Honderd kamerleden

De pleidooien van H.A. van Wijnen en M.P.A. van Dam voor een Tweede Kamer van honderd leden (NRC Handelsblad, 30 november) zijn interessant, maar vermoedelijk niet voor verwezenlijking vatbaar.

Vermindering van het aantal Kamerleden is immers alleen mogelijk via grondwetsherziening, waarvoor in laatste instantie een meerderheid van tweederde nodig is in een Kamer van honderdvijftig leden. Bij deze beslissing zitten vijftig leden - dus eenderde - op de schopstoel en aangezien niemand graag zichzelf afschaft zullen deze leden hoogstwaarschijnlijk weinig animo hebben het desbetreffende grondwetsvoorstel te steunen. Zoals wij weten kan een minderheid van eenderde plus één het hele voorstel torpederen.

Ongetwijfeld was in 1956 de sprong van honderd naar honderdvijftig Tweede-Kamerleden (en van vijftig naar vijfenzeventig Eerste-Kamerleden) te groot. Als ik mij goed herinner deed de oude heer Tilanus (CH) toen een tussenvoorstel: honderdvijfentwintig leden voor de Tweede en drieënzestig voor de Eerste Kamer, maar dit voorstel ging de mist in.

Op een bevolking van vijftien miljoen inwoners, zoals thans, zijn honderdvijftig Tweede-Kamerleden mijns inziens niet te veel, namelijk één op de honderdduizend. In landen met minder inwoners zijn de parlementen vaak groter, zoals in België (212) en in Zweden (349). In Groot-Brittannië is de spoeling ongeveer even dik als bij ons, namelijk ruim zeshonderd Lagerhuisleden op een bevolking van circa zestig miljoen, met dien verstande dat ministers en staatssecretarissen lid van het parlement zijn en blijven.

Misschien zou het aanbeveling verdienen, wanneer ook in Nederland de bewindslieden deel zouden blijven uitmaken van het parlement; ook in dit geval is natuurlijk een grondwetswijziging nodig, ten einde de nu bestaande "incompatibiliteit' te schrappen. Men kan mij wat dit aangaat wellicht een neiging tot monisme verwijten, maar tegen het monisme dat in Engeland geldt heb ik in elk geval minder bezwaar dan tegen de cocktail van monistische en dualistische elementen waardoor het Nederlandse parlementaire stelsel op bedenkelijke wijze wordt versluierd.