per "cope'.

De machtige Rijnstroom van weleer heeft plaatsgemaakt voor een brede, kronkelende sloot met stilstaand water. Maar de groentetuinen langs de oevers laten nog altijd zien hoe vruchtbaar de door de rivier zelf gevormde oeverwallen zijn. Langs het jaagpad tussen Putkop en Woerden trokken paarden of mensen tot in deze eeuw de trekschuiten voort. Nu is het, ondanks het verkeerslawaai aan de overkant van de rivier, een prachtige route naar het eindpunt, het kasteel en het station van Woerden. Hier eet men kaas uit een kuipje.

(Voor meer informatie: zie Burger-Koch-Sluis: Voetwijzer door Nederland 3, Uitgeverij Terra Zutphen)