Rogie en Lutgerink in dansproduktie Noli me tangere; Spel van uitdagen, toegeven

Produktie: Noli me tangere. Choreografie: Kristien van Reusel; muziek: Zoltán Kodály, uitgevoerd door Paul de Jong (cello); decor: Janwillem van der Weij. Gezien: 26-11 Felix Meritis, Amsterdam. Nog te zien: 3-12 Nijmegen, 13-12 Groningen, 14-12 Den Haag, 19 en 20-12 Utrecht en 6 en 7-1 Rotterdam.

Ton Lutgerink en Piet Rogie zijn twee doorgewinterde dansperformers met een markante, eigenzinnige manier van bewegen. De tengere, kleine Rogie heeft de wat clowneske uitstraling van een onbegrijpende onbegrepene. Lutgerink is een filosofisch ingestelde, rijpere man die aan een enkele oogopslag of een klein gebaar genoeg heeft om duidelijk te maken hoe hij over de dingen denkt. Dansen om het dansen zelf is bij geen van beiden het uitgangspunt. Zij staan een andere manier van danstheater maken voor. De jonge Rotterdamse choreografe Kristien van Reusel bracht hen in de door haar gemaakte produktie Noli me tangere (Raak me niet aan) te zamen. Dat is een verdienste, te meer daar zij er eveneens de cellist Paul de Jong bij betrok, een voortreffelijk musicus wiens verschijning en gedrag onmiddellijk een sfeer oproept van onbeholpenheid en kinderlijke verbazing. Gedrieën spelen zij een spel van aantrekken, afstoten, uitdagen en toegeven. Van zoeken naar intimiteit en het even vaak afwijzen daarvan. Zij zijn aan elkaar gewaagd, die drie en van die zich sterk manifesterende persoonlijkheden heeft Van Reusel goed gebruik gemaakt.

Eigenlijk berust de positieve indruk die Noli me tangere achterlaat hoofdzakelijk op de niet geringe kracht van de uitvoerenden, want choreografisch is het niet bijzonder belangwekkend en een echt eigen stempel heeft Van Reusel op de produktie niet kunnen drukken. Net zomin als zij wat mij betreft in staat is geweest andere facetten van Rogie's en Lutgerinks specifieke uitvoerende kwaliteiten naar voren te halen. Rogie's altijd scherp geaccentueerde, fraai getimede, grillige bewegingen contrasteren goed met de meer ontspannen en nonchalante wijze waarop Lutgerink die uitvoert, en beiden weten goed een spanning op te bouwen en de essentie van agressiviteit, tederheid, afstandelijkheid en verbondenheid te treffen.

Hoe beperkt Van Reusels talent is, kwam overduidelijk naar voren in de door haar gemaakte en uitgevoerde solo Sóla met als thema een vrouw die zich een moment terugtrekt uit een feestje en zich in afzondering bezint op de motivatie van menselijk gedrag. Van Reusel zegt op zoek te zijn naar een eigen bewegingsstijl. Ik heb die niet kunnen ontdekken en haar capaciteiten als danseres zijn zodanig aan de magere kant dat van een eigen stijl ook nauwelijks sprake kán zijn. Sóla is weer zo'n voorbeeld van te hoge artistieke aspiraties en te weinig ontwikkelde werkelijke professionaliteit.