Groot-Brittannië staat alleen in beraad over monetair en economisch verdrag; Uitzondering voor Londen in EMU

SCHEVENINGEN, 2 DEC. In het verdrag voor economische en monetaire unie (EMU) dat over een week op de Europese top in Maastricht moet worden bekrachtigd, zal geen algemene uitzonderingsclausule worden opgenomen die landen de mogelijkheid biedt buiten de slotfase van één munt en één centrale bank te blijven.

Een algemene uitzonderingsclausule was door Nederland als halfjaarlijkse voorzitter van de EG in de ontwerptekst voor het EMU-verdrag opgenomen om Groot-Brittannië tegemoet te komen. In verband met de hooglopende politieke onenigheid binnen de conservatieve partij over de monetaire eenwording had de regering-Major hierop aangedrongen. Maar gisteren bleek op een informele bijeenkomst van de EG-ministers van financiën in Scheveningen dat Groot-Brittannië in deze wens alleen stond, nadat Denemarken zijn aanvankelijke steun aan een dergelijke algemene uitzonderingsclausule had opgegeven.

Aan het EMU-verdrag zal nu een aanhangsel worden toegevoegd dat uitsluitend Groot-Brittannië in de gelegenheid stelt om na de aanvaarding van het verdrag alsnog af te zien van deelname aan de slotfase van EMU.

De Britten, die vanaf het begin van de onderhandelingen hebben getracht te vermijden om in een isolement te worden gemanoeuvreerd, staan nu toch alleen. Minister van financiën Norman Lamont verklaarde gisteravond dat een aparte uitzonderingsregeling voor Groot-Brittannië heel moeilijk aanvaardbaar is, maar hij ging niet zo ver om te dreigen met een veto over het EMU-verdrag.

Geruchten in Scheveningen dat Groot-Brittannië in ruil voor het laten vallen van de algemene uitzonderingsregel zou hebben bedongen dat de sociale paragraaf zal verdwijnen uit het verdrag voor de politieke unie (EPU), werd gisteravond door de voorzitter van de EG-ministers van financiën, Wim Kok, tegengesproken. “Dat is ondenkbaar en onaanvaardbaar”, zei hij. De paragraaf over een gemeenschappelijk sociaal beleid is een van de grote knelpunten in de onderhandelingen over het EPU-verdrag dat eveneens in Maastricht moet worden afgerond.

Kok was overigens zeer te spreken over de vorderingen die bij de EMU worden gemaakt. “We hebben negen à tien van de vijftien punten opgelost die we vòòr Maastricht moeten afronden”, zei hij na afloop van de bijeenkomst in Scheveningen. Vandaag en morgen proberen de EG-ministers van financiën in Brussel de laatste meningsverschillen weg te werken. “We hopen dinsdag een verdragstekst klaar te hebben die we met een strikje erom naar Maastricht kunnen brengen, of in ieder geval om het aantal punten waarover geen overeenstemming is bereikt tot bijna nul te hebben teruggebracht” zei Kok.

Waarschijnlijk zal de top in Maastricht het laatste woord spreken over de uitzonderingsclausule, over extra geld voor de armere lidstaten en over de vestigingsplaats van de Europese centrale bank.

Ook Horst Köhler, de Duitse staatssecretaris van financiën - minister Waigel was de enige afwezige EG-minister van financiën in Scheveningen - toonde zich optimistisch over de vorderingen. “Dit was een tussenstation in de galop naar Maastricht. De kansen op succes daar zijn groot”, aldus Köhler.

Hij zei dat Duitsland tegenstander was van een algemene uitzonderingsclausule omdat dit twijfel zou kunnen zaaien over de bereidheid van landen om daadwerkelijk de stap naar één munt te nemen. De president van de Europese Commissie, Jacques Delors, sprak in dat verband van een "zwaard van Damocles' dat boven de EMU en de financiële markten zou hangen als alle landen het recht zouden behouden om in de slotfase alsnog af te haken.

Ondanks Duits verzet is overeenstemming bereikt over de leiding van het Europese Monetaire Instituut (EMI) dat op 1 januari 1994 zal worden opgericht in de overgangsperiode naar de monetaire unie. Het EMI zal een onafhankelijke president krijgen, die op voordracht van de centrale bankpresidenten zal worden benoemd door de Europese Raad van regeringsleiders. Eén van de centrale bankpresidenten wordt vice-president van het EMI. Het EMI zal de taken van het bestaande Comité van gouverneurs van de centrale banken overnemen en de oprichting van de toekomstige Europese centrale bank voorbereiden. Het zal evenwel geen taken overnemen van de nationale centrale banken, beklemtoonde Delors gisteren.

Duitsland, dat bevreesd is dat in deze tussenfase de onafhankelijkheid van de Bundesbank zal worden uitgehold zonder dat een onafhankelijke Europese centrale bank in werking is getreden, heeft geëist dat het EMI geen enkele monetaire bevoegdheid krijgt. “Wij kunnen met alles leven, zolang het EMI geen inbreuk doet op het zelfstandige beleid van de nationale centrale banken”, zei Köhler gisteravond.

Verder zijn de ministers van financiën het gisteren eens geworden dat in de Europese centrale bank een algemene raad zal komen waarin alle landen vertegenwoordigd zijn, en een bestuursraad waarin uitsluitend de landen zitting hebben die daadwerkelijk hun munten hebben ingeruild voor de Europese munt en hun nationale reserves hebben ondergebracht bij de Europese centrale bank. Landen die in verband met hun financieel-economische situatie nog niet deelnemen aan de slotfase van de EMU, zijn daarmee uitgesloten van het monetaire beleid in de ECB.