Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Topambtenaren: oliemaatschappijen vroegen zelf om investeringsbescherming; "Kritiek Exxon op plan-Lubbers onjuist'; Bepalingen in Energie-Handvest vervangen baaierd van Oosteuropese overheidsregels

DEN HAAG, 18 NOV. De scherpe kritiek van de Amerikaanse oliegigant Exxon op het plan-Lubbers is niet terecht. Dat vinden Haagse topambtenaren die minister-president Lubbers en de Europese Commissie in Brussel adviseren over het Energie Handvest.

President L.R. Raymond van de Exxon Corporation zei vorige week bij de Amerikaans-Nederlandse Kamer van Koophandel dat het plan-Lubbers de bewegingsvrijheid van Westerse bedrijven die in Oost-Europa willen investeren ernstig belemmert. Oorzaak daarvan is volgens Raymond de gedetailleerde regelgeving in de basis-overeenkomst van het energieplan - een document met de status van een internationaal verdrag, dat alle betrokken landen in het voorjaar zouden moeten tekenen.

Deze kritiek komt in Den Haag en Brussel hard aan, omdat bij het energieplan van meet af aan de rol van het Westerse bedrijfsleven centraal heeft gestaan. De ondernemeningen moeten immers de concrete energieprojecten in Oost-Europa gaan uitvoeren.

Drs. L. Knegt, plaatsvervangend directeur-generaal Energie van het ministerie van economische zaken en nauw betrokken bij het plan-Lubbers, zei vrijdag de “schrikreactie” van Raymond wel te begrijpen, omdat het ontwerp voor de basis-overeenkomst maar liefst tachtig pagina's telt. “Maar het grootste deel handelt over de organisatie. Verder zijn de belangrijkste regels van de vrije markt erin vastgelegd. Die gaan niet verder dan de GATT (Algemene Overeenkomst voor Tarieven en Handel) en de regels voor het energiebeleid die ook in de Europese Gemeenschap gelden.”

Het belangrijkst, aldus Knegt, zijn de bepalingen waarom het bedrijfsleven, inclusief Esso (de Europese dochtermaatschappij van Exxon), heeft gevraagd: “Bescherming van investeringen, bescherming tegen eventuele nationalisaties in Oost-Europa, vrij verkeer van kapitaal, goederen en energie en convertibele wisselkoersen. Dat zijn onmisbare elementen in het plan-Lubbers.”

Een andere topambtenaar, drs. T. van de Graaf, raadadviseur van premier Lubbers, wees er vrijdag in een discussie met de Exxon-president op dat veel bepalingen in de overeenkomst de baaierd van centralistische overheidsregels in een aantal Oosteuropese landen zullen vervangen.

Het energieplan-Lubbers beoogt een politiek en juridisch kader te scheppen voor grootscheepse investeringen van Westerse bedrijven in de Sovjet-Unie en de andere Oost- en Middeneuropese landen in exploratie, winning en distributie van olie, aardgas en kolen, in energiebesparing en verbetering van de veiligheid van kerncentrales. In ruil voor deze investeringen kan vooral met een aantal Sovjet-republieken langlopende contracten voor export van energieprodukten naar het Westen worden afgesloten. Deze landen verdienen daardoor de deviezen die ze hard nodig hebben voor de opbouw van hun economieën. Zowel de regering van de Sovjet-Unie als de belangrijkste republieken hebben positief op het plan-Lubbers gereageerd.

De kritiek die Exxon-president Raymond vrijdag in het Kurhaus in Scheveningen uitte, komt erop neer dat de gedetailleerde basis-overeenkomst van het plan de goede bedoelingen van de premier ondergraaft door een overmaat van overheidsregulering. Raymond richtte zijn pijlen op een concept voor deze basis-overeenkomst, opgesteld door een werkgroep van de Intergouvernementele Conferentie die het plan-Lubbers uitwerkt. Dit concept zou geïnfecteerd zijn door “de regelzucht van de Europese Commissie in Brussel”, aldus een zegsman van Exxon.

Raymond zei zelf te prefereren dat de Intergouvernementele Conferentie (die onder leiding staat van de Nederlandse oud-diplomaat mr. Charles Rutten) het zou laten bij het Energie-Handvest waarin een algemeen politiek en juridisch kader voor de samenwerking met Oost-Europa is vastgelegd. “Meer heeft het bedrijfsleven niet nodig. Wij kunnen het verder zelf doen”, aldus de Exxon-president.

Het Energie-Handvest wordt tijdens een conferentie op 16 en 17 december in de Haagse Ridderzaal, waarbij Lubbers een toespraak houdt, naar verwachting getekend door alle 35 deelnemende landen. Daarbij gaat het om vrijwel alle Europese landen (de drie Baltische republieken hebben zich nog niet aangesloten), de Verenigde Staten, Canada, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland, en zeven internationale organisaties. Waarschijnlijk zullen ook de Sovjet-republieken (die volgens het nieuwe economische Unieverdrag de souvereiniteit hebben over hun eigen grondstoffen) het Handvest tekenen. Verder zijn negen landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika als waarnemers uitgenodigd omdat zij grote belangen hebben bij internationale samenwerking op energie-gebied.

Ondertekening van de basisovereenkomst met verdragstatus wordt pas in april verwacht, omdat de onderhandelingen binnen de Intergouvernementele Conferentie over juridische en bestuurlijke aspecten nog wat tijd vergen.