Almaar rijker en rijker dankzij Amerika

Tsutomu Hata, Japans nieuwe minister van financiën, gaf vrijdag zijn eerste persconferentie voor buitenlandse correspondenten in Tokio. Hata, met nog heel weinig ervaring op het terrein van publieke financiën, week geen milimeter af van de teksten die door zijn ambtenaren waren voorbereid. Stafleden achter hem zwaaiden met kartonnen kaartjes waarop telkens met de hand geschreven de minuten stonden die de buitenlandse journalisten nog voor vragen hadden.

@@@De Financial Times deed gisteren alsof het ging om een exclusief gesprek tussen Hata en de bureauchef van de krant in Tokio. De correspondenten van de Wall Street Journal, die er ook waren, meldden gewoon de ware toedracht.

Hata echode het standpunt van de bureaucraten van het ministerie van financiën, die niet zijn vergeten hoe een geduchte voorganger destijds over hen heen was gewalst door tegen hun zin een expansief beleid te voeren. “Ik ben tegenstander van het stimuleren van de economie door de publieke investering op te voeren”, las Hata braaf van de teksten van zijn ambtenaren voor. De toch al doodnerveuze beurs van Tokio reageerde gisteren prompt met een koersval van 3,1 procent.

Hata (56), afkomstig uit Shinshu, een agrarisch kiesdistrict in de bergen van centraal Japan, werkte tien jaar voor een busonderneming voor hij de politiek in ging. Hij heeft een graad in de economie en was in het midden van de jaren tachtig minister van landbouw en voerde de onderhandelingen met de VS over opening van Japans markten voor vlees en sinaasappelen.

In die dagen haalde James Baker, toen Amerika's minister van financiën, met succes zijn Japanse collega, de assertieve en briljante Miyazawa, over de Japanse economie te stimuleren. Er volgde een explosie van grond- en effectenprijzen die Japanse investeerders aan vrijwel gratis financieringsmiddelen hielp. De Japanse economie boomde, vorig jaar nog met een robuuste 5,7 procent: in één jaar tijd de economie van België erbij.

Daarop volgde een periode van hoge rente, kelderende effectenkoersen en afkoeling. Dit jaar groeit de economie met 3,8 procent en melden de grote Japanse concerns de een na de ander forse winstdalingen. De afzwakkende conjunctuur weerspiegelt zich in de investeringscijfers: volgend jaar zouden de investeringen nog maar stijgen met 1,8 procent. De Japanse ondernemers snakken naar een bestedingsimpuls.

Daarop hoeven ze niet lang te wachten. Tijdens de onderhandelingen over de zogeheten structurele handelsbelemmeringen dwong Washington van Tokio af dat Japan fors zou investeren in riolering, waterleidingen, parkeerterreinen, verharde wegen en vliegvelden. Op zijn beurt zou Amerika dan investeren in zijn slecht onderhouden infrastructuur, gebrekkige onderwijs en zijn tekorten moeten terugdringen. Japan zegde toe de komende tien jaar zesduizend miljard gulden te steken in zijn openbare voorzieningen, evenveel als het in een jaar verdient. Het weigerde een gespecificeerd tijdschema voor dit reusachtige project af te spreken.

Deze vorig jaar gemaakte afspraken tussen beide economische supermachten blijken, nu de economie afzwakt, een geschenk van de goden voor Japans nieuwe kabinet onder aanvoering van ... Miyazawa. In nominale termen is het afgesproken bestedingsbedrag twee derde keer zo groot als Japan in de afgelopen tien jaar in zijn openbare voorzieningen stak. Voor het lopende begrotingsjaar zijn de publieke investeringen met 6 procent verhoogd, veel te weinig om aan de afspraken met de Amerikanen te voldoen. Tijd voor Miyazawa dus om aan een forse opvoering te denken.

Door uitgifte van construction bonds, staatsobligaties waarvan de opbrengst een specifiek infrastructurele bestemming heeft, kan de financiering van de beoogde expansie soepel geschieden. Nog even geduld, en de Japanse economie boomt weer. Intussen moet Miyazawa nog wel een probleempje oplossen: de tegenvallende belastingopbrengsten als gevolg van de tegenvallende economische groei.

Die klus moet Japans nieuwe minister van financiën, Tsutomo Hata, klaren. De verwachting is dat Hata's bureaucraten op het ministerie van financiën over de compensatie van de tegenvallende belastingopbrengsten wel een compromis zullen vinden. Bijvoorbeeld door de BTW met een punt te verhogen tot 4 procent (wel heel controversieel omdat invoering van de BTW de regerende LDP de meerderheid kostte bij de verkiezing van het Hogerhuis in '89), een omzetbelasting van 6 procent op auto's en een verlenging van de tijdelijke belastingverhoging op ondernemingswinsten en olie (destijds voor de financiering van Japans chequeboekdiplomatie tijdens de Golfoorlog).

Maar dat is dan wel een compromis waarin de toezegging aan de Japanse ondernemingswereld is opgenomen dat de overheidsinvesteringen fors worden opgevoerd. Voor dat laatste tekent dan niet Hata, maar premier Miyazawa, opnieuw de bureaucraten van het machtige ministerie van financiën trotserend - met wederom dank aan Amerika.