Haan en De Mos ergeren zich vreselijk aan elkaar

BRUSSEL, 2 DEC. Anderlecht-Standard Luik, de Ajax-Feyenoord van het Belgische voetbal, was na jaren eindelijk weer eens een echte topper, de nummers één en twee op de ranglijst. Beide clubs worden door een Nederlander getraind; Aad de Mos bij paars-wit en Arie Haan bij rood-wit. Maar van een goede verstandhouding tussen de twee is absoluut geen sprake. De trainers gunden elkaar zaterdagavond in Brussel voor, tijdens en na de kwaliteitsarme voetbalklassieker (0-0) geen blik waardig.

In 1986 bezochten De Mos en Haan nog samen het WK in Mexico. Collega Henk Houwaart was de derde reisgenoot. “Of we vrienden zijn? Vrienden bestaan niet in het voetbal”, sprak De Mos bits na Anderlecht-Standard. Hij zei geen behoefte te hebben woorden vuil te maken aan zijn collega uit Luik. Haan was een stuk openhartiger. “De Mos verandert als hij de nummer één is. Als hij met zijn club tweede of derde staat is er niets aan de hand.” Haan wist zich een voorval na afloop van het Europa-Cupduel Barcelona-Anderlecht, twee jaar geleden, te herinneren. De Belgische ploeg bereikte toen in het uitverkochte Nou Camp de volgende ronde. “Na afloop zag ik De Mos Cruijff over zijn bolletje aaien. Alsof hij met een klein kind te maken had. Ik zat me op te vreten voor de tv”, aldus Haan. “Wat een onzin”, reageerde De Mos later op deze opmerking. “Cruijff laat zich toch niet door mij over zijn hoofd aaien. Ach, ik heb niets met Haan te maken en hij niet met mij. Zeg dat maar tegen hem.”

Haan ergert zich aan De Mos en De Mos ergert zich aan Haan. Toch lijken de twee trainers in vele opzichten op elkaar. Ze hebben beide succes, dat is één, maar bovendien worden zij geprezen om het feit dat ze een hecht team kunnen formeren en hun spelers optimaal kunnen motiveren. De Mos en Haan zijn lepe types. Beide hebben gekozen voor een trouwe assistent die bovendien de club door en door kent, ex-spelers ook, Dockx bij Anderlecht en Semmeling bij Standard. De twee trainers provoceren soms en spelen als ze dat nodig achten een rol. “Ik doe alles gevoelsmatig. Dat zal met Haan ook wel zo zijn”, aldus De Mos.

Arie Haan voelde zich zaterdagavond in Brussel de morele winnaar. Hij haalde met Standard een punt weg uit het hol van de leeuw. Haan had het na afloop dan ook naar zijn zin in het Astridpark. Het is vertrouwd terrein voor hem. Acht jaar lang verbleef hij er, eerst als speler daarna als trainer. Haan noemt Anderlecht “een hele goede vriendin”. “Maar ik ga niet vreemd, begrijp je”. voegde hij er lachend om zijn eigen vondst aan toe. “Ik identificeer mij altijd met de club waar ik werk. Voor mij tellen nu dus alleen de spelers van Standard, de groep, de club.”

Met zijn handen in zijn zak beantwoordde Haan na afloop met de nodige bravoure alle vragen. “Anderlecht of niet, je moet hier gewoon voetballen.” Wat vond hij van het feit dat De Mos een middenvelder (Kooiman) inplaats van een aanvaller (Bosman of Verheijen) het veld in had gestuurd. “Dat vond ik héérlijk”, reageerde Haan een tikkeltje provocerend. “Maar ik had er een beetje rekening mee gehouden. Ik heb hier woensdag Anderlecht-Panathinaikos gezien en ik zag toen hoe veel ruimte Anderlecht op het middenveld gaf. Dat was tegen Standard niet verstandig geweest.”

De Nederlander Frans van Rooij, aan het begin van het seizoen van FC Antwerp naar Luik verhuisd, vindt dat Standard het beste middenveld van België heeft. “In het begin van het seizoen liep het helemaal niet”, vertelde Van Rooij. “Toen ben ik naar Haan toegestapt en heb gezegd dat hij me beter op de bank kon zetten. Ik vond er niets aan. Ik zag alle ballen overvliegen.” Haan nam zijn maatregelen en Van Rooij heeft nu weer veel plezier met de bal. “Haan houdt van hetzelfde soort voetbal als ik, lekker kort spel en veel beweging.”

Standard Luik was jarenlang de trots van Wallonië. Het leverde heroïsche gevechten met het deftige Anderlecht om de koppositie van Belgische voetbal. Het beroemde omkoopschandaal tijdens de laatste wedstrijd van het seizoen 1982-'83 tegen Waterschei wierp de club echter ver terug. De Luikse sterrenploeg met spelers als Preud'homme, Gerets, Meeuws, Tahamata en Arie Haan zelf - landskampioen in 1982 en '83 en Europa Cup 2-finalist in '82 - viel door langdurige schorsingen uit elkaar. De sluwe Haan wist overigens als enige de dans te ontspringen en werd niet gestraft. Ver weg van alle commotie ging hij een tijdje in Hong Kong voetballen. En nu is Haan na acht seizoenen dus terug in Luik. Vele collega's voor hem - George Kessler was de laatste in de lange rij - probeerden tevergeefs Standard naar de top terug te brengen. De club speelde zelfs al vijf jaar geen Europees voetbal meer. Standard leek vaak op een vreemdelingenlegioen. Uit alle delen van de wereld werden spelers naar stadion Sclessin gehaald. Haan stuurde aan het begin van het seizoen vijf buitenlanders - drie Israëliers en twee Hongaren - weg. De Standard-trainer vindt dat zijn ploeg eigenlijk te jong en te onervaren is. “Misschien kunnen we binnenkort nog eens de markt op om naar een wat oudere speler te zoeken.”

De vraag is nu of Standard zijn opmerkelijke opmars - 22 punten uit 15 wedstrijden - kan continueren. “Waarom niet?”, vroeg Henk Vos, de zaterdag geschorste Nederlandse spits van Standard, zich af. “We hebben alleen in het begin van het seizoen onnodig punten verspeeld. Toen waren we nog niet ingespeeld. We verloren van Club Brugge en speelden gelijk tegen Beveren en RWDM. Als we toen een paar puntjes meer hadden gepakt zouden we nu zelfs koploper zijn geweest.”

Vos noemt Standard “een groot elftal”. Hij vindt alleen dat dat nog niet voldoende wordt onderkend in België. “Waarom begrijp ik niet. Van Anderlecht wordt alles geaccepteerd. Van Standard niets.” Haan: “Anderlecht mag net iets meer dan de andere ploegen. Zoals elke grote ploeg in zijn land.” Frans van Rooij, al sinds 1986 in België actief, wijst op de schorsing van landgenoot Vos. “Hij krijgt drie wedstrijden aan zijn broek en Rutjes (van Anderlecht, red) voor een soortgelijk geval maar één. Anderlecht heeft ook negen van de tien keer de scheidsrechter mee.” Zaterdagavond viel dat overigens erg mee. De bezoekers mochten van geluk spreken dat Thierry Pister niet uit het veld werd gestuurd. De middenvelder van Standard ving in de slotfase de handige Braziliaan Oliveira in volle ren op. Arbiter Piraux toonde de boosdoener tot onsteltenis van heel Anderlecht slechts de gele kaart.

Henk Vos moest na afloop als toeschouwer bekennen dat hij dit seizoen meer had genoten van de Nederlandse topwedstrijden PSV-Ajax en Feyenoord-Ajax dan van Anderlecht-Standard. Er werd in Brussel weliswaar voor elke meter gestreden, maar van oogstrelende acties was op een enkele uitzondering na geen sprake. De Belgen wezen als excuus op het veld in het Constant VandenStock-stadion. Dat ligt er al een paar weken erbarmelijk bij. Het is hobbelig en op vele plekken zelfs kaal. Arie Haan sprak van een akker. Bij Anderlecht geeft men scheidsrechter Constantin de schuld van deze ellende. Hij liet op 9 november de wedstrijd tussen Anderlecht en Mechelen in een complete modderpoel gewoon doorgaan en de grasmat werd in negentig minuten blijvend kapot getrapt. “ Op zo'n veld is het onmogelijk het spel te maken”, sprak De Mos na afloop. De trainer herinnerde ook nog even fijntjes aan het loodzware programma dat Anderlecht heeft afgewerkt. De kampioen speelde in de afgelopen drieëneenhalve week achtereenvolgens tegen PSV, KV Mechelen, Cercle Brugge, Panathinaikos en Standard en de internationals uit de ploeg kwamen bovendien nog met België tegen Duitsland uit. De Mos: “Voor ons was het gewoon een kwestie van overleven. Standard speelde elke week één competitiewedstrijdje. Wij hadden andere problemen.”