Jiddisch festival in Amsterdam; Nostalgie naar verdwenen wereld

Bij Ramses Shaffy bracht het Jiddisj Festival lang vergeten herinneringen boven. Terwijl de zaal leegstroomde na het eindfeest gisteren, nam de chansonnier plaats achter de vleugel om met overslaande stem oude Jiddische liedjes te zingen. Hij moest met zachte dwang door de organisatie worden verwijderd.

Anderen vergoten na afloop zelfs tranen. Het Jiddisj Festival is in alle opzichten geslaagd: uitpuilende zalen, vaak emotionele bezoekers, tot verbazing van initiatiefneemster Mira Rafalowicz. “Mensen hebben hier soms twee uur zitten kijken naar voorstellingen die ze nauwelijks verstonden”, peinst ze. Dat slechts een deel van het publiek Jiddisch begreep, maakt ze op uit de grote belangstelling voor koptelefoons met simultaanvertalingen bij de voorlezing van Jiddische schrijvers.

Jiddisch, een mengvorm van Duits en Hebreeuws met in de oostelijk variant sterke Slavische invloeden, was lang de omgangstaal van "jiddischland': de joodse diaspora die zich uitstrekte van Rusland tot Argentinië. Hitler heeft met de vernietiging van het Oosteuropese jodendom ook de taal en de cultuur grotendeels weggevaagd. De staat Israel besloot in 1948 niet het Jiddisch maar het moderne Hebreeuws als officiële taal te adopteren. Veel zionisten associeerden Jiddisch met getto's en onderdrukking, en vonden het niet geschikt voor een land dat radicaal met het verleden wilde breken. Pas de laatste vijftien jaar is er sprake van een heropleving van het Jiddisch.

Vanwaar die interesse? Nostalgie naar een verdwenen wereld is een van de hoofdingrediënten. De nostalgie blijkt tijdens het Jiddisj Festival uit alles: de aan Chagall refererende decorschilderingen in het Bellevue theater en de klezmermuziek, veelal gespeeld door musici in costuums uit de jaren-dertig.

Toch wilde Rafalowicz vooral aantonen dat het Jiddisch een levende cultuur is. Daarom nodigde ze nauwelijks Oosteuropese groepen uit, hoewel de kern van de Jiddische cultuur in Polen lag. “In Polen, en ook in Duitsland, wordt de Jiddische cultuur nu gepresenteerd als een folkloristisch museumstuk, een soort dodencultus. We wilden hier juist aantonen dat de taal niet alleen leeft onder mensen die de rolstoelleeftijd hebben bereikt”, zegt ze. Ze prefereerde Amerikaanse groepen als "Brave Old World', die weliswaar tradionele klezmermuziek speelt, maar met nieuwe teksten.

In Nederland is het Jiddisch in de vorige eeuw uitgestorven, maar de invloed is nog terug te vinden in woorden als bajes, mazzel, tinnef, tof, jajem, sjofel of Mokum. De geringe achting voor het Jiddisch hing samen met het standsverschil tussen de "Jekke', de "gearriveerde' joden, en de arme, Jiddisch-sprekende Oosteuropese immigranten. Standsverschillen die nog nooit helemaal zijn uitgeroeid. Een 76-jarige bezoeker: “Mijn ouders emigreerden in 1903 uit Rusland. De Nederlandse joden keken op ons neer, en dat nam ik deels over. Ik leefde voor het communisme en Jiddisch vond ik maar een raar brabbeltaaltje. Toch moest ik naar dit festival. Op zoek naar mijn roots, denk ik.”

Alleen bij ultra-orthodoxe joden is het Jiddisch nog een spreektaal. Zij reserveren het Hebreeuws voor de synagoge. Maar orthodoxen werden op het festival niet gesignaleerd. “De Amsterdamse orthodoxe school was boos omdat ik nergens vermeld heb dat daar nog levend Jiddisch gesproken wordt”, zegt Rafalowicz. “Er ligt een kloof tussen de orthodoxen en de Jiddische cultuur van het Interbellum, waar we bij aan willen sluiten. Die was seculier, vaak athestisch en genspireerd op socialistische of anarchistische idealen. We hebben daarom geen rekening met de orthodoxen gehouden. Tijdens de sabbath is het festival gewoon doorgegaan en de menukaart van ons restaurant was niet helemaal kosjer.”

Orthodoxen zouden zonder twijfel weinig waardering kunnen opbrengen voor de Bijbel-parodie in musical-vorm van het Joseph Papp Yiddish Theater. Laat staan voor The Children of Lieutenant Schmidt, een Russisch-Nederlands gezelschap dat op Amsterdamse bruiloften en partijen klezmermuziek speelt met teksten over hoeren, dieven en pooiers uit Odessa, de hoofdstad van het Oekraënse jodendom. Gesterkt door een liter onversneden vodka zwalkte de groep over het podium en beledigde het publiek door joden met honden te vergelijken: “het draait bij ons allemaal om de stamboom.” “Wat een gotspe”, mompelde een bezoeker verontwaardigd.