Britse minister weer in opspraak

LONDEN, 3 DEC. De Britse minister van justitie en binnenlandse zaken, Kenneth Baker, is voor de tweede maal in vier dagen in opspraak gekomen door zijn asiel- en vluchtelingenbeleid. Het High Court gelastte de minister gisteren tot “heroverweging” van zijn besluit om een openlijke voorstander van onafhankelijkheid van de Sikhs naar India te deporteren. Afgelopen vrijdag creëerde een andere rechter een constitutioneel unicum door de minister persoonlijk aansprakelijk te stellen voor het illegaal uitwijzen van een asielzoeker naar Zaïre. Kenneth Baker liet gisteren een bijeenkomst van EG-ministers van justitie schieten om zich te kunnen verdedigen in het Lagerhuis. “Ontslag, ontslag”, riepen de oppositiepartijen hem toe.

Premier Major heeft vrijdag laten weten dat hij Baker niet zal ontslaan, maar de positie van de minister is door de nieuwe uitspraak opnieuw moeilijker geworden. De rechter zei “enorm ongerust” te zijn over de beslissing van Baker dat een Sikh die al twintig jaar op grond van een onbeperkte verblijfsvergunning in Engeland woont en die twee kinderen met Britse nationaliteit heeft, naar India dient te worden gedeporteerd. Hij verweet Baker vooral, dat hij geen blijk had gegeven van enige reactie op een rapport van de organisatie voor de rechten van de mens Amnesty International, waaruit blijkt dat Sikhs die voor een eigen staat vechten in India worden vervolgd. Baker beloofde gisteren dat hij zich opnieuw in de zaak van de Sikh, in zijn ogen een “bedreiging voor de nationale veiligheid” omdat hij banden met Sikh-terroristen zou onderhouden, zal verdiepen.

Baker hield het Lagerhuis voor dat hij in hoger beroep gaat van de uitspraak die hem persoonlijk aansprakelijk stelt voor het doorzetten van de uitwijzing van de Zaïrese asielzoeker. Baker verdedigde zich door te zeggen dat hij zich niet “boven de wet” achtte, maar dat hij de uitwijzing had doorgezet op advies van zijn juridische adviseur. Zijn schaduw bij Labour, Roy Hattersley, zei: “Zijn er dan geen omstandigheden waaronder u het terecht zou vinden de eervolle weg te kiezen en ontslag te nemen uit de functie waarvan u zich zo ontoereikend kwijt?”