Obligatiemarkt onder invloed van valutabeweging

UTRECHT, 2 DEC. Dat de Nederlandse rente al enige tijd geleden was opgelopen tot 0,5 procentpunt boven de Duitse rente kwam afgelopen week aanvankelijk niet slecht uit. De Nederlandse obligatiemarkt kon nu meedelen in de belangstelling die wereldwijd bestond voor de Duitse mark.

De aanhoudende daling van de Amerikaanse dollar, nog eens extra versterkt door een daling van het Amerikaanse consumentenvertrouwen, deed de vraag naar D-marken toenemen.

Daling van de dollar leidt veelal tot een stijging van de D-mark en daarmee tot spanningen binnen het Europees Monetair Stelsel (EMS). De rente in de andere EMS-landen, zoals onder andere in Frankrijk, gaat dan omhoog om de eigen valuta te steunen. Zo ook afgelopen week.

Aangezien de Nederlandse rente al hoog was ten opzichte van de Duitse kon ze zich op dat niveau handhaven. Toen de Duitse minister van economische zaken Möllemann dinsdag aangaf dat naar zijn mening de Duitse rente dit jaar niet meer zal stijgen en bovendien volgend jaar zal kunnen gaan dalen kwam er een einde aan de valutaire spanning. De belangstelling voor D-marken daalde vervolgens. Toenemende inflatie in de dichtbevolkte deelstaat Noordrijn-Westfalen deed de rest.

De dollar kon enigszins in waarde herstellen en in Europa werden de obligatiebeleggingen opnieuw bezien. Het resultaat hiervan was dat de belangstelling voor Nederland aanzienlijk afnam en beleggers weer volop richting Frankrijk togen. Hierdoor, maar ook door de verwachting dat er afgelopen vrijdag een nieuwe staatslening zou worden aangekondigd, daalden de koersen bij ons en liep het rendement op 10-jarige leningen op tot 8,82 procent.

Het kwam er vrijdag toch niet van en de verwachting is nu dat komende vrijdag de eerste staatslening ter dekking van het financieringstekort van 1992 zal worden aangekondigd. Dit zal mogelijkerwijs een 10-jarige lening zijn waarvoor vooral buitenlandse belangstelling bestaat of een 15-jarige waar met name binnenlandse instituten op azen.

Internationale obligatiemarkten

Toen dinsdag Möllemann de hoop uitsprak dat de Duitse rente volgend jaar kan gaan dalen, kwam er een einde aan de daling van de Amerikaanse dollar. Ondanks het verlies op maandag kon de "greenback" de afgelopen week per saldo stijgen met 2,5 procent, waaraan met name buitenlandse oorzaken ten grondslag lagen.

Europese beleggers in Amerikaanse vastrentende waarden konden aldus terugzien op een rendabele week, althans voor zover zij hun valutarisico niet hadden afgedekt. De koersen van treasuries leken bovendien enige moed te kunnen putten uit de dollarstijging via een bescheiden rentedaling. Vrijdag was de handel zeer rustig doordat het weekeinde in feite al donderdag werd ingegaan met de viering van Thanksgiving Day.

De 30-jaars treasury sloot de afgelopen week af op 7,93 procent; 6 basispunten minder dan de week ervoor. Door de volatiele Amerikaanse munt alsmede de rustige handel prefereerden potentiële emittenten op de Eurodollarmarkt een plaats aan de zijlijn, hetgeen eveneens gold voor de meeste overige valutasegmenten op de eurokapitaalmarkt.

De hoop op Duitse renteverlagingen klonk met name de Britse en Franse obligatiehandelaren als muziek in de oren. Ondanks het feit dat de Franse inflatie al enige tijd onder de Duitse ligt was het Frans-Duitse rente ecart de afgelopen weken tot grote hoogte gestegen. De hieraan ten grondslag liggende spanning binnen het EMS nam vorige week, mede door tegenvallende Duitse inflatiecijfers, af waardoor ruimte ontstond voor vermindering van dit ecart.

Toch kon de daling niet eerder worden ingezet dan afgelopen donderdag. Voor deze vertraging was Spanje verantwoordelijk, dat een 13 miljard grote eurolening uitbracht in het Franse franc segment. De lening, met een looptijd van 13 jaar, werd hierdoor de grootste in deze sector. De ontvangst was goed, maar ging wel ten koste van Franse overheidsleningen. Het Frans-Duitse rente ecart steeg hierdoor tot boven 0,7 procent punt, maar kon aan het eind van de week afnemen tot 65 basispunten.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank Robeco.