Omroep moet "hechter geheel' worden; "Nieuwe' VPRO wil meer risico nemen

“Het is een ongekend succes”, geeft Hans van Beers (50) toe. Hij is vorige week tot algemeen directeur van de VPRO benoemd, nadat hij een jaar lang als tv-directeur fungeerde. Het aantal van 570.165 duizend leden, de eindstand van de A-status-actie die gisteravond op de televisie bekend werd gemaakt, verheugt en verbaast hem: “Toen we met onze actie begonnen, hebben we het als "krankzinnig' bestempeld. Het begin van de actie was ook niet zo hoopgevend. Maar mede dank zij de inzet van de radio en de marathon-uitzending hebben we het meer dan gered. Het risico dat we genomen hebben is typisch VPRO.”

Van Beers vindt dat het risico het handelsmerk van de nieuwe A-omroep moet worden: “De kracht van de VPRO is de durf om onverwachte dingen te doen. Er is bij het bedrijf een goed soort onrust ontstaan. De jaren zestig en zeventig waren die van het experiment, in de jaren tachtig is dat geconsolideerd. De VPRO is gesetteld. Deze nieuwe aanwinst, die waarschijnlijk uitmondt in de A-status, biedt een nieuwe impuls. De eigenwijze opstelling van de VPRO is door het succes van deze actie bevestigd. De aanbevelingen van McKinsey, dat er bij de omroep meer efficiency en meer van het zelfde moet komen, wordt door de actie weersproken. De kwaliteit van de programmering wordt niet uitsluitend bepaald door de de hoogte van de kijkcijfers, trends of de waan van de dag.”

De VPRO wil de tweede avond, die de omroep waarschijnlijk ter beschikking krijgt, programmeren met uitzendingen voor en door jonge en progressieve mensen: “De foto's in de krant van de "Beste Wervers' geven al aan - die conclusie trek ik nu heel onwetenschappelijk - dat we aansluiting zoeken bij de wereld van het moderne, kritische leven. Ondertussen realiseer ik mij het probleem van het vinden van de jonge, getalenteerde programmamakers; waar vind je die? Wie het weet, mag het zeggen. We moeten er hard aan werken om mooie, sprankelende radio en televisie te gaan maken. Het moet weer zo worden dat de VPRO de omroep is waar je voor thuis blijft.”

Hans van Beers wil nog een onderzoek laten instellen naar de aard en de identiteit van het nieuwe VPRO-lid. Hij geeft al een voorzichtige profielschets: “Het zijn over het algemeen jonge, kritische mensen en leden die wat ouder zijn, maar nog een jeugdige mentaliteit hebben. Hun onvrede, die blijkt uit het onderschrijven van de actie "Stop de verloedering', komt niet uitsluitend voort uit onvrede met het tv-aanbod. Ze keren zich tegen de algehele politieke ongeïnteresseerdheid en geven op deze wijze lucht aan hun maatschappelijke onbehaaglijkheid. Het ondersteunen van de VPRO betekent een stem tegen de vervlakking in het algemeen.”

De reorganisatie van de VPRO, waarvan de instelling van een eenhoofdige leiding deel uitmaakt, moet de omroep omsmeden tot een hecht geheel met een "gezonde clubgeest', vindt Van Beers. “De ironie, die bij de VPRO tot kunstvorm is verheven, verdwijnt langzamerhand. De versmelting van de radio- en tv-dienst is dichterbij gebracht. Over een jaar verhuizen we naar een pand, waar we ook daadwerkelijk onder één dak zullen opereren. We staan nu voor de uitdaging om onze pretenties waar te maken. In omroepland zijn er een heleboel mensen van overtuigd dat we het niet redden als A-omroep.” De VPRO wil in beginsel alle ter beschikking gestelde zendtijd benutten.

De wijze waarop de VPRO de extra zendtijd gaat vullen, hangt sterk af van de uitkomst van het overleg in NOS-verband over de zenderindeling per 1 oktober 1992. “Toen er nog sprake was van de VARA als een van onze partners op Nederland 3, lag het accent minder op amusement; daar zouden zij wel voor zorgen. Nu is het waarschijnlijk dat we alleen de NOS als medebespeler van het derde net krijgen. Dan moeten we meer verstrooiing gaan brengen.” Als het aan Van Beers ligt wordt de NOS de enige VPRO-partner op het derde "kwaliteitsnet'.

Afhankelijk van de in het NOS-bestuur te bepalen zenderindeling wil de VPRO op langere termijn kiezen tussen een extra avond òf "horizontale' zendtijd over een groot deel van de avonden op één net. Zoals de NOS het programma "NOS-laat' programmeert, zo kan Van Beers zich ook een dagelijkse VPRO-uitzending voorstellen. Er ontstaat bij de VPRO door het bereiken van de A-status een vijftal vacatures voor staffuncties, zegt Van Beers. Daarnaast zal een groter beroep worden gedaan op free-lance-medewerkers.