Roemeense onderminister: geen conflict, wel aanspraken op gebieden Oekraïne; Boekarest: "Zuid-Bessarabië is van ons'

ROTTERDAM 2 DEC. “Er is geen territoriaal conflict met de Oekraïne,” zegt Adrian Dohotaru, de Roemeense onderminister van buitenlandse zaken. “We hebben ook geen ruzie met Kiev. We zullen de Oekraïne erkennen. Maar we willen er wel vanaf het begin bij zeggen: zuidelijk Bessarabië en de noordelijke Boekovina zijn van ons.”

De Roemeense regering wierp vrijdag, aan de vooravond van het referendum over de onafhankelijkheid van de Oekraïne, onverwachts een steen in de vijver: als de Oekraïne zich onafhankelijk verklaart, eist Roemenië gebiedsdelen op die het op grond van het Hitler-Stalinpact van 1939 aan de Sovjet-Unie is kwijtgeraakt. Een deel van dat gebied is ondergebracht in de Sovjet-republiek Moldavië, die zich onafhankelijk heeft verklaard en zich op termijn bij Roemenië wil aansluiten. De rest, de noordelijke Boekovina en het zuiden van Bessarabië, kwam terecht bij de Oekraïne. En dat wil Roemenië terug.

Dohotaru: “Er moet een historisch onrecht worden rechtgezet. Als je ervan uitgaat dat het pact tussen Hitler en Stalin nietig is, ga je er impliciet van uit dat de annexatie nooit heeft plaatsgevonden. Die gebieden kunnen geen enkel ander land dan ons toebehoren. Ze zijn ons ontroofd, met geweld.”

Het betekent echter niet dat de Oekraïne zich nu geplaatst ziet met een territoriaal conflict, vindt hij: “Er is geen conflict. Alles kan en moet worden besproken. Vanaf het begin moet duidelijk zijn dat we straks een onafhankelijke Oekraïne erkennen zonder die twee gebieden en dat we daarover willen praten.” Het heeft te maken met het volkenrecht, met het fatsoen en met het opruimen van historische onrechtvaardigheden: “Als we een nieuw Europa bouwen, moeten we alle consequenties van elk Diktat opruimen om elke bron van conflict uit de weg te werken.”

Roemenië heeft zich de afgelopen maanden blootgesteld aan kritiek in de Joegoslavische crisis: al te lang is het, hoewel terughoudend met commentaar, hardnekkig blijven geloven in het voortbestaan van een federaal Joegoslavië. Pas eerder deze maand, toen de Servische premier op bezoek kwam in Boekarest, werd dat standpunt verlaten: Roemenië leek zijn neutraliteit te laten varen en, te oordelen aan de uitlatingen in Boekarest, partij te kiezen voor zijn buurland gekozen Servië. Volgens sommigen heeft Roemenië, op het ogenblik voorzitter van de Veiligheidsraad, daar het debat over de inzet van een VN-troepenmacht in Joegoslavië bewust vertraagd.

Dohotaru spreekt het tegen: Roemenië, zegt hij, heeft geen partij gekozen vóór Servië en tégen Kroatië en Slovenië; het heeft ook geen vertragingstactiek toegepast. “Natuurlijk, Servië is onze buur. Maar we hebben goede relaties met alle republieken, inclusief Kroatië en Slovenië. Hun ministers komen óók naar Boekarest. We accepteren bij voorbaat elke oplossing die de Joegoslavische republieken in een dialoog zullen bereiken.”

“Er is ook geen debat vertraagd. Maar de buitenwereld moet een ding goed beseffen: de Balkan is zowel politiek als geologisch een aardbevingsgebied, een potentiële bron van instabiliteit in Europa. De Balkan is een tragische zone. Je moet elke beslissing over het sturen van troepen goed doordenken. Roemenië is tegen elke troepenmacht die neerkomt op interventie. We hebben er onze ervaringen mee, denk aan 1968 (toen Roemenië weigerde mee te doen aan de inval in Tsjechoslowakie,. red.) en we zijn sceptisch.”

De Roemeense terughoudendheid wordt door sommigen in verband gebracht met Transsylvanië, waar een grote Hongaarse minderheid wel eens door de Kroatische en Sloveense afscheiding op een idee kan worden gebracht. Dohotaru ziet die parallel niet: zo'n afscheidingswens bestaat niet onder de Hongaren. “Er is geen parallel. Er is alleen de vrees dat elke beslissing over een troepenmacht in Joegoslavië consequenties kan hebben die we niet kunnen overzien. Dat is de enige reden voor onze gereserveerde houding. Een andere is er niet.”