Price zingt respectabel maar niet opwindend

Concert: Adriana Lecouvreur van F. Cilea door Radio Symfonie Orkest, Groot Omroepkoor, Margaret Price, Gegam Grigorian, Carlos Chausson, Luciana D'Intino, Georges Gautier, Christopher Gillett, Ioan Micu, Sara Conte en Anne Marie Dur o.l.v Henry Lewis. Gehoord: 30-11 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 2-11 19.00 uur Vara Radio 4.

Tegen de glorie van het verleden kan de werkelijkheid van nu nooit op, hoe oneerlijk en jammer dat ook is. De legendarische uitvoering in de Vara-matinee van Cilea's opera Adriana Lecouvreur uit 1965 met Magda Olivero was al bij voorbaat niet te overtreffen door Margaret Price, die tijdens de matinee van afgelopen zaterdag de titelrol zong. En hoe onverhoopt ook, die verwachting kwam inderdaad helaas uit, extra jammer bij muziek van een componist die bepaald de mindere is van Puccini en die het vooral moet hebben van de gedreven uitvoering.

Olivero was immers Adriana Lecouvreur - dat vond ook Cilea zelf - zoals Callas onder andere Medea was: unieke vertolkingen waartegen andere zangeressen, hoe competent ook, het eigenlijk nooit meer kunnen opnemen. Zo durfde de Milanese Scala het zelfs tot vorig jaar niet aan La Traviata uit te voeren, de schaduw van Callas leek decennia lang niet te overstralen. Want herinneringen, die altijd de neiging hebben om mooier te worden, kunnen immers zeker bij Callas worden gestaafd met opnamen. En ook al werd Olivero genegeerd door de platenmaatschappijen, de echte liefhebber had natuurlijk al lang die privé geproduceerde lp's van de Napolitaanse radio-uitzending van Adriana Lecouvreur uit 1959: Olivero naast Franco Corelli, Giulietta Simionato en Ettore Bastinanini.

Margaret Price is natuurlijk een formidabele zangeres met een superieure stem, maar is als podiumpersoonlijkheid te geremd en afstandelijk om zich volledig over te geven aan dit hartstochtelijke veristische repertoire. Haar vertolking van Adriana met een aantal fraaie noten, prachtige frasen en redelijk dramatische scènes was in het licht van de historie uiteindelijk op zijn hoogst respectabel en bewonderenswaardig, maar nooit werkelijk opwindend, volumineus en zinderend.

Dat lag ook wel aan dirigent Henry Lewis, die het Radio Symfonie Orkest leidde met een strenge maar nauwelijks begeesterende discipline en in een weinig adequate balans met de zangers. Naar het slot toe werd het wel steeds beter, maar de rommelig en terloops gebrachte eerste acte was een teleurstelling en de beroemde aria van Adriana Io son l'umile ancella klonk - hoewel de tekst spreekt van nederigheid - bij Price veel te bescheiden en behoedzaam, met een veel te korte slotnoot op "morrà'. Het altijd sympathieke Matinee-publiek beloonde haar echter met hartelijke bijval.

Het puur Italiaanse stijlgevoel was veel overtuigender aanwezig bij de uitbundig zingende Armeense tenor Gegam Grigorian, in de rol van Adriana's geliefde Maurizio. Maar zang op het waarlijk hoogste niveau kwam hier van de zangers in de B-rollen. De mezzo-sopraan Luciana D'Intino had een enorme présence als de ongenaakbare prinses van Bouillon, zoals in die fantastisch gezongen scène Accerba voluttà. En de indrukwekkende bariton Carlos Chausson was een intens sonore en genuanceerde Michonnet, een rol die met zijn onopgemerkt opofferende liefde voor Adriana nog veel tragischer is dan deze treurig aan haar eind komende heldin in de titelrol.