Hirsch Ballin wil DNA-test bij zwaar delict

DEN HAAG, 2 DEC. Verdachten van ernstige misdrijven worden verplicht bloed of andere lichaamscellen af te staan voor DNA-onderzoek. Voor misdrijven waar acht of meer jaar gevangenis op staat mag onderzoek gedaan worden op basis van deze “genetische vingerafdruk”.

Dat staat in het wetsvoorstel dat minister Hirsch Ballin (justitie) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gezonden.

Een DNA-onderzoek is ook mogelijk bij een klein aantal zeden- of geweldsmisdrijven waar ten minste zes jaar cel op staat, maar alleen als blijkt dat er “ernstige bezwaren” zijn tegen de verdachte en als dat onderzoek nodig is om de waarheid aan het licht te brengen.

Het wetsvoorstel is gebaseerd op een advies van de Commissie herijking wetboek van strafvordering onder voorzitterschap van oud-president van de Hoge Raad mr. CH.M.J.A. Moons. Eind mei ging het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State nadat het kabinet akkoord was.

Volgens de wetswijziging krijgt de rechter-commissaris of anders de officier van justitie de bevoegdheid in het kader van een gerechtelijk vooronderzoek een verdachte te bevelen lichaamscellen af te staan voor een DNA-onderzoek.

Als er voldoende celmateriaal van de verdachte op de plaats van het misdrijf is aangetroffen heeft hij recht op een tegenonderzoek. Is er onvoldoende celmateriaal aangetroffen voor twee onderzoeken dan mag de verdachte het laboratorium aanwijzen die het onderzoek verricht.

De bloedafname bij de verdachte mag zo nodig met behulp van de politie ten uitvoer worden gelegd. Als bloedafname om geneeskundige redenen onwenselijk is kan de rechter-commissaris beslissen dat wangslijm of haarwortels worden afgenomen bij de verdachte ten behoeve van het onderzoek.

De verdachte heeft de mogelijkheid tegen het bevel om celmateriaal ter beschikking te stellen in beroep te gaan. In afwachting van een rechterlijk beslissing hierover wordt de tenuitvoerlegging van het bevel geschorst.

Eerder noemde de Commissie Moons het onbevredigend dat een verdachte veroordeling kan ontlopen door medewerking aan het DNA-onderzoek te weigeren.