"Kloof tussen burger en lokaal bestuur is fors'

DEN HAAG, 21 NOV. Tussen lokaal bestuur en burgers bestaat een "forse' kloof. Daarom is decentralisatie om de bevolking dichter bij gemeentebesturen te betrekken gebaseerd op een misvatting. Door de overheersing van lokale verkiezingen door de landelijke politiek maakt het voor de herverkiezing van de lokale politicus weinig uit wat hij doet of nalaat: “Er is nauwelijks een directe sanctie, alleen een nationale loterij.”

Dit is een van de conclusies uit een onderzoek naar de relatie tussen burger en lokale overheid in Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Tilburg, Nijmegen en Zwolle, gehouden op initiatief van de Katholieke Universiteit Brabant, samen met de universiteiten van Nijmegen, van Twente en van Amsterdam.

De Nederlander blijkt bij gemeenteraadsverkiezingen voornamelijk uit burgerplicht naar de stembus te gaan. Het vertrouwen in politieke partijen en de plaatselijke politici is klein. Tegelijkertijd bezit de helft van de bevolking echter een hoog "politiek zelfvertrouwen' en zijn de meeste kiezers bekend met de issues in de plaatselijke politiek. Het vertrouwen in de lokale bureaucratie is gering, maar er bestaat grote tevredenheid over de gemeentelijke dienstverlening.

Aanleiding voor het onderzoek was de geringe opkomst bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen, in 1990. De algemene conclusie is dat de kloof tussen plaatselijke politiek en burger inderdaad fors is. Opvallend daarbij is dat de negatieve oordelen van burgers vooral zijn gebaseerd op het algemene imago van de lokale politiek en overheid, terwijl de positieve oordelen teruggaan op concrete eigen ervaring.

Volgens de onderzoekers moeten de uitkomsten van het onderzoek leiden tot een bezinning op de rol van de gemeenteraad als lokale volksvertegenwoordiger. Zij vinden de gemeenteraadsleden te veel bestuurder en te weinig volksvertegenwoordiger. Slechts een kwart van de ondervraagden vindt dat het gemeentebestuur voldoende is geïnformeerd is over wat de burgers willen.

Vooral het ontbreken van vertrouwen in gemeenteambtenaren en plaatselijke politici noemen de onderzoekers "zorgwekkend' met het oog op een mogelijke bedreiging van de legitimiteit van van de plaatselijke politiek.

In een eerste reactie op het onderzoek zei staatssecretaris De Graaff-Nauta dat een andere stijl en een "menselijker' taalgebruik van politici al “heel veel” kan verbeteren. De (loco)burgemeesters van Tilburg, Nijmegen en Den Haag legden de nadruk op het "imago-probleem'.