De kleine oorlog van doener Jacques Ruts

SON, 3 DEC. “Rotterdam 14 mei 1940, dat was ook niet misselijk. De eerste bom, de bom die Otto Stein tot een obsessie zou worden, zette de tijd stil. Het jankende projectiel kwam midden op straat terecht en rukte het plaveisel open. De klok bij de tramhalte bleef staan op 13.28 uur.” Zo begint de roman "Otto's oorlog' van Koos van Zomeren.

Maar het was niet alleen Otto's oorlog. Het was ook Jacques' oorlog. Het Armageddon van Jacques Ruts. Soms komt die oorlog opeens weer boven.

Zoals de keren dat hij onmiddellijk had willen opstappen als voorzitter van PSV. Omdat hij geconfronteerd werd met een geweld waartegen hij zich niet kon verweren. De eerste keer na Ajax tegen PSV. De jeugdelftallen van beide clubs hadden een voorwedstrijd gespeeld en Ruts moest toezien hoe de bus van de C-jeugd op het terrein voor de kleedkamers totaal werd gemolesteerd. Hoe de jongetjes in het water werden geduwd, terwijl hun tassen werden afgepakt. Hoe ruiten sneuvelden. “Waar gaat dit naar toe?”, vroeg hij zich bijna stikkend van machteloze woede af. “Waar ben ik in hemelsnaam mee bezig.”

Hetzelfde overkwam hem vorige maand nog voor de uitwedstrijd van PSV tegen Anderlecht. Hij verzeilde in een confrontatie tussen Belgische politie en PSV-supporters. Een botsing die volgens Ruts volstrekt onnodig was, omdat de Eindhovense aanhang geen enkele aanstoot gaf. Maar de Belgische ordebewaarders waren zo bang voor een herhaling van het Heizel-drama dat ze bij een eerste zweem van dreiging zelf begonnen met geweld. Pantserwagens rukten op. Charges volgden. Een waterkanon werd ingezet.

“Ik ben zo verschrikkelijk geschrokken van de angst en verbetenheid bij die Belgische politieagenten”, zegt Ruts. “De manier waarop ze zich gedroegen. Het leek wel oorlog. Dat was ook het beeld dat bij mij opkwam. Rotterdam, waar ik ben geboren. Het bombardement. Vluchten. En dan later de tanks in de straten. Die pantserwagens in Brussel, dat was iets vreselijks voor mij.”

Boven de bank in de woonkamer hangt een schilderij: de Rotterdamse Schiekade, voor de oorlog. Ruts wijst zijn geboortehuis aan, dat door een bom getroffen werd. Heden en verleden vloeien hier in elkaar over.

De PSV-voorzitter denkt dat in die oorlogsjaren - hij was zeven op die 14e mei - ook de basis voor zijn onblusbare prestatiedrang gelegd is. Bouwen. Vooral niet slopen. De beste herinneringen bewaart hij aan de periode van wederopbouw in de jaren vijftig. De tomeloze activiteit in de haven. Alles kon, alles lukte. Iedereen zette zich voor de herrijzenis in.

Ruts is nog altijd bezig met de wederopbouw: 60 uur per week als hoogste inkoopbaas van Philips, 10 à 20 uur per week als voorzitter van PSV. “Ik wil iets bereiken. Ik wil iets tot stand brengen. En daar wil ik heel veel voor doen. Het enige wat me bevrediging schenkt, zijn resultaten.”

Dat past in het beeld dat mensen uit zijn omgeving van hem schetsen. In de acht jaar die hij nu aan het hoofd staat van PSV, is de club vijf keer landkampioen, drie keer bekerhouder en een keer Europa-Cupwinnaar geworden. Onder zijn leiding heeft het Philips-stadion zich kunnen ontwikkelen tot een van de modernste multifunctionele accommodaties van Europa. Jacques Ruts, zeggen de mensen uit zijn omgeving, is een zeer gedreven, zeer creatieve doener. Geen man van contemplatie. “Ik ben niet zo'n denker”, vindt hij ook zelf. Daarvoor mist hij de rust. Hij is bang, dat “als hij te vaak onderuit zakt”, als hij niet “voortdurend onder druk staat”, hij minder prestaties kan leveren.

Die ontembare dadendrang is misschien wel zijn grootste kracht en zijn zwakte. Mensen die hem kennen, zeggen dat hij groot respect oproept, maar geen grote genegenheid. Hij blijft altijd op afstand. "Meneer' Ruts, zoals de spelers en supporters hem noemen, herkent zich in dit beeld, bijt op zijn lip en slikt. “Ik ben niet zo'n gezelligheidsmens. Als je populair wilt zijn, word je afhankelijk.”

Ruts kijkt niet graag achterom. Dat heeft zo weinig zin. Maar vorige week woensdag toen hij op tv naar Anderlecht-Panathinaikos keek, moest hij toch wel even terugdenken aan Brussel drie weken tevoren, waar PSV door Anderlecht werd uitgeschakeld voor de Europa Cup 1. Als Romario en Vanenburg niet geblesseerd waren geweest, was het anders gelopen, daarvan is hij vast overtuigd. “Dan hadden wij vorige week woensdag tegen de Grieken gespeeld.”

Tegelijkertijd vindt hij het te simpel om zich te verschuilen achter de blessuregolf die PSV vanaf het begin van het seizoen heeft geteisterd. De uitschakeling voor de Europa Cup 1 en het vertoonde spel in de competitie hebben volgens hem ook de zwaktes van deze selectie blootgelegd. “Het team blijkt te afhankelijk van spelers als Romario en Vanenburg. Er is iets mis met de mix. We hebben ook elders in het team behoefte aan meer voetbalkwaliteit.”

Ruts zegt dat het PSV-bestuur “toch wat teleurgesteld is over de prestaties van bepaalde spelers”. Daar staat tegenover dat het bestuur ook aangenaam verrast is “over de prestaties van andere spelers”. Namen wil hij niet noemen, omdat dit onzorgvuldig zou zijn. Wel zegt hij dat de komende maanden “een aantal maatregelen” zal worden voorbereid en “dat we voor volgend seizoen “aan de selectie zullen sleutelen”. De aanstormende jeugd krijgt meer kansen. Sommige uitgeleende spelers worden teruggehaald.

Volgens Ruts is PSV dat niet alleen verplicht aan zijn publiek en zijn sponsors maar ook aan zijn sterspelers als Romario, Vanenburg en Kieft, die Europees topvoetbal willen spelen. Hij kan zich best voorstellen dat Vanenburg bijzonder teleurgesteld is over de vroegtijdige eliminatie van PSV de afgelopen twee jaar in de Europa Cup. “Dat zijn wij ook. Er mag geen misverstand bestaan over onze ambities. Wij blijven streven naar de top.”

Ruts gaat er vanuit dat zowel Romario als Vanenburg ook volgend seizoen nog in Eindhoven zal voetballen. Beiden zijn nog gebonden aan meerjarige contracten. PSV peinst er niet over om ze te laten gaan. “Maar we zijn geen voorgeprogrammeerde robots. Als we fabelachtige aanbiedingen krijgen, zullen we die serieus moeten wegen. Daar is op dit moment geen sprake van.”

De PSV-voorzitter bestrijdt dat de kloof tussen Romario en de rest van het team onoverbrugbaar is geworden. Hij zegt dat veel spelers “geweldig teleurgesteld waren” dat Romario bij een aantal belangrijke wedstrijden niet inzetbaar of in topvorm was. Hij zegt dat “er zonder goede reden twijfel is gerezen aan de inzet en oprechtheid van Romario”. En dat Romario zelf misschien het meeste onder zijn afwezigheid heeft geleden. “Hij heeft een hele lastige enkelblessure. Genezing vergt tijd.”

De relatie van Romario met de rest van de selectie “valt door de bank genomen wel mee”, zegt Ruts. Technische staf en bestuur zijn gespitst op het voorkomen van escalatie en blijvende ontwrichting. Want wat verziekte verhoudingen voor consequenties kunnen hebben, weet Jacques Ruts nog heel goed van twee seizoenen geleden, toen Wim Kieft - “een gouden jongen” - de benen nam. “In de persoonlijke relatiesfeer was er bij hem een knop omgegaan. Ik neem het mezelf nog altijd kwalijk dat we dat niet hebben kunnen voorkomen. Daarom zijn we daar ook extra attent op in het geval van Romario.”

Dat de Braziliaanse vedette zijn club nog onlangs in het maandblad Sport International zwaar bekritiseerde en zijn trainers “stomkoppen” noemde, is volgens Ruts te wijten aan “emoties, cultuurverschillen en misverstanden”. Romario heeft tegenover het bestuur verklaard dat hij zijn uitspraken betreurt en dat zijn woorden op tal van plaatsen niet juist weergegeven zijn.

Ruts vindt in het algemeen “dat bepaalde sportjournalisten de regels van de ethiek op grove wijze schenden”. Door geruchten te verspreiden, complete campagnes te beginnen en mensen op een persoonlijke, doelgerichte wijze te beschadigen. “Waar zijn die mensen in godsnaam mee bezig. Ze schrijven elkaar nog over ook.”

De PSV-voorzitter noemt het “stuitend” hoe trainer Bobby Robson vorig seizoen werd afgeschilderd als een onbenul op technisch en taktisch gebied. Dat is geen willekeurig voorbeeld. Hij vindt dat Robson nu opnieuw onheus wordt belaagd. Het weekblad Voetbal International wist Robson anderhalve week geleden te vertellen dat PSV al achter diens rug om had besloten zijn contract aan het eind van het seizoen niet meer te verlengen. “Volstrekt onwaar”, zegt Ruts. “Dat hebben we Robson ook direct verteld.”

Toch bracht Voetbal International afgelopen week het verhaal over de acht mogelijke opvolgers van Robson. Hoe kun je je verdedigen tegen dergelijke stemmingmakerij, vraagt Ruts zich af? Ook dat is geweld waar hij geen antwoord op weet.