Apple-oprichter jaagt op nieuw succes

Steve Jobs, mede-oprichter van Apple, is op zoek naar nieuw succes. Met Next wil hij de wereld veroveren. Nederland is het bruggehoofd voor Europese exansie.

De loods op Schiphol Zuid is zo grijs als de winterlucht. Buiten wijst niets erop dat binnen wordt gewerkt aan de verwezenlijking van een Amerikaanse droom.

Al zes jaar lang probeert de legendarische mede-oprichter van het Amerikaanse computerconcern Apple - Steve Jobs - het succes van Apple met een nieuwe onderneming en een nieuwe machine te evenaren. Tot voor kort leken de pogingen van Jobs om met Next Computer Inc. de wereld te veroveren op niets uit te lopen. Nieuw kapitaal, nieuwe produkten en Nederlandse expertise moeten nu alsnog voor een doorbraak zorgen.

Sinds afgelopen zomer “kampeert” een handvol Nextmedewerkers in gehuurde kantoortjes op de tweede verdieping van het Nedlloyd Districenter op Schiphol. Ingeklemd tussen landingsbaan en autosnelweg zetelt hier tussen de verhuisdozen het logistieke hart van Nexts Europese organisatie.

Tegenwoordig zijn veel Amerikaanse computerbedrijven voor ongeveer de helft van hun omzet aangewezen op de Europese markt. Ook Next waagde daarom begin dit jaar de oversteek naar Europa. De Europese omzet van het kleine bedrijf - honderd werknemers - moet dit kwartaal oplopen tot 24 miljoen dollar, veertig procent van het totaal.

De Europese expansie heeft Jobs toevertrouwd aan de Nederlander Theo Wegbrans, sinds juli 1990 president Europa van Next. Een van de eerste taken voor Wegbrans was het opzetten van een Europees distributienet voor de Nextcomputers die in Californië worden geproduceerd.

Wegbrans koos voor een Nederlands distributiecentrum. Het fysieke transport van de computers, die 's ochtends met het vlieguig uit Los Angeles arriveren, heeft Wegbrans uitbesteed aan Nedlloyd. “Hoe je het ook berekende, Nederland is op dit punt nauwelijks te verslaan.”

Wegbrans, afkomstig van Hewlett-Packard, maakt deel uit van de kleine inner-circle rondom de kleurrijke Jobs die ervoor moet zorgen dat de plannen van de "meester' in klinkende munt worden omgezet. Wegbrans moet voor de dromen van Jobs een markt zien te vinden.

Toen Jobs en Steve Wozniak in 1977 de eerste Apple-computer in elkaar knutselden werden ze eerder gedreven door idealen dan door zakelijk instinct. Computertechnologie was destijds nog het exclusieve domein van grote Amerikaanse ondernemingen en overheidsinstellingen. Kleine, goedkope en eenvoudig te bedienen machines moesten de computertechnologie democratiseren.

“Die ideologie zit er nog steeds in, zowel bij Jobs als bij de ontwerpers van Next”, vertelt Wegbrans in een van Nedlloyd gehuurd conferentiezaaltje. Hij brengt zijn handen naar zijn slapen: “Ze hebben nog steeds die visie, die droom dat iedereen zo'n computer moet hebben.

“De engineers hebben daarom nog steeds moeite met de marketing van het produkt. Marktsegmenten en niches zijn woorden die ze eigenlijk liever niet horen. Gelukkig hoeven die mensen zich niet met de field-operations te bemoeien.”

Om voortdurende conflicten met de "zieners' in Palo Alto te vermijden heeft Wegbrans een grote autonomie bedongen voor de Europese organisatie. “Daarover heb ik eerst maandenlang met Jobs onderhandeld. Het uitgangspunt is: Europa leidt Europa.”

Pag 16:

Steve Jobs klaart met Next de volgende pioniersklus

Compententieconflicten zijn Jobs niet onbekend. In 1985 belandde Apple in de rode cijfers. Het bedrijf werd toen geleid door president-directeur John Sculley (ex-Pepsi Cola). Jobs was vice-president. Na een hooglopende ruzie over mogelijke reddingsplannen zette Sculley Jobs uit zijn eigen onderneming. Samen met een handvol getrouwen betrok Jobs enkele maanden later een pand elders in Sillicon Valley en begon opnieuw.

De koers van Next werd in het begin bepaald door de uitkomst van een rechtszaak die Apple onmiddellijk tegen Jobs aanspande. Next moest verre blijven van de technologie die door Apple was ontwikkeld, verordonneerde de rechter. Ook moest Jobs beloven uit het commerciële vaarwater van Apple te blijven: de Next-computers moesten veel krachtiger worden dan de toen gangbare Apple-machines.

Drie jaar later kwamen de ontwerpers van Next voor de dag met een computer die in capaciteit vergelijkbaar is met de krachtige computers - werkstations - zoals die onder andere door SUN worden gemaakt, maar - zegt Next - veel vriendelijker is in het gebruik. Next koos voor de besturing van de basisfuncties van de machine voor het zogenoemd Unixbesturingssyteem. Unix is onder computerliefhebbers uiterst populair omdat het systeem veel mogelijkheden biedt. Tegelijk is het nogal moeizaam in gebruik. De Next moest uitkomst bieden: een veelzijdige, professionele machine die door een kinderhand bediend kan worden.

De nieuwe machine van Steve Jobs kreeg in het begin - uiteraard - veel aandacht. Maar een commercieel succes werd het niet. De machine was gezien zijn prijs te langzaam en had te weinig geheugen, klaagden de computeranalisten in VS. Bovendien kwam de distributie niet goed van de grond en werden slechts mondjesmaat programma's voor de machine geschreven. De Next baarde eigenlijk nog het meeste opzien door zijn design: het was een van de eerste zwarte computers in een wereld van gebroken wit.

Even was het stil rondom Next. Todat Jobs het in september vorig jaar opnieuw waagde. De oorspronkelijke machine Next cube werd verbeterd en kreeg een nieuwe naam: Nextcube. Daarnaast kwam er een goedkope variant, Nextstation, evenals twee computers geschikt voor kleur. De prijzen gaan omlaag en de prestaties omhoog, oordeelden de analisten. Aarzelend boekte het bedrijfje weer verkoopsucces.

In het eerste kwartaal van dit jaar verkocht de onderneming 8.000 computers, in het tweede kwartaal werd een omzet behaald van vijftig miljoen dollar, over het derde kwartaal wil de onderneming niets zeggen en het vierde kwartaal zou goed moeten zijn voor zestig miljoen dollar. Meer gegevens wil het bedrijf - dat volgend jaar rond deze tijd naar de beurs wil - niet kwijt. Amerikaanse analisten vermoeden dat de verkopen in het derde kwartaal ongeveer veertig procent lager waren dan in het tweede kwartaal.

Om de Europese verkoop van de grond te krijgen werden dit jaar honderd verkoopcentra in de buurt van universiteiten en onderzoeksinstellingen gestart en 250 zelfstandige Next Centers voor de commerciële markt. In Duitsland en Zwitserland, waar Next sinds begin dit jaar actief is, heeft het bedrijf inmiddels vijftien procent van de markt voor werkstations in handen, zegt Wegbrans. Daarmee zou Next ongeveer de vijfde positie in dit marktsegment innemen: vlak achter de groten als SUN, Hewlett-Packard, Digital en IBM.

In 1995 moet de Europese omzet zijn gestegen tot één miljard dollar, zegt Wegbrans. “We gaan uit van een jaarlijkse omzetgroei van honderd procent in het conservatiefste scenario.”

Wegbrans wil profiteren van de snelle groei van de markt voor werkstations in Europa. In 1990 werden 125.000 computers in dit segment verkocht, dit jaar zullen dat er ongeveer 200.000 zijn en analisten verwachten voor 1992 een markt van 280.000 stuks.

“De markt groeit razendsnel, zo snel dat volgend jaar waarschijnlijk het jaar van het werkstation wordt”, zegt K. Benson van onderzoeksbureau Dataquest in Parijs. “Tegelijkertijd zal het aantal concurrerende machines snel toenemen. Bijna alle grote fabrikanten introduceren in de komende maanden nieuwe produkten.”

Of Next zich daarin staande kan houden hangt af van het marketing-talent van mensen als Wegbrans. Jobs zou Jobs niet zijn als de Next geen "revolutionaire' eigenschap zou bezitten. Die eigenschap moeten Wegbrans cs proberen uit te buiten. En, zegt Benson van Dataquest: “Radicale vernieuwingen zijn meestal moeilijk te verkopen.” Het geheim van Next? Software-ontwerpers hebben ontdekt dat de ontwikkeltijd van computerprogramma's met een Next dertig procent bekort kan worden omdat de machine uiterst geschikt is voor het zogenoemde object-oriented programming, een nieuwe methode van programmeren die sneller en goedkoper is.

Traditioneel bestaan computerprogramma's uit duizenden coderegels, geschreven in computertalen die allemaal hun eigen weinig-gebruikersvriendelijke symbolen hebben. Bovendien zijn de instructies en de data gescheiden opgeslagen.

Bij object-programmering worden op de computer "objecten' gemaakt die sterk lijken op het origineel dat in de werkelijkheid bestaat. Een "object' is niets anders dan een blokje software, waarin de instructies en de data zijn gecombineerd.

Het grote voordeel van objecten is dat het mogelijk wordt lange computerprogramma's op te bouwen uit vele, geprefabriceerde kleintjes waardoor de produktietijd omlaag gaat. Object-programma's kunnen bovendien gemakkelijker aangepast worden aan de steeds veranderende eisen van de gebruiker: bestaande objecten kunnen worden vervangen door nieuwe, zonder dat het programma als een kaartenhuis in elkaar zakt.

Next heeft geen monopolie op de nieuwe programmeermethode maar Jobs was een van de eersten die het belang ervan inzag en zijn produkt erop toesneed. “Het is niet ondenkbaar dat de markt niet snel genoeg rijp wordt voor de nieuwe programmeermethode,” zegt Benson van Dataquest, “Jobs zou wel eens te vroeg kunnen zijn.”

Voorlopig zullen de Europese verkopers van Next het ermee moeten doen: de volgende belangrijke produktintroductie is pas voorzien voor eind 1992.