"Invaller' Strummer van Clash blijft sympathieke rocker; Pogues zijn hun kracht kwijt

Concert: The Pogues. Bezetting: Joe Strummer (zang, gitaar), Spider Stacy (zang, whistle), Terry Woods (zang, mandola), James Fearnley (accordeon), Jem Finer (banjo), Philip Chevron (gitaar), Andrew Ranken (drums, zang) en Darryl Hunt (bas). Gehoord: 14-11 Vredenburg, Utrecht.

Op papier leek het een veelbelovende combinatie: de hedendaagse folkmuziek van The Pogues met de rauwe stem van voormalig punkzanger Joe Strummer uit The Clash. De koppeling werd uit nood geboren, want Pogues-zanger Shane MacGowan was vanwege zijn alcoholverslaving en een groeiende afkeer van het podium niet langer te handhaven. Tijdens hun wereldtournee kwam hij in Japan enkele malen niet opdagen, of kon hij tijdens de optredens nauwelijks op zijn benen blijven staan. Tot zijn grote opluchting werd hem te kennen gegeven dat het zo niet langer kon.

Officieel heet het dat MacGowan de groep tijdelijk heeft verlaten, omdat men hoopt dat hij als songschrijver het gezicht van The Pogues in belangrijke mate zal blijven bepalen. Ter overbrugging werd in allerijl een "Best Of'-cd samengesteld, die overigens een vrij willekeurige greep biedt uit de vele briljante liedjes die de Ierse Engelsman MacGowan in het achtjarig bestaan van The Pogues schreef.

Strummer, die het voorlaatste album Hell's Ditch produceerde en die dus bekend was met het recente Pogues-repertoire, bood de helpende hand toen de wereldtournee dreigde te ontsporen. Jammer genoeg moest gisteren in Vredenburg worden geconstateerd, dat de overige groepsleden nu hun drijvende kracht missen. Strummer kan het gat maar ten dele dichten. Zijn inzet is enorm, maar het songmateriaal past hem als een slecht zittende oude regenjas. Hij spuwt de teksten uit met de vereiste passie, maar zijn karakteristieke zangstijl herinnert al te zeer aan het punkverleden. Pas wanneer hij de oude Clash-favoriet London Calling van stal mag halen, is Strummer werkelijk in zijn element. Daarbij klinkt de accordeon echter potsierlijk en is er geen plaats voor de tin whistle, een onontbeerlijk onderdeel van de aan de folk ontleende elementen die de muziek van the Pogues juist zo bijzonder maken.

Niettemin zat de stemming in de zaal er goed in en werd er als vanouds gehost en gesprongen op publieksfavorieten als Dirty Old Town. De feeststemming werd enkele malen onderbroken door de sombere toon van Terry Woods, de folkveteraan in het gezelschap. Ook bij solonummers van drummer Andrew Ranken en gitarist Philip Chevron verslapte de aandacht, en werd Shane MacGowan als bindende factor node gemist. Toen Strummer zich tenslotte waagde aan een tweetal oude rock 'n roll-hits, was de verwarring compleet. Hij blijft een sympathieke rocker, die bij de binnenkort te verwachten hereniging van The Clash waarschijnlijk beter uit de voeten zal kunnen.