Marathonrijder stelt kandidatuur voor de Spelen; Vunderink verrast grootheden

HEERENVEEN, 2 DEC. Het saaie schaatsgala om de Wereldbeker kreeg gisteren een spectaculair slot. Robert Vunderink, een 30-jarige marathonrijder, verraste de hele internationale elite op de tien kilometer en stelde zich in Heerenveen nadrukkelijk kandidaat voor deelneming aan de Olympische Winterspelen van volgend jaar in Albertville.

Vunderink, die 14.02,34 op de klokken bracht, kon het zelf bijna niet geloven. Op de langste afstand, die in kwartetvorm werd verreden, was hij sneller dan erkende grootheden als Bart Veldkamp (14.03,00) en de Noor Geir Karlstad (14.06,74), die dag en nacht professioneel met hun sport bezig zijn. Vunderink traint slechts drie keer per week in Deventer. Als bedrijfsleider van een wielerspeciaalzaak maakt hij heel wat meer uren dan de cao voorschrijft. “Desondanks wist ik dat ik op het ijs nog veel kon”, grijnsde Vunderink in Heerenveen, “maar op zo'n geweldig succes had ik absoluut niet gerekend.”

Pas verleden week hoorde de stayer uit Raalte dat hij aan de wedstrijd in de Thialfhal mocht meedoen. Hij kreeg onverwachts een uitnodiging van de BCK, de Begeleidingscommissie Kernploegen. “Ik had niets te verliezen. Wat zijn 25 rondjes nu voor mij? Ik ben er wel honderd gewend.” Vunderink, in de late jaren zeventig en begin tachtig langdurig, maar zonder veel succes lid van de allround kernploeg, verbeterde op de tien kilometer zijn persoonlijke record met ruim acht seconden. Hij begon zijn rit kalm. Maar het werd hem snel duidelijk dat hij dit keer ineens “het heilige vuur” had.

En wat nu? Veteraan Vunderink hoopt dat de BCK hem vrijstelt van de selectiewedstrijden voor de NK afstanden. “Mijn tijd spreekt toch voor zich, niet dan?” En als hij bij die NK vormbehoud toont en zich plaatst voor de Winterspelen, dan zal hij zijn trainingsschema's een beetje aanpassen. Vunderink weigert echter de geliefde marathon nu helemaal weg te cijferen. “Eind december doe ik zeker mee aan een driedaagse op dat onderdeel. Ik kan het tegenover mijn sponsor niet maken daar weg te blijven.”

Net als voor Rintje Ritsma, de verrassende winnaar van de 1500 meter, kon het weekeinde voor Vunderink niet stuk. Ben van der Burg daarentegen had in de catacomben van de Friese schaatstempel bepaald geen reden tot juichen. Via ploegarts Frank Nusse liet de Westlander weten dat het gezien zijn slepende blessure twijfelachtig is of hij tijdig fit zal zijn voor de Winterspelen. Van der Burg kwam eind december 1990 stevig ten val in het Italiaanse Collalbo en liep letsel op aan zijn stuitje en zijn heup.

Nusse: “Ben heeft talloze medische onderzoeken ondergaan. Er is niets kapot, maar er zit een beetje vocht in de heup. Hij houdt pijn, vooral bij het nemen van bochten. Daardoor blijft hij zeker tien procent beneden zijn kunnen. Er zit vooruitgang in en we hopen natuurlijk dat alles vlot in orde komt.” Van der Burg, die ondanks het ongemak het ijs op ging, reist komende zaterdag naar Inzell. Om te trainen, maar vooral ook om in de buurt te zijn van München, waar hij zal worden behandeld door de medische specialist Müller Wohlfart, de clubarts van Bayern, die voorheen ook de tennisser Boris Becker en de wielrenner Stephen Roche in zijn spreekkamer had.