Banken beschikken vandaag over lot van media-imperium; Keizerrijk van Maxwell wankelt

LONDEN, 3 DEC. De erfgenamen van mediamagnaat Robert Maxwell, zoons Kevin en Ian, worden vandaag opnieuw geconfronteerd met de mogelijkheid dat hun vader een failliete boedel heeft nagelaten. Of dat zo is, hangt af van het oordeel, vandaag, van zo'n 30 banken, die samen een kleine miljard pond hebben geleend aan het web van privé-bedrijven van de familie Maxwell.

Die privé-bedrijven hebben een meerderheidsbelang in de twee aan de beurs genoteerde onderdelen van het Maxwell-media-keizerrijk: Maxwell Communication Corporation (MCC) en Mirror Group Newspapers (MGN). Tot nu toe hebben Kevin (MCC) en Ian (MGN) het ingewikkelde conglomeraat van belangen met kunst- en vliegwerk draaiende weten te houden, door de banken ervan te overtuigen dat alle uitstaande schulden afgelost kunnen worden. Maar gisteren, vlak voor opening van de beurs, werd op verzoek van de broers de handel in aandelen MCC en MGN opeens opgeschort. Vanochtend is uitgelekt waarom: accountants die bezig zijn het netwerk van privé-belangen van wijlen Robert Maxwell te ontrafelen, hebben een miljoenentekort ontdekt in de pensioenfondsen van zowel MCC als MGN. De pensioenfondsen worden beheerd door, opnieuw, een Maxwell-bedrijf: Bishopsgate Investment Management.

Sinds Robert Maxwell vier weken geleden voor de kust van de Canarische Eilanden overboord viel of stapte van zijn jacht Lady Ghislaine heeft de ontrafeling van zijn zakelijke belangen crisis na crisis opgeleverd. Maxwells zoons probeerden de speculatie over de mogelijke doodsoorzaak van hun vader, overigens nog steeds niet definitief vastgesteld, af te doen als “headline hysteria”. Maar of Captain Bob nu is geduwd, gesprongen of gevallen, zeker is inmiddels dat hij onder veel grotere druk heeft gestaan dan op 5 november zichtbaar was voor de buitenwereld en mogelijk ook voor zijn zoons.

De man die twintig jaar geleden door het Britse ministerie voor handel en industrie dodelijk werd bestempeld als “ongeschikt voor het beheren van een beursgenoteerd bedrijf” had zich opnieuw een meester betoond in het "creatief' financieren van zakelijke ondernemingen, maar stond op het punt als zodanig te worden ontmaskerd. Zo dreigde de Swiss Bank Corporation al vanaf oktober jl., zo blijkt achteraf, aan de grote klok te hangen dat Maxwell niet over de brug was gekomen met het onderpand voor een lening van 55 miljoen pond aan één van Maxwells privé-bedrijven. De bank schakelde uiteindelijk postuum de politie en het Serious Fraud Office in, die nu hebben ontdekt dat Maxwell het aan SBC toebehorende onderpand aan Japan had verkocht.

MCC, het hart van de Maxwell-belangen, was met schuld beladen, sinds Maxwell in 1988 op de top van de boom 3 miljard pond had neergeteld voor de Amerikaanse uitgeverij Macmillan en de Official Airlines Guide. De schattingen van die schulden lopen uiteen van 1,3 tot 1,7 miljard pond en dat is nadat Maxwell in maart jl. zijn dierbaarste geesteskind, Pergamon Press, voor 440 miljoen pond aan Elsevier had verkocht.

Eind september al had een documentaire van de BBC (die Maxwell had proberen tegen te houden) de aandacht gevestigd op de lemen voeten van de reus en het begrip the Max factor geïntroduceerd: de eigenaardigheid dat aandelen in bedrijven waarin Robert Maxwell het voor het zeggen had, op de markt altijd ondergewaardeerd leken te worden. Kort daarop deed de Wall Street Journal - de voornaamste belangen van Maxwell liggen in de VS - er nog eens een schepje bovenop met een soortgelijk verhaal onder de titel "Het Gezwollen Imperium'. Beide journalistieke onderzoeken signaleerden Maxwells gewoonte om te goochelen met aandelenpakketten, die van het ene Maxwell-bedrijf bij het andere Maxwell-bedrijf in onderpand werden gegeven. Beide stootten ook in laatste instantie op een muur van ondoorzichtige bv's in oorden als Liechtenstein en Gibraltar.

Sinds de dood van de tycoon en diens typerende, pompeuze begrafenis op de Olijfberg in Jeruzalem, hebben Kevin en Ian Maxwell bijna continu moeten koorddansen om beleggers en banken gerust te stellen met de verzekering dat tijd ook raad zou bieden. Kevin Maxwell gaf toe dat er, wat MCC betreft, een “herstructurering van de schuldenaflossing” zou moeten plaats hebben, maar bezworen dat er voldoende onbelaste bezittingen waren om MCC overeind te houden “ook al dalen de aandelen tot nul”. De broers begonnen al vast met het afstoten van bezittingen (Macmillan Computer Publishing bijv. voor 158 miljoen dollar) en wezen erop dat ze tijd genoeg hadden: de eerste lening van 1,25 miljard vervalt pas in oktober 1994.

Het lot van MCC en MGN op de beurs was ondertussen treurig en vreugdevol tegelijk. MCC is sinds de dood van Maxwell Sr en de onthullingen over de financiële moeilijkheden gedegradeerd tot ongeveer eenderde van de waarde, geen prettig idee voor de banken die MCC-aandelen als onderpand voor hun lening aan Maxwells privé-bedrijven hebben geaccepteerd. Vorige week besloot MCC publicatie van de halfjaarcijfers nog maar even uit te stellen. MGN is sinds de dood van Maxwell omhoog geschoten, eerst onder invloed van de Max factor, vervolgens onder die van speculatie dat de broers de winstgevende MGN zullen moeten verkopen om hun schulden bij de 30 banken te kunnen aflossen. Aandelen MGN stonden gisteren op 125 pence (77 pence bij Maxwells dood), de prijs die ervoor betaald moest worden toen de Maxwells in mei jl. 49 procent van het aandelenkapitaal op de markt brachten. “Het is het enige winstgevende onderdeel in het hele bedrijf, dat onmiddellijk verkocht kan worden”, zeiden analisten vanmorgen. De banken beslissen vandaag of daarvoor het moment gekomen is.