Turnen op het slappe koord

De Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Bond (KNGB) heeft gisteren het zoveelste binnenbrandje weten te blussen. Opnieuw stond het turninternaat op Papendal centraal.

Na jaren van twijfel over het bestaansrecht van het internaat, na zware kritiek op begeleiding en resultaten, maakte de bond twee jaar geleden een eind aan de alleenheerschappij van Papendal. De KNGB concludeerde dat de kloof tussen internaat en verenigingen wel heel groot was geworden. Dus werd er overgegaan tot een soort tweesporenbeleid. Papendal zou het centrum blijven voor het nationale keurkorps. Basisclubs en regionale steunpunten zouden voor verse aanvoer zorgen. De decentralisatie van het Nederlandse topturnen.

Sindsdien is de positie van het turninternaat steeds verder afgekalfd. Twee afdelingen van de gymnastiekbond lanceerden in september het voorstel om het nationale turncentrum maar op te heffen. Een voorstel dat werd ingetrokken in afwachting van een nieuw meerjarenbeleid. Maar nauwelijks was die storm geluwd of enkele club- en steunpunt-trainers klaagden in een brandbrief over het isolement van Papendal. Gisteren vond spoedberaad plaats onder leiding van sectievoorzitter wedstrijdsport Rob Janssen

Wat is de uitkomst van dat gesprek?

“We hebben gezamenlijk besloten een trainersplatform te formeren. Die zal bestaan uit de cheftrainer en vier andere trainers van de Papendal-staf, de regio's en de thuisverenigingen. Doel is om de communicatie tussen de diverse geledingen te verbeteren.”

Wat was er mis met die communicatie?

“We moeten constateren dat de staf van Papendal te geïsoleerd heeft gewerkt. Dat was niet bevorderlijk voor de samenwerking. Waar de schuld lag, kan me niet zoveel schelen. Iedereen heeft gisteren de bereidheid getoond te werken aan verbetering.”

De staf van Papendal heeft al eerder laten weten dat ze overbelast is. Gert-Jan Nieuwstad, de assistent van cheftrainer Reinhard Tietz, heeft verklaard dat de aanstelling van een derde trainer absoluut noodzakelijk is. Is daar uizticht op?

“Nee, daar is voorlopig geen enkele kans op. We zitten niet ruim in de middelen. We zullen moeten leven met de beperkingen die er nu eenmaal zijn.”