Happy End

Van een Happy End genieten we in een donkere zaal waar niemand ons kan betrappen. Het verlangen naar een Happy End is iets waarvoor we ons generen, zozeer zijn we ons bewust van het Happy End als iets triviaals. Het is een kenmerk geworden van kitsch, film, pulp, massacultuur. Wij ervaren het als een concessie aan de smaak van het grote publiek - waar wij natuurlijk niet bij horen - en onze eigen hunkering ernaar dragen we in stilte met ons mee.

Doc Hollywood heet de Amerikaanse film die nu ruim een week in de Nederlandse bioscopen draait en aan het slot een waarachtig Happy End te bieden heeft. De held van de film is een jonge arts die, onderweg naar Hollywood waar een rijke baan als plastisch chirurg op hem wacht, noodgedwongen een paar dagen in een idyllisch stadje op het Amerikaanse platteland doorbrengt. Hij wordt verliefd en besluit uiteindelijk er te blijven.

Het verhaaltje is een verdediging van kleinschaligheid en verzet tegen de corrumperende grote stad. De idylle is zoet, er is Tijd en Aandacht, maar de makers hebben hedendaagse ingrediënten gevonden die de zoetstof een moderne flavor geven: het meisje op wie de held verliefd wordt is een Ongehuwde Moeder, er loopt een Lokale Oude Homo rond, er is een Aardige Zwarte. Doc Hollywood is geen meesterwerk, maar het is een schattige film met een lieve boodschap.

Het succes van Doc Hollywood in Amerika was overweldigend. De recessie daar, de oorlogen in de binnensteden, de armoede en de uitputtende slag om het overleven creëren de hunkering naar een idylle en Happy End à la Doc Hollywood, en de makers ervan hebben dat perfect aangevoeld.

In Nederland is Doc Hollywood grondig afgekraakt, ofschoon hij vergeleken met veel Europese cinematografische creaties een wonderlijk onderhoudende en vakkundig gemaakte film is. De stukken die hier over deze film geschreven zijn stralen grotendeels de gêne en het onbehagen uit die het Happy End bij de culturele bovenlaag teweegbrengt. Het lijkt wel of onze critici, als vertegenwoordigers van een culturele elite, geblokkeerd raken zodra een film naar een Happy End toe beweegt. Een kunstzinnige film of een literaire roman hoort te eindigen met de definitieve ondergang van de held of toch op zijn minst met een volwassen crisis. Kunst die serieus genomen wordt tekent steevast de onmogelijkheid om onszelf te kennen, laat staan de werkelijkheid om ons heen.

Verhalen met een Happy End gaan aan zulke elitaire voorwaarden achteloos voorbij. Het Happy End is een zekerheid die niet te verenigen valt met een levenshouding waarin de dreiging van de catastrofe permanent is geworden. De makers die een Happy End omhelzen halen hun schouders op over de Existentiële Twijfel, die de hoeksteen is geworden van de moderne intelligentsia (waartoe iedereen zich rekent die meer kennis verzameld heeft dan voor zijn levensonderhoud noodzakelijk is).

Het filmische Happy End is de uitdrukking van hoop en verlangen. De methode om het verlangen te verwezenlijken (gewoon in het stadje blijven en het meisje van je dromen trouwen) wordt in films overgesimplificeerd, maar dat heeft geen gevolgen voor de werking van het filmverhaal. Want publiek, waar ter wereld ook, lijkt zo'n Happy End te eisen, en het hele laatste deel van Doc Hollywood schreeuwt om de troost van het eenvoudige geluk.

Het Happy End is getaboeïseerd in de hedendaagse verhaalkunst. De wereld is een tranendal, een poel van lijden, zo lijken we te zeggen als we elkaar straks achter onze dubbele ramen de cadeautjes overhandigen en de zoveelste zwaarwichtige roman over existentiële eenzaamheid uitpakken. Onze rijkdom hebben we niet verdiend, en daarbij, zo willen we denken, is het toch allemaal illusie: het leven is een hel en daarna ga je dood. We dromen de verlossing. We dromen het geluk.

En stiekem pikken we zo nu en dan een traantje weg als we per ongeluk bij Pretty Woman of Doc Hollywood zijn verdwaald.