TIMOER LENK; Een aarzelende sadist uit Transoxiane

Tamerlan door Jean-Paul Roux 380 blz., Fayard 1991, f 54,60 ISBN 2 213 02742 0

Hoewel Timoer Lenk met Alexander de Grote en Djenghis Khan behoort tot de grootste veroveraars in de wereldgeschiedenis, is over hem opvallend minder gepubliceerd dan over de twee anderen. Voor een deel is dit het gevolg van het feit dat zijn optreden geen basis vormt voor een interessant verhaal. Het was een optreden dat naast ongelooflijke bloederigheid, wreedheid, moordlust en oorlogsdrang weinig biedt aan the stuff biographies are made of, zoals aansprekende bespiegelingen over de wereld in het algemeen en de mensheid in het bijzonder, of dan ten minste de schijn van genialiteit.

Timoer werd in 1336 geboren als lid van een Turkse volksstam die in het tegenwoordige Oezbekistan leefde. Tijdens pogingen de macht in handen te krijgen, raakte hij in 1363 aan zijn rechter dij zo ernstig gewond dat dit been verlamd bleef. Dit feit leverde hem de naam op Timür-i Leng (de Lamme). In het Engels en het Frans werd deze naam verbasterd tot respectievelijk Tamerlane (ook wel Tamburlain) en Tamerlan.

Na nogal wisselende lotgevallen lukte het Timoer Lenk in 1370 zich als de Grote Emir van Transoxiane (nu Oezbekistan) te vestigen. Maar in Centraal- en Zuidwest-Azië bestond in die tijd nog steeds de ongeschreven wet dat alleen de nakomelingen van Djenghis Khan heerser over een rijk konden zijn. Timoer Lenk moest, of hij wilde of niet, hiermee rekening houden. zijn oplossing was klassiek: hij installeerde een afstammeling van de grote Mongool als marionet-khan en nam zelf het oppergezag in handen.

Tot 1400 voerde hij voortdurend oorlog maar van een systeem of lijn, zoals die zo duidelijk zichtbaar is bij Djenghis Khan, is bij Timoer Lenk niets te vinden. In het gebied van het tegenwoordige Kazachstan ondernam hij negen veldtochten, in het huidige Iran, Irak, Syrië, Armenië en Georgië voerde hij alles bij elkaar vijftien jaren oorlog. Daarnaast vonden nog grootscheepse operaties plaats in Rusland en India. Het doel van zijn vele ondernemingen lijkt niet gericht te zijn geweest op het veroveren van gebieden, doch veel meer op het uitbreiden van zijn invloedsfeer door het installeren van bevriende heersers. Timoer Lenk had daarnaast de voor een niets ontziend machthebber vreemde gewoonte zijn overwinningen niet ten volle uit te buiten. Hij bood daarmee zijn tegenstanders regelmatig de gelegenheid zich te herstellen.

LEVEND BEGRAVEN

In de oudheid en de middeleeuwen waren vernielingen, plunderingen, mensenslachtingen een vast patroon bij oorlogen en veldtochten. Immense aantallen mensen werden als slaven weggevoerd. In dit opzicht doen Alexander de Grote en Djenghis Khan niets onder voor Timoer Lenk. Door de geografische uitgestrektheid van hun oorlogscampagnes waren bij hen het aantal slachtoffers en de omvang van de vernielingen enorm groot. Bij Timoer Lenk traden echter factoren naar voren die bij de twee anderen niet aanwezig waren: sadisme en religieuze onverdraagzaamheid. Van hem is bekend dat hij louter voor eigen genoegen regelmatig aan elkaar gebonden mensen levend liet begraven of levend in een muur liet metselen. Met andersdenkenden had hij geen geduld: het Nestoriaanse christendom, dat in het midden van de 14de eeuw in Centraal- en Zuidwest-Azië tot de grote godsdiensten behoorde, is door Timoer Lenk zo goed als uitgeroeid.

De beschrijving van de zich herhalende veldtochten in steeds dezelfde landen levert geen interessant verhaal op. Dat wordt anders in 1398. Toen viel Timoer Lenk India binnen en in nam in datzelfde jaar Delhi in. Deze veldtocht ging gepaard met zeer grote wreedheden en plunderingen. Tijdens de terugtocht werden tienduizenden mensen als slaven meegevoerd, die als gevolg van de barre omstandigheden onderweg bijna allen omkwamen. De invasie van India was wederom een pure plunder- en moordtocht, aangezien Timoer het uitgemoorde, vernielde en leeggeroofde India niet aan zijn rijk voegde. Maar een speling van het lot is dat in het begin van de 16de eeuw een nakomeling van Timoer Lenk, Babur, in India de beroemde dynastie van de Groot Moghols stichtte. Onder deze heersers kreeg de Islam de kans zich in dit land sterk uit te breiden.

Na de veldtocht in India vond het in historisch perspectief belangrijkste optreden van Timoer Lenk plaats. In 1400 richtte zijn oorlogslust zich tegen de heerser van het snel expanderende Osmaanse rijk, Sultan Bajazed II. Die was met zijn legers reeds de Bosporus overgestoken en had enkele delen van de Balkan veroverd. Het christelijke Byzantijnse rijk was gereduceerd tot een enclave om de hoofdstad Constantinopel. Nauwelijks was Timoer zijn opmars naar Anatolië evenwel begonnen, of hij constateerde dat achter zijn rug de Mamelukken in Syrië oproerig waren geworden. Hij ging razendsnel terug om eerst met dit gevaar af te rekenen. Achtereenvolgens werden een aantal steden in Syrië en in 1401 Damascus en Baghdad ingenomen. De moslim Timoer Lenk deinsde er niet voor terug in de laatste stad, die voor de Islam van grote betekenis was, een enorme slachting onder de bevolking aan te richten.

VERNIELEN EN PLUNDEREN

Merkwaardig was dat Bajazed II ondertussen een gebruik maakte van de problemen waarmee Timoer werd geconfronteerd. Hij wachtte rustig af en gaf zijn tegenstander de gelegenheid zijn legers weer op sterkte te brengen. In 1402 troffen de op dat moment voornaamste islamitische heersers elkaar bij Ankara. En het was geen vriendelijke ontmoeting. De overwinning ging naar Timoer die bovendien Bajazed gevangen nam. Typerend voor Timoer Lenk was dat hij zijn overwinning niet politiek uitbuitte en volstond met het uitmoorden, vernielen en plunderen van een aantal steden in Anatolië. Wat de gevolgen zouden zijn geweest indien hij het Osmaanse sultanaat wel verder had belaagd, is moeilijk vast te stellen. De slag bij Ankara heeft in ieder geval wel de val van Constantinopel met enkele decennia vertraagd.

Timoer Lenk overleed in 1405 tijdens de voorbereidingen voor een veldtocht tegen China. In tegenstelling tot Djenghis Khan, die zijn opvolging goed had geregeld, verschafte Timoer op dit punt geen duidelijkheid. Hevige twisten tussen zijn zonen en kleinzonen deden zijn rijk, dat geen sterke bestuursorganisatie kende, uiteenvallen.

Het boek van Roux heeft een merkwaardige samenstelling. Het eerste gedeelte (slechts 130 van de 380 pagina's) bevat de biografie. Dit deel is plezierig geschreven en heeft ook een prettige indeling. In het Nederlands vertaald zou dit in een behoefte kunnen voorzien. Het tweede gedeelte, dat een bespreking van "de mens' Timoer Lenk en zijn tijd zou moeten omvatten, is van een geheel ander gehalte. Dit deel is een ongeloofwaardige en langdradige poging het boek omvangrijker te maken dan nodig is. Daarin komen onderwerpen, vooral religieuze, ter sprake die zo algemeen zijn dat ze in elk boek over Centraal- en Zuidwest-Azië in de 11de tot de 15de eeuw zouden kunnen worden opgenomen. Erger nog is de manier waarop Roux probeert aan te tonen dat Timoer Lenk weinig schuld treft aan alle ellende die zijn veldtochten teweeg brachten.