Amos Oz: de kibboets heeft geen Nieuwe Mens voortgebracht

Begin september stond er in een Israelisch dagblad een interview met de schrijver Amos Oz. Dit keer ging het niet over de Palestijnen en hun aspiraties, noch over het beleid van Shamir of over de frustraties van de Israelische Arbeiderspartij. Het hele artikel was gewijd aan overpeinzingen over de kibboets. Het was een geweldige tour de force, helder, pijnlijk en zeer openhartig. Eigenlijk leek het niet eens op een interview. Het was een lange, zeer ontroerende, uiterst iconoclastische monoloog. Ik belde Amos Oz om hem te zeggen dat ik er zeer van onder de indruk was en voegde eraan toe dat ik me misschien zou laten verleiden om mijn Nederlandse lezers deelgenoot te maken van enkele van zijn gedachten aangevuld met een paar eigen observaties. Hij had geen bezwaar.

De kibboets Hulda was gedurende dertig jaar het thuis van de schrijver. Hij bracht er zijn beste jaren door. Zijn vertrek uit de kibboets, een paar jaar geleden, was erg pijnlijk, maar onvermijdelijk. "We hadden geen keus. Mijn zoon kan hier (in het stadje Arad, in de heuvels van de oostelijke Negev) de droge woestijnlucht inademen'. De zoon heeft astma. Uit het interview bleek de sombere stemming van Oz. Kwam die voort uit schuldgevoel omdat hij uit de kibboets was weggegaan? Of uit de aanhoudende geestelijke pijn veroorzaakt door de voortdurende malaise van zijn kibboets en van de meeste andere? Amos Oz wijt de crisis waarin de kibboetsim verkeren niet aan een slecht financieel beleid, of aan ongunstig afgesloten kortlopende leningen. Volgens hem liggen de oorzaken van de crisis veel dieper en is het drama van de betrokkenen eerder terug te voeren op menselijke zwakheden dan op de financiële resultaten. Het ergste is nog dat de leden van de kibboetsim het gevoel hebben dat ze gefaald hebben. “Ze leven maar één keer, en ze krijgen geen tweede kans”, zegt Amos Oz.

Een aantal van de meer pragmatische kibboetsniks wil de gemeenschap wijzigen, haar levenswijze, haar regels, alsof privatisering een oplossing zou bieden. Anderen onder deze hervormers, zegt Oz, denken dat harder werken, introductie van premies en bonussen, het toevlucht zoeken tot de gevestigde mentaliteit en de regels van de kapitalistische samenleving de therapie is. Deze hervormers gaan ervan uit dat door introductie van het kapitalistische beloningssysteem, de spontane blijheid en het geluk terug zullen komen. Oz denkt terecht dat deze mensen het bij het verkeerde eind hebben. Hun diagnose is onjuist en hun medicijn verkeerd. De motivatie in de kibboets is niet dood. Dat is, volgens Oz, niet wat werkelijk aan de orde is. Kibboetsleden hebben hun hele leven hard gewerkt. Zij maken 3 procent van de Israelische bevolking uit en produceren een derde van alle landbouwprodukten van het land; bovendien zorgen zij voor meer dan 10 procent van het bruto nationaal produkt.

Het falen heeft dus geen economische achtergrond. Oz heeft vele jaren gedacht dat de stichters van de kibboets conservatief waren en geen tijd hadden voor vernieuwingen. Hij dacht dat de tweede kibboetsgeneratie niet in staat was het conservatisme van haar vaders te bestrijden en te overwinnen. Vandaag is Oz ervan overtuigd dat zijn indruk niet juist was. Hij zegt, wat filosofisch, dat geen menselijk wezen tijdens zijn leven twee revoluties teweeg kan brengen. Hij is vol bewondering voor de generatie van de stichters wegens de schitterende revolutie die zij zowel in hun persoonlijk leven als in het leven van Israel teweeg hebben gebracht. Hun kinderen zijn er niet eens in geslaagd een revolutie in hun leven te persen. De stichters vestigden de kibboets en hadden er geen politie of wetgeving nodig. Het was een vrijwillige en idealistische prestatie, geïnspireerd door dromen over een nationaal en sociaal reveil. Zij hebben, volgens Oz, bewezen dat leven en werken in een egalitaire gemeenschap niet tegen de aard van de mens indruist. Oz geeft toe dat er zich in de kibboets soms, in plaats van politie, een hard systeem van roddels en zeer effectieve pressie van de gemeenschap ontwikkelt. In een relatief kleine gemeenschap werkt dat. De kibboets opereert niet in de context van premies en bonussen, maar van trots en schaamte. Als je je goed gedraagt, word je ten beloning geprezen door de anderen. Als je prestaties niet voldoen aan de normen, kun je gemakkelijk vernederd en te schande gezet worden. Zo werkt de waarderingsnorm in die gemeenschap.

Als dit hele experiment van drie generaties gefaald heeft, betekent dat dan, vraagt Oz, dat je een samenleving niet op basis van vrijwilligheid kunt veranderen? Als de kibboets faalt, dan staat het hele ethos van het moderne Israel op de tocht. Amos Oz geeft zich niet over aan zijn wanhoop. Maar hij vraagt zich af waar de fout werd gemaakt. In principe, zegt de romanschrijver, zijn de doorslaggevende menselijke zwakheden niet veranderd - afgunst, angst, wreedheid, ambivalentie, eenzaamheid, ambitie, zelfvernietiging. Ze komen in elke samenleving voor, ook in de kibboets.

Er is dus geen sprake van een nieuwe mens. Integendeel, zegt Oz, een aantal verworvenheden van de kibboets heeft de tragische aspecten van het menselijk bestaan alleen maar duidelijk gemaakt. Het is moeilijker om te sterven in een optimistische samenleving dan onder een tiranniek bewind. In een optimistische samenleving is er voor ieder probleem een commissie. Als iets in je badkamer niet goed functioneert, weet je wie dat kan verhelpen. Maar als je een hartaanval hebt, kun je geen beroep doen op een commissie en beweren dat de hartaanval een schending is van het principe van de anciënniteit.

Levenslust, merkt Oz op, is niet eerlijk verdeeld, ondanks het feit dat wij allemaal hard werken en onze bijdrage leveren aan de gezamenlijke inspanning. Er zijn mensen die zeventig worden en die nog net zo'n jeugdige instelling hebben als vroeger, maar er zijn anderen die melancholiek, moedeloos, en òp zijn. De kibboets is een egalitaire gemeenschap, maar de tragedie van een niet-knappe vrouw is daar nog groter. Het is moeilijk om in de kibboets ziek te zijn en het is erg moeilijk om er dood te gaan. Jaren geleden was er een groot enthousiasme om tot de "landelijke aristocratie' te behoren, of daar toe te worden gerekend; maar zelfs dat is hun afgenomen toen Begin premier werd en de kibboets op onbarmhartige wijze laakte en vernederde, als een populistisch middel om in de gunst te komen bij sommige Noordafrikaanse immigranten.

De stichters, zegt Oz, hadden dit niet kunnen voorzien. Zij creëerden een ethos van de eeuwige jeugd. Ouderdom werd door hen als iets vernederends gezien. Zij hadden er minachting voor. Hun kinderen erfden dat gevoel in sterke mate. Het resultaat was tragisch. De kinderen koesterden dezelfde weerzin tegen hun ouders. Toen de stichters in Israel aankwamen (of liever, in het vroegere Palestina) hadden zij geen idee wat het verschil was tussen een koe en een muilezel, maar zij zijn erin geslaagd een landbouwbeleid te realiseren dat waarschijnlijk tot een van de beste in de wereld behoort. Hun geweldige succes komt voort uit hun totale toewijding, niet gehinderd door enige voorafgaande kennis van het boerenbedrijf. Op industrieel gebied ligt dat anders, en zijn de resultaten weliswaar indrukwekkend, maar niet spectaculair.

Vrouwen, zegt Oz, hebben een hoge prijs betaald voor hun "gelijke status'. De vrouwelijke pioniers wilden de traditionele baantjes niet meer, niet meer werken in de keuken, de wasserij of de gezamenlijke eetzaal. Zij wilden als mannen gekleed gaan en als mannen behandeld worden. Zo produceerde de kibboets twee soorten mannen. Vroeger was lippenstift taboe en gold de verfraaiing van vrouwen als een parodie op de kibboets etiquette. Oz, de romanschrijver, merkt op: Overdag werden vrouwen gewoonlijk beschouwd als "mannen', terwijl hun 's nachts verweten werd dat ze zich niet vrouwelijk genoeg gedroegen.

Amos Oz gelooft nog steeds dat de kibboets een van de meest aantrekkelijke creaties van deze eeuw is, maar het gebrek aan tederheid en medelijden, persoonlijk medelijden in de beginperiode ervan, heeft een vernietigend effect gehad op het leven in de kibboets. Noch hervormingen in de gemeenschappelijke eetzaal, noch veranderingen in het werkrooster zullen de kibboets nieuw leven inblazen. Wat de kibboets nodig heeft is een terugkeer naar een meer traditionele tederheid en meer traditionele menselijke betrekkingen, naar de gevestigde normen van het gezin, niet als een universeel geneesmiddel, maar als een reeks waarden waarin kinderen opgroeien tot stabieler en solider mensen. Sommigen van de beste soldaten en de moedigste piloten komen uit de kibboets voort, maar het soort intellectuele fermentatie dat de generatie van hun vaders karakteriseerde wordt er niet gekweekt. Natuurlijk bestaan daarvoor geen vaste regels, maar voortgaan op de ingeslagen weg is zeker niet de oplossing.

De schrijver A.B. Yehoshua, een dikke vriend van Oz, heeft onlangs opgemerkt dat de kibboets-ervaring cruciaal is als je Amos Oz wilt begrijpen. Jay Parini, de Amerikaanse romanschrijver, constateerde dat de kibboets voor Oz is wat Yoknapatawpha County was voor Faulkner, een microkosmos waarin 's werelds morele strijd wordt gestreden, een strijd waarin liefde en dood vechten om een soort totale overwinning, een wereld waarin het menselijk falen zijn onvermijdelijke rol speelt. Het is tachtig jaar geleden dat de eerste kibboets, Degania, werd gesticht en de honderden kibboetsiem overal in Israel hebben het land gemaakt tot de unieke plek die het nu is. Maar het moment is aangebroken waarop oude dierbare ideeën opnieuw bekeken moeten worden, zowel in de kibboets als daarbuiten.

Foto: "Wat de kibboets nodig heeft is een terugkeer naar een meer traditionele tederheid en meer traditionele menselijke betrekkingen, naanormen van het gezin' (foto Jaime R. Halegua).