De anti-held

“Ik ben geen winnaarstype”. Dat zei de Franse tennisser Guy Forget in de lente van dit jaar, toen duidelijk was geworden dat hij opnieuw Roland Garros niet zou winnen. Toen ik het las dacht ik twee dingen: wat eerlijk van Forget en wat noodlottig voor zijn tennistoekomst. Het eerste houd ik staande, maar het tweede niet meer. Afgelopen weekeinde is aangetoond dat Forget ondanks zijn natuurlijke handicap zelfs de allerbelangrijkste matches kan winnen. Maar dan wel op voorwaarde dat zijn teamcaptain Yannick Noah achter hem staat en zijn ploeggenoot Henri Leconte naast hem. Plus 8400 uitzinnige landgenoten op de tribune. Om van Forget een winnaar te maken moet dus aan een trits factoren worden voldaan.

Het was schitterende televisie, deze eindstrijd om de Davis Cup in Lyon. Dat begon al vrijdag, toen Forget als een kind naar de slachtbank van Agassi werd geleid. Toen was het Leconte, die de show stal met zijn gebalde vuist-act, zijn riskante overrompelingsstrategie en zijn inspelen op het publiek. Zaterdag liep Forget in de dubbel aan het handje van Leconte, die met de zwier van een musketier (d'Artagnan bij voorbeeld) over de baan draafde en honderden keren zijn wijfelende partner vertelde wat er gebeuren moest. Noah sloot daar dwingend bij aan. Hij bestookte in de pauzes de nummer 7 van de wereld met adviezen. Zijn donkere ogen boorden zich na elke twee games in de onrustige kijkers van zijn onzekere speler. Het leek op hypnose. Forget zat daar maar te vegen met zijn handdoek, terwijl zijn captain de wankelende acteur aan zijn beste teksten probeerde te houden.

Af en toe voelde ik medelijden met Forget. Hij staat bekend als een vriendelijke man, sowieso niet echt thuis in de slangenkuil van het toptennis - een beetje zoals dat ook voor Pete Sampras geldt. Weliswaar had hij dit jaar al zeven toernooien gewonnen, maar nergens was de spanning zo voelbaar als in deze finale van de Davis Cup, die sedert 1932 niet meer in Franse handen was geweest. Forget leek niet bestand tegen de sfeer in deze van emotie overkokende Kuip. Vrijdag was hij na een vlotte start kleurloos en moedeloos weggemanoeuvreerd door de koude kikker uit Las Vegas, zaterdag had hij slechts dank zij de brutale agressie en de soms geniale oplossingen van de boekanier Leconte kunnen winnen. En zondag stond hij er alleen voor en mentaal sidderde hij bij de gedachte dat hij ook zijn tweede enkelspel zou kunnen verliezen.

Maar de Fransen trokken hem over de streep, met man en macht. Er zijn soms partijen, waarin het publiek uitmaakt wie er wint. Gelukkig blijft dit een uitzondering, maar het komt voor en Lyon was ditmaal zo'n voorbeeld. Sampras en Forget konden er niet alles meer aan doen: het leek alsof ze gestuurd werden gelijk een modelvliegtuigje. Men kan stellen dat het Franse publiek de wetten der sportiviteit aan zijn laars lapte. Er was geen respect voor Sampras, er was louter de aan Forget opgelegde dwang om te winnen. Ooit is op Wimbledon een dames dubbelfinale gespeeld (ik meen in 1951) waarin het precies zo ging. Het opeengepakte centercourt-publiek had zich in het hoofd gezet dat Louise Brough en Margaret Dupont nu maar eens niet moesten winnen. En het fluïdum van de tribunes beïnvloedde de speelsters dermate hevig dat Shirley Fry en Doris Hart boven hun kunnen speelden en wonnen: 13-11 in de tweede set. Het is een bijna-griezelige gedachte, dat een enkele keer niet de normale krachtverhoudingen van de spelers de doorslag geven, maar dat de gebundelde kracht van het publiek de dienst uitmaakt.

Op eigen service was Forget met het geloei van Noah in zijn oren, in de vierde set op 15-40 achter gekomen en 5-4 voor. Toen sloeg hij een ace! Maar was het Forget wel, die dat presteerde? In theorie had hij aan de spanning en de emotie kapot moeten gaan. Maar zijn team en zijn aanhang droegen hem over de branding naar het veilige strand. Volkomen verdwaasd liep hij even later de ereronde mee, Met ontbloot bovenlijf achter de anderen aan sjokkend. Een anti-held in de rol van grote overwinnaar.