België (1)

In een beschrijving van het Vlaams Blok (NRC Handelsblad, 25 november) schrijft de Brusselse correspondent over het zogeheten Egmont-pact van 1977, “dat moest leiden tot een federale staatsvorm. Senator Lode Claes verzette zich daartegen omdat er in zijn visie geen sprake kan zijn van federalisme, maar alleen van afscheiding. België moest uiteenvallen in twee aparte staten, Vlaanderen en Wallonië.” Alhoewel ik mij nu al twaalf jaar geleden uit de politiek heb teruggetrokken (en nooit tot het Vlaams Blok heb behoord), heeft deze passus mijn aandacht getrokken.

Ik ben van oudsher een militant voorstander van de emancipatie van de Vlamingen in België, maar dat sloot voor mij niet een afscheiding in. De Vlamingen vormen inderdaad een meerderheid in het land. Indien aan hun minorizatie een einde gesteld zou worden, zou een afscheidingsbeweging veeleer van de dominerende minderheid verwacht moeten worden. Die zal zich daarover toch wel tweemaal bezinnen. Thans gaat de minorizering verder, grotendeels door het tekortschieten van de nieuwe Vlaamse bovenlaag, vooral, maar niet uitsluitend in haar politiek segment.

In deze “taalkundig verscheurde schijnnatie”, zoals een van de redakteurs België noemt, heeft dit de laatste jaren geleid tot een hoogst zonderlinge maar precaire federale staatsvorm, die grondig verschillend en tegengesteld is tussen Noord en Zuid, en bijzonder bruikbaar voor allerlei chantages en transacties. Men kan een toenemende algemene chaos, een verval en zelfs het uiteenvallen van het land voorzien, wat ik nooit heb gedaan. Een democratische proportionaliteit had het beëindigen van de minorizering van de Vlaamse meerderheid kunnen meebrengen.