Het politieke wantrouwen van België

Is België na de nacht van de Lange Gezichten, zoals de verkiezingsavond van vorige week zondag wel wordt genoemd, onbestuurbaar geworden? De kiezer wendde zich af van werkelijk àlle traditionele partijen en stuurde racisten, straatvechters en oplichters naar het parlement. Daar zitten straks maar liefst dertien partijen. De klap is hard aangekomen. Niet zozeer wegens het Vlaams Blok - die winst had het politieke establishment op grond van de peilingen wel verwacht - maar vooral wegens het wantrouwen dat de kiezer in de hele breedte van het politieke spectrum uitsprak.

Vrijdag benoemde koning Boudewijn de liberaal F. Grootjans, éminence grise uit de PVV, tot informateur. Deze minister van Staat moet België voor de keuze stellen: òf een liberaal-socialistische coalitie, aangevuld met groenen als symbool van politieke vernieuwing, of voortgaan op de oude weg van rooms-rode coalities, aangevuld met liberalen (PVV-PRL), òf vrije democraten (VU), met als vertrouwd doel de verdere federalisering van België. Dat betekent een voortzetting van de Vlaams-Waalse prestigestrijd - de eindeloze worstelpartij van twee kijvende echtelieden die het liefst zouden scheiden, maar wegens de staatsschuld en de sociale zekerheid in een LAT-relatie zijn gevangen. Deze vorm van apartheid krijgt in België gestalte in de staatshervorming - het proces staat er bekend als het "federaliseren' van het land en komt neer op een geleidelijke uitholling van het centrale gezag.

In de praktijk heeft het geleid tot wat de historicus E. Kossmann een “tropische flora” van regionale bestuursvormen heeft genoemd. België kent behalve een nationale regering een Vlaams, een Waals en een Brussels Gewest ook een Vlaamse, een Duitse en een Franstalige Gemeenschap. Al deze instellingen hebben eigen raden en eigen besturen (executieven), met uitzondering van de Vlaamse gemeenschap die samen doet met de Vlaamse Raad van het Vlaamse Gewest. En de Duitse Gemeenschap valt weer deels onder het Waalse Gewest. Gelukkig zijn er ook nog negen provincies, met eigen raden, gouverneurs en "bestendige deputaties". Op nationaal niveau kent België zeventien ministers en tien staatssecretarissen. De Vlaamse gemeenschap heeft elf regionale ministers, de Franstalige gemeenschap zeven. Brussel heeft vijf ministers en drie staatssecretarissen en de Duitse gemeenschap heeft drie ministers. De kiezer kan dus verdwaald raken tussen in totaal drie-en-veertig ministers en dertien staatssecretarissen. Koning Boudewijn zou ooit geklaagd hebben dat hij niet eens meer alle ministers in zijn eigen land kent.

Na vorige week zondag is duidelijk dat de taalstrijd die dit ondoordringbare oerwoud heeft opgeleverd, bij de kiezer aan belang heeft ingeboet. Het Waalse machtsblok van de Parti Socialiste, die het gevecht met de Vlamingen over de wapenleveranties "won', moest van de Franstalige kiezer verlies incasseren. De Vlaamse Volksunie die uit protest tegen de Waalse houding het kabinet verliet en zich liet voorstaan op deze "rechte rug' tegen de "Waalse arrogantie', werd door de Vlaamse kiezer gedecimeerd. Daarvan is de Belgische politiek meer geschrokken dan van de opkomst van klein rechts. De kiezer wil kennelijk vooral horen over het migrantenvraagstuk, milieuvervuiling en bestaanszekerheid. De enige partijen die zich daarop profileerden, boekten vooruitgang: Vlaams Blok, Ecolo en de Franstalige christen-democraten die zich voor de leraarssalarissen inzetten en de Vlaams liberalen die zich tegen de staatsschuld keerden.

Het dagblad La Libre Belgique vroeg daags voor de verkiezingen aan zijn lezers wat hen bezighield en kreeg verrassende antwoorden. De taalstrijd is van de politici, niet meer van het volk. “We moeten ophouden België kapot te maken.” België moet weer een eenheidsstaat worden, zo was de teneur. We moeten ophouden ons belachelijk te maken tegenover het buitenland met onze taalstrijd en in een verenigd Europa een concurrerend België stichten. Als er al een federale staat moet komen, waarom dan niet op basis van de provincies met vertrouwde namen als Brabant, Henegouwen en Luik? “Net als in 1830 hebben we moedige mensen nodig die een natie leven kunnen schenken”, aldus een lezer.

In de onzekere dagen na de verkiezingsuitslag heerst bij de Belgische politieke klasse fundamentele twijfel over de koers voor de komende jaren. Terug naar de "wafelijzerpolitiek' van voor de staatshervorming kan niet. Toen werden alle Vlaams-Waalse conflicten afgekocht met een greep in de schatkist en gerechtvaardigd met een beroep op financiële gelijkheid. Maar in een land waar de overheidsschuld inmiddels bijna 480 miljard gulden bedraagt, ontbreken daarvoor de middelen. De "greep' in de grondwet, toen de Walen eigenmachtig de nationale bevoegdheid tot het verlenen van wapenexportvergunningen aan zich trokken, is door de kiezer afgestraft. “Het leeghalen van de Belgische Staat” noemde de Leuvense politicologe L. Hooghe dat in De Standaard. “Zoiets tast België feller aan dan het leeghalen van de schatkist. Als dat zo doorgaat, blijft er van België niets meer over.” Terug naar Martens' "unionistische federalisme' lijkt ook geen hoge prioriteit meer te hebben. Zijn eigen CVP neemt hem de nederlaag kwalijk; het partijbestuur moest vorige week lang vergaderen over de vraag of het nu "uitdrukkelijk vertrouwen' in Martens en zijn ministers zou uitspreken. Er kon een uiteindelijk magere uiting van "waardering' af. Het "uitdrukkelijk vertrouwen' werd voorzitter Van Rompuy omgehangen, die meteen na de uitslag namens de partij had bedankt voor de eer om te gaan informeren. De kans dat Martens weer premier wordt, is deze week dan ook sterk verminderd.

Maar hoe moet het dan? Vlak voor de verkiezingen zei de Waalse christendemocraat en vice-premier M. Wathelet in De Morgen dat staatshervorming weliswaar belangrijk is maar “we moeten durven zeggen dat snellere telefoonaansluitingen een dringender opgave is dan de hervorming van de Senaat”.

Dat lijkt ook de juiste toon voor het België van na de verkiezingen. De staatshervorming in de ijskast heeft ook als voordeel dat het nieuwe kabinet geen tweederde meerderheid nodig heeft. Er moet iets gebeuren waaruit blijkt dat de politiek zichzelf kan vernieuwen, zo wordt algemeen beseft. In Wallonië is het lonken naar Ecolo begonnen. “Interessante ideeën” hebben ze toch, die ecolo's, meldde de Waalse christen-democraat en minister van financiën Ph. Maystadt woensdag. Bij de Parti Socialist van Guy Spitaels zijn de groenen ook op slag populair geworden. Ook een kleiner kabinet van hooguit twaalf ministers met een nationale agenda (staatsschuld, migranten, milieu) wordt geopperd als mogelijkheid. Maar voorlopig lijkt de vernieuwing toch van de groenen te moeten komen. “Nieuw bloed”, juichte Maystadt, en bovendien een aardige kans om deze electorale concurrent eens kennis te laten maken met de harde werkelijkheid van 's lands bestuur.

Van informateur Grootjans is bekend dat hij in de verkiezingsuitslag een grote behoefte aan "nieuwe figuren' bij het publiek las. Van een hervatting van de traditionele rooms-rode coalitie met de liberalen is hij geen voorstander, zo zei hij voor zijn benoeming tegen Het Laatste Nieuws. De staatshervorming die door zo'n grote coalitie kan worden doorgezet heeft in de ogen van het publiek kennelijk geen prioriteit. Van een "herstel van de politieke geloofwaardigheid komt niets terecht' met zo'n coalitie. Grootjans gaat dus iets nieuws proberen - wellicht wordt het aantal ministers sterk verminderd, misschien wordt de staatkundige versplintering van België een halt toegeroepen, wie weet komen er groenen in het kabinet. En misschien, heel misschien, zullen de christen-democraten wel in de oppositie belanden.