Column

Bedwelmd

Bedwelmd. Dat is het juiste woord. Een jaar geleden kwam ik voor het eerst bij de derby en was in één keer aan flarden. Toen sprak ik een man die er voor de twaalfde keer was en hij zei: “Let maar op. Het verslaaft”.

Onzin, dacht ik toen en weet een jaar later wel beter. Hij heeft gelijk! Het verslaaft. Ik ben best wat gewend, herinner mij bloedstollende Europa Cup- en WK-uren en heb in beide gevallen een finale live meegemaakt, maar dit? Nee!

Vorig jaar kwam ik in het San Siro, zag Nederland van de Duitsers verliezen en vond die dag alleen het stadion mooi. Toen werd mij al verteld dat 50.000 Duitsers en 30.000 Nederlanders iets heel anders is dan 80.000 uitzinnige Italianen. Dit werd zo vaak herhaald dat ik besloot te gaan en inderdaad: ik werd verpletterd. Samen met mijn vrouw en een paar vrienden betrad ik vorig jaar de hel en we zijn er een jaar kortademig van geweest. Ajax heeft een F-side, Feyenoord een harde kern en er is zelfs een Nederlandse club waarbij de aanhang zich de ultra's noemt, maar vergeleken bij de aanhang van AC Milan of Inter zijn dit peuterspeelzalen met den bijbel. Natuurlijk is Milaan twintig of dertig keer groter dan Enschede of Eindhoven en kunnen de clubs wat meer aanhang op de been brengen, maar er is nog iets anders. In Nederland kijk je naar Nederlanders en in Milaan zie je Italianen. De kleur van de haren, het vuur van de ogen, de vlammende woorden in het geselende ritme van hun taal. Als een vrouw naast me “Donadoni” roept en ze houdt de laatste “o” tergend mooi aan, dan krijg ik geen kippevel. Ik word kippevel. De vrouw jammert de naam zo vaak en haar man knikt met geperste lippen begrijpend mee. Is zij zijn oude schooljuf, een buurvrouw, een vriendin van zijn moeder? Zij is te oud voor zijn matresse, maar misschien heeft zij het hem geleerd. In het begin denk je dit nog. Die twee zullen elkaar wel heel goed kennen, tot je erachter komt dat alle vrouwen de naam Donadoni kermen alsof zij uren de hooiberg met hem hebben gedeeld. En zo schreeuwen ze ook om Baresi, Tassotti, Maldini en Ancelotti. De eerlijkheid gebiedt toe te geven dat de namen Gullit, Van Basten en Rijkaard ritmisch storend zijn. De Italianen kunnen Marco, Roedi en Frenkie mooi huilen, maar de achternamen zijn te hoekig en eindigen te medeklinkerig.

Op het moment dat je naar het stadion loopt, word je al heerlijk verwend door alle luchtjes. Zuurkoolbroodjes, gepofte kastanjes en allerlei anders dat de gore lucht van de Hollandse frikadel doet vergeten. Dan de honderden handelaren in Milan-souvenirs. Niks twee verlopen caravans met vlaggetjes. Nee, een zee van dundoekkoopmannen die een keuze geven uit duizenden speldjes, polsbandjes, handdoeken, sleutelhangers, enzovoort. Lelijk? Ja natuurlijk, en daarom zo onbeschrijflijk mooi. Blind koopt deze oom voor zijn neef Stijn een Milan-shirt, omdat ik weet dat hij er minstens één nacht in zal slapen.

Dan kom je het stadion binnen en word je overdonderd door de oceaan van kleuren, vlaggen en geschreeuw. Je zit je een uurlang geen seconde te vervelen. Steeds is het ritueel anders. De Inter-aanhang heeft niet honderd zwarte en blauwe ballonnen bij zich. Nee, een kleine tienduizend! Er hangt niet één uit een laken geknipt spandoekje! Nee, de kreten zijn groter dan het veld zelf en er moet bij beide partijen een regisseur zijn. En niet alleen een regisseur. Er moet een heel produktiebureau achter zitten. De elftallen komen het veld op en de vakken, gevuld met zeker tienduizend tifosi, steken op dat moment voor het eerste hun bescheiden vlag op. Er zijn echter zoveel vlaggen dat zeven vakken verkleuren. In één seconde. De buitenste zijn in de kleuren van de Italiaanse vlag en de andere vijf er tussenin zijn zwart en blauw. Een regen van wc-papier en een orkaan van confetti daalt neer. Aan beide kanten. AC Milan laat zich niet onbetuigd. Ook al zijn zij in de minderheid omdat Inter thuis speelt. Het lawaai is echt oorverdovend en ik denk dat van de echte supporters een groot deel de wedstrijd niet eens ziet. Te druk met de rituelen, met de rug naar het veld worden de collega-supporters opgezweept om tot meer dan nog meer te komen. Door mij heen schreeuwt een wedstrijd als VVV-RKC en een tanker begrip voor Rijkaard, Gullit, Van Basten en binnenkort Bergkamp vaart zonder loods mijn hoofd binnen. Van Basten scoort en Klinsmann maakt later 1-1. Orgasmes en anders niet. Iedereen om me heen wordt gek of kwaad, maar dan ook echt gek en echt kwaad. Ik kijk gulzig, eet details en lach om de waanzin. Ondertussen weet ik me verslaafd en ken geen Jellinek om af te kicken.

De Milan-aanhang roert zich, de Interisten antwoorden, het stadion trilt en waarom scheurt de tribune niet onder dit verschrikkelijke geweld? Ik adem vet vuurwerkrook in, weet dat leven onzin is en besluit te gaan sparen voor een retourtje Rio. Waarom? Fluminenze-Flamingo's schijnt nog erger te zijn. Bedwelmd, dat is het juiste woord.