Olympic Cars doelwit van agressie

Op een donkere tweebaansweg iets ten noorden van het Belgische plaatsje Hechtel worden ineens twee koplampen zichtbaar in de binnenspiegel. Als een versnelde opname van een zonsopkomst tijdens een heldere zomerdag worden de lampen groter en het licht feller en in een flits scheurt de wagen voorbij. Vanuit de ooghoeken vallen nog net de Olympische ringen op het portier waar te nemen. De enige limiet die Nederlandse sportmensen tegenwoordig moeiteloos halen is de snelheidslimiet.

Sinds ongeveer een jaar geleden tweehonderd sporters een Olympic Car, een witte Audi 80, ter beschikking heeft gekregen kom je ze regelmatig tegen. Het beste zijn ze nog te herkennen op de parkeerplaats bij sportevenementen. Dan staan ze stil. Op de snelweg bij daglicht is er ook nog wel iets te onderscheiden, maar vrijwel altijd is er die onbevredigde nieuwsgierigheid welke beroemde Nederlander achter het stuur zat.

Namen op de Olympic Car. Wouter Huibregtsen, voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité, praat er al maanden over. Maar hij mag dan miljoenen op tafel hebben gebracht voor de sporters, zijn wens “in kaligrafische letters de naam boven de linker wielbak, het liefst met de sport erbij” te krijgen is er nog niet door. “Terwijl het toch één van de manieren is om de topsporter meer gezicht te geven”, zegt hij.

Bij de leverancier van de automobielen, tevreden met de actie, wordt daar anders over gedacht. Duitse collega's hebben het ten sterkste afgeraden, omdat het vormen van jaloezie bij het gewone volk zou kunnen oproepen. Dat bleek ook in Nederland het geval. Johan van der Haar van de Nederlandse Sport Federatie vertelt dat “in bepaalde wijken in Amsterdam en Utrecht wagens opzettelijk worden beschadigd.” In Amsterdam stond iemand op een auto te dansen, in Utrecht had een roeier al driemaal voor 1700 gulden schade omdat zijn vervoermiddel was bekrast.

Bovendien maken de sportmensen zelf er ook deuken er in. Een aantal wagens is al total loss gereden; een hockeyer die na de training van vermoeidheid achter het stuur in slaap viel en tegen de vangrail kwam en een triatleet die zijn bolide in een vorkheftruck boorde. Pon hoopt dat de schade het eerste jaar binnen de drie ton kan blijven. De bestuurders, van wie sommigen nog even snel een rijbewijs haalden (“Wij waren af en toe al heel opgelucht als ze hier foutloos de poort uitreden” zegt Rob Burger die bij de sponsor een dagtaak heeft aan de Olympic Cars), hebben inmiddels wat meer ervaring. Maar de winter komt er nog aan.

Het NOC blijft een oppassende vader. Wordt de auto wel op tijd gewassen, plakt niemand er stiekum andere reclame op dan die van de officiële NOC-geldschieters? Als dat gebeurt moet de wagen terstond worden ingeleverd. Af en toe een bermpaaltje meenemen is nog tot daaraan toe, het wrak door de sleepdienst laten weghalen hoort tot de aanvaardbare risico's, maar een illegaal stickertje van een sportschoenenfabrikant of een kledingleverancier op de witte lak plakken gaat te ver. Men moet, ook in de topsport, zijn grenzen kennen.

Tot nu toe houdt iedereen zich in het algemeen redelijk aan die vuistregels. Al moest in een enkel geval de bekleding geheel worden vernieuwd omdat de resten van patat met mayonaise niet meer te verwijderen waren, maar nu er een lik-op-stuk-beleid is afgekondigd waarbij de sporter opzettelijk gemaakte schade zelf moet betalen, is de situatie wat verbeterd.

“Ik heb me er in het begin wel zorgen om gemaakt dat die Audi een te mooie auto was voor atleten en we iedereen over ons heen zouden krijgen”, bekent de NOC-voorzitter. “En er waren ook sommige atleten die zeiden: "die 250 gulden eigen bijdrage kan ik niet opbrengen'. Maar het grappige is eigenlijk een ander effect van die auto. Dat atleten zeiden: "ze doen echt iets voor ons'. Ze voelden zich voor het eerst serieus genomen.”

De berijders van een Olympic Car zijn trouwens al bijna aan hun derde wagen toe. Na 15.000 kilometer moet ie verplicht worden omgeruild. Bij de dealers in de diverse windstreken komen, volgens de importeur, al verzoeken van klanten binnen of zij de wagen waarin een topsporter heeft gereden tweedehands kunnen kopen. De reclame gaat er af, maar de oorspronkelijke carosserie blijft eromheen. Er wordt wel beweerd dat andersom beter zou zijn.