Schoon Curaçao

Eén keer per maand vinden de bewoners van Curaçao een rolletje met tien plastic vuilniszakken in hun brievenbus. Dit is een service van het reinigingsbedrijf van het eiland, Selikor, en tevens een onderdeel van de overheidscampagne die erop gericht is om Curaçao schoon te houden. Radio en televisie zenden geregeld een soort Postbus 51-spotjes uit om de Curaçaoënaars bewust te maken van de milieuproblemen van het eiland, en hun te leren op een juiste manier met afval om te gaan.

Het zwerfvuil is inderdaad een groot probleem. De vele fast-food restaurants die het eiland rijk is, en ook de meeste cafés langs de kant van de weg werken voornamelijk met plastic glazen en bestek en met piepschuim dozen. Veel mensen laten dit na gebruik gewoon op straat vallen in plaats van het in vuilnisemmers of -vaten te gooien. De Noordoostpassaat, die altijd over het eiland waait, zorgt vervolgens voor de rest. Het vuil ligt overal.

In de regentijd verbergt het opgeschoten groen veel van deze ellende, maar in de droge, en dus ”kale' periode van het jaar biedt het in struiken en prikkeldraad vastgewaaide plastic een trieste aanblik.

En dan staat temidden van die troep bij verrassing een glasbak. Navraag leert dat Curaçao sinds vijf jaar tien glasbakken bezit die volgens Selikor een groot succes zijn. Ze moeten gezien worden als een ”pilotproject' dat de bevolking milieubewust moet maken. Er zijn zelfs plannen om het aantal uit te breiden, en ook het apart inzamelen van papier wordt overwogen.

Een woordvoeder van Milieuzaken vraagt zich echter af of Curaçao wel klaar is voor de glasbak. “Er wordt wel glas apart verzameld, maar dat komt daarna gewoon op de vuilnisbelt terecht, want een glasverwerkende industrie hebben we nog niet.”

Maar Selikor blijft optimistisch: “Inzamelen is een goed begin, verwerking is de volgende stap.”