d'Ancona licht voorstel voor Maastricht toe op symposium in Amsterdam; Nederland wil culturele paragraaf EG

AMSTERDAM, 2 DEC. Op de conferentie over de Europese Politieke Unie volgende w#eek in Maastricht zal de Nederlandse regering voorstellen een culturele paragraaf toe te voegen aan het EG-verdrag, die in algemene termen de bevordering van de cultuur belijdt en waarin tevens steunmaatregelen voor cultuur mogelijk worden gemaakt. Zo'n paragraaf is nodig voor de bescherming van nationale subsidies die formeel in strijd zijn met het EG-verdrag, dat binnen Europa een vrij verkeer van personen, geld en goederen garandeert.

“Kunst verdient in een vrij Europa een andere benadering dan roomboter of vleestomaten,” zei minister d'Ancona (cultuur) gisteren op een bijeenkomst in Felix Meritis in Amsterdam, waar zij een toelichting gaf op het Nederlandse voorstel voor betrokkenen uit de kunstwereld. “Europese integratie kan geen betrekking hebben op de culturele sector. De Europese cultuur vertoont zich als een bont kleurenpalet, dat zich niet gemakkelijk tot louter rode, gele of blauwe vlakken terug laat brengen.”

De aanwezigen waren het erover eens dat het Nederlandse voorstel voor een cultuurparagraaf uitblinkt door vaagheid. “Het voorstel maakt een Belgische indruk, men kan er alle kanten mee uit,” stelde de Belgische publicist Jozef Deleu. Sommigen vonden dit een voordeel, anderen een nadeel. Jan Karel Gevers, bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam, meende dat regels er zijn om burgers zoveel mogelijk vrijheid te geven en noemde het daarom een leuke paragraaf; maar oud-ambassadeur voor internationale culturele samenwerking Maarten Mourik vreesde dat de cultuurparagraaf te veel vrijheid gaf aan de bemoeizucht van de Europese Commissie, en ook socioloog Bart Tromp wees erop dat iedere aanvulling van het EG-verdrag de macht van de Europese Commissie meer legitimiteit verschaft. Enkele aanwezigen vonden de paragraaf zo vaag dat zij de minister vroegen het voorstel in te trekken. Maar minister d'Ancona wees de kritiek van de hand. “Ik kan me ook wel iets mooiers voorstellen dan zo'n wollige tekst, maar de paragraaf moet nu eenmaal door twaalf lidstaten worden goedgekeurd. Het is een positief initiatief. Onze tegenstanders in Europa zijn de ministers van financiën en economische zaken, en reken maar dat die met deze paragraaf niet blij zullen zijn.”

Het gezelschap was verder unaniem van mening dat een centralistisch Europees cultuurbeleid niet wenselijk is. Dramaturge Marianne van Kerckhoven waarschuwde tegen Europees paternalisme; Odile Chenal van de Europese Culturele Stichting wees op het belang van de Nederlandse taal en noemde Nederlanders in deze kwestie nonchalant; weer anderen meenden dat onze culturele identiteit in het geding is. Directeur Adriaan van der Staay van het Sociaal en Cultureel Planbureau trachtte het begrip identiteit te relativeren en omschreef het spreken hierover als suspect en irrationeel. Bij wijze van overdrijving gaf Van der Staay een korte opsomming van planten en dieren die moeten worden afgeschaft indien wij het criterium specifiek Nederlands consequent zouden toepassen: konijnen (afkomstig uit Spanje), fazanten (afkomstig uit de Krim) en bereklauw (afkomstig uit Perzië). Van der Staay voorspelde dat in het toekomstige Europa nationale elites niet langer behoefte hebben aan een ideologie en maakte gewag van een Europees thuisgevoel in alle EG-lidstaten.

Later deze week spreekt ook de Tweede Kamer nog met minister d'Ancona over het Nederlandse voorstel.