Stagnerende oecumene oorzaak spirituele en financiële crisis; Wereldraad moet sterk inkrimpen

GENÈVE, 2 DEC. De oecumene, de verbroedering tussen de christelijke kerken, stagneert. Derhalve verkeert ook hun als bindend element bedoelde organisatie in crisis, zowel spiritueel als financieel. De Wereldraad van Kerken (WCC) moet sterk inkrimpen. Voor eind volgend jaar verdwijnen 70 van de 340 arbeidsplaatsen, zo heeft het bestuur vorige maand besloten.

Meer aandacht voor de kerkleer, de blik naar binnen gericht, dat is de nieuwe tendens binnen de WCC, die nu drastisch wordt gereorganiseerd. De drie hoofdafdelingen met in totaal zestien onderafdelingen worden vervangen door vier programma-eenheden: "Gerechtigheid, vrede en schepping', "delen en dienst', "eenheid en vernieuwing' en ten slotte "zending, opvoeding en getuigenis'. De top wordt uitgebreid met een communicatieafdeling, een bureau voor betrekkingen met de leden-kerken en een bureau voor de contacten met andere godsdiensten.

Deze nieuwe structuur moet de financiële crisis helpen verlichten. Het tekort van 4,5 miljoen gulden voor dit jaar op een begroting van 50 miljoen moet eind volgend jaar grotendeels zijn weggewerkt door ingrijpende bezuinigingen en natuurlijke afvloeiing van personeel.

De recente zitting van het Centraal Comité, het dagelijks bestuur, verliep ondanks deze ver strekkende besluiten veel minder tumultueus dan was verwacht na de bijna traumatische Assemblée in Canberra in maart dit jaar. In de Australische hoofdstad kwam de noodzaak van reorganisatie schrijnend aan de oppervlakte.

De WCC was schromelijk tekortgeschoten, vond een meerderheid. De strijd tegen onrecht in de wereld, tegen racisme, de wapenwedloop, en tegen schendingen van de rechten van de mens hadden de discussie over de eenheid van de kerken volledig ondergesneeuwd. De WCC was opgedeeld in een conglomeraat van eilandjes, elk met eigen belangengroepen. De bevlogen voortrekkersrol van de jaren zestig en zeventig verloor in het no-nonsense-tijdperk zijn glans. Inspirerend leiderschap ontbrak om nieuw elan te geven. Kortom: in Canberra botsten de geesten.

De WCC werd het slachtoffer van een bittere richtingenstrijd, of liever, volgens sommigen, van eigen richtingsloosheid. Een inhaalmanoeuvre was onontbeerlijk, weg van de soms tegengestelde belangen, weg van politieke kretologie, en terug naar de eigenlijke doelstelling, de eenheid van de kerken.

De orthodox-gezinde voorzitter van het Centraal Comité, de Armeens-apostolische aartsbisschop Aram Keshishian, schreef in zijn verslag: “Voor sommigen was het de Assemblée van de versnippering, een forum voor het najagen van bepaalde agendapunten. Voor anderen ontbrak een heldere visie”. Anderen typeerden "Canberra' als de “ondergang van de WCC in ketterij”, en weer anderen waren van mening dat de WCC zijn doel heeft bereikt en nu een natuurlijke dood moet sterven.

De 320 uiteenlopende kerkgenootschappen uit honderd landen, van fundamentalisten tot aanhangers van de bevrijdingstheologie, weerspiegelen “de rijkdom aan christelijke verscheidenheid”, aldus de altijd opgewekte algemeen secretaris van de WCC, Emilio Castro. Minder blijmoedige geesten, zoals de orthodoxe deelnemers, de evangelicalen en de anglicaanse kerk van Australië, overwegen uit protest tegen een verondersteld gemis aan diepgang binnen de WCC hun lidmaatschap op te zeggen.

In een open brief legden de evangelicalen de vinger op open wonden: zij suggereerden dat de WCC veertig jaar lang de communistische onderdrukking van religie had gedoogd. De WCC zou het te druk hebben gehad met “linkse stokpaardjes” als de apartheid in Zuid-Afrika of het regime-Pinochet in Chili om effectief het hoofd te bieden aan de communistische onderdrukking in Oost-Europa.

Niet iedereen onderschrijft die mening. Aukje Westra, de gereformeerde Nederlandse afgevaardigde, kijkt liever niet te ver terug. Zij zet wel vraagtekens bij de door de WCC geprezen moed van de sinds de perestrojka veel mondiger geworden russisch-orthodoxe kerk tijdens de poging tot staatsgreep van augustus. Zij is één van de weinigen die in de discussie een door Emilio Castro van orthodoxen en evangelicalen overgenomen pleidooi voor meer eenheid, kortom voor meer introspectie, van kanttekeningen voorziet: “Het belang van de oecumene is niet in de eerste plaats gelegen in kerkelijke eenheid, maar in wat de kerk doet voor de wereld. Het gaat er minder om wát de kerk is, als wel voor wie zij is”.

Die mening ging tijdens de zitting van het Centraal Comité tenonder in verbaal orthodox geweld. De voorzitter, de orthodox Keshishian, wees er nog eens op dat vrouwen en mannen ieder hun eigen rol hebben in de kerk maar, zo vervolgde hij, “onderscheid moet er zijn”. Hij waarschuwde tegen nieuwe vormen van evangelisatie, tegen vrouwen op de kansel, en wenste terughoudendheid te betrachten in de dialoog met andere kerken, zoals met de rooms-katholieke.

Dat moet gebeuren, zo zei hij, “op basis van een bijbelse theologie die geen ruimte geeft aan syncretistische neigingen”. Zijn verzet tegen een versmelting van wijsgerige en religieuze opvattingen van verschillende herkomst, waarop onder andere de katholieken aandringen, oogstte bijval. Het Vaticaan vertegenwoordigt, met ruwweg één miljard volgelingen, de grootste groep christenen, maar is sinds de oprichting van de WCC in 1948 doelbewust buiten gebleven. Van hechte samenwerking is voorlopig geen sprake.

Illustratief voor de verdeeldheid binnen de christelijke kerken was een debat tussen de Kroatische rooms-katholieke bisschop uit Zagreb, Djuro Koksa, en de Servisch-orthodoxe bisschop Ireneus uit Novi Sad. “Er bestaat geen moeilijker oecumenische relatie in de wereld dan tussen ons”, kenschetste de eerste de vergiftigde relatie tussen beide groepen. Bisschop Ireneus bracht de pogrom tegen de Serven tijdens de Tweede Wereldoorlog nog eens in herinnering. Katholieke priesters zouden de wapens hebben gezegend waarmee de Serven werden afgeslacht.

In een ander debat, over het Midden-Oosten, typeerde de orthodoxe Libanees Albert Laham de voorzichtige toenadering tussen opperrabijnen, moefti's, aartsbisschoppen, metropolieten en sjeiks, kort en krachtig met een strofe uit de koran: “Christenen zullen verdeeld blijven tot aan de Dag van het Laatste Oordeel”.