Allemaal door rood

Deze week weer een paar keer de proef op de som genomen: bij een gewoon kruispunt gedaan of ik doorreed. Per auto. De schrik was niet te overzien bij de medeweggebruikers die van links kwamen. Zij hadden nergens op gerekend. Of ik helemaal gek was. Zij hielden zich aan de geldende regel: wie het hardst rijdt heeft voorrang.

Het is prachtig dat wij sinds één november minder verkeersregels hebben en ons verstand voorrang moeten geven. Minister Maij raadt aan dat zo veel mogelijk in samenspraak met ons hart te doen. Nog mooier. De helft van de verkeersregels is afgeschaft. Maar de ontregelende overheid legt het bij voorbaat af tegen de burger die nauwelijks calculeert en gewoon doordendert.

Voor de goede orde: de overheid bestaat natuurlijk niet. Dat zijn we zelf in stadhuisverpakking. Een grote werkgever, maar geen maatschappelijke factor om dagelijks mee rekening te houden. Tenzij allerlei rechten worden afgepakt. Maar op goede raad zit niemand te wachten. Ze bedenken zo veel.

Toen we allemaal een otootje hadden dat vrij geruisloos honderd reed, voelde het erg sloom om maar vijftig te rijden. Dat deden we dus alleen als het niet anders kon - op plaatsen waar we de overheid hadden gek-gezeurd om drempels, richels of bobbels. Dat zijn er nu zo veel dat je langzamerhand dol wordt. Dus waar ze niet liggen, neigt de rechter voorvoet opgelucht neerwaarts. Zeker waar van dat donkere caramel-asfalt ligt voelt het heerlijk.

Het gevolg is dat alle kruispunten onveilig zijn geworden. Er hoefde in de jaren '70 maar een hobbelpaard overreden te worden of de buurt eiste en kreeg een fijne computergestuurde driekleuren-installatie met kennis van jaargetijden en verplichte atv-dagen en als het kan een oog voor rechtsafverkeer, voetgangerslichten (wachtende of lopende vutter) en soms van die lieve benedenlichtjes met genade voor auto's die te ver zijn doorgereden. Vraag niet wat het heeft gekost. In de jaren '80 werden ze bij honderden geplaatst - ook zonder dat iemand er om vroeg.

Dat moest tot een reactie leiden. Die heeft nog lang op zich laten wachten. Je schiet nergens op, ook tussen de spitsuren niet. Wie zich aan alle stoplichten wil houden moet zijn ziel thuislaten. Na Amsterdam heeft de rest van Nederland het stoplicht in eigen hand genomen. Nu meer dan één op de drie Nederlanders (babies en grijzaards meegeteld) een eigen auto heeft en de volte en het heen en weer allen nog maar erger wordt is kennelijk een frustratiedrempel overschreden.

Wij zelf in overheidsgedaante hebben de genadeslag gegeven aan de geloofwaardigheid van het stoplicht. Een briefschrijver wees er vorige week op deze pagina al op. Al die soorten en richtingen verkeer kregen een eigen stoplichtfase. De manische nationale behoefte aan risico-vermijding heeft de meeste stoplicht-afstellers er bovendien toe gebracht tussen rood voor de ene richting en groen voor de andere richting een zee van vele seconden in te bouwen.

Misschien gaf dat niets in de jaren vijftig toen iedereen in zijn hart op het platteland woonde. Nu iedereen van de reclame leert dat je best mag toegeven aan impulsen, desnoods met mate is twaalf seconden wachten bij een verlaten kruispunt te veel gevraagd. Het verschil tussen sluikreclame in tv-series en door roze licht rijden is miniem. Je voelt je gesard door sadistische bureaucraten die kennelijk gewild hebben dat je daar van vier kanten op elkaar staat te wachten. En om elf uur 's avonds meestal op niemand. Dag in dag uit.

Wie regelmatig vaste routes rijdt weet exact hoe lang er van geen enkele kant iemand komt. De felrealistische nieuwe regels hebben fietsen door rood licht gelegaliseerd, mits een bordje zegt dat het daar mag. In werkelijkheid zie je - ook zonder bordje - steeds meer autorijders het rood hoogstens interpreteren als een verhoogd eigen risico. Door rood rijden gebeurt zo veel dat het onmogelijk allemaal mensen kunnen zijn op een route waarvan zij het schakelschema van de lichten hebben geklokt.

De minister van verkeer moest deze week in de Tweede Kamer uitleggen dat alles vol, vol, vol zit. Treinen, autowegen, vliegvelden. Niemand biedt een uitweg. Tolheffen mocht niet, prijzen van de trein verhogen mocht niet. Zelfs de balonnen gingen niet goed op. De milieubeweging heeft vliegen zondig verklaard. Ons rest straks niets dan “prijsmechanisch rijden” in de file. Of als voetganger en fietser vogelvrij blijven wachten tot er echt niemand aan komt. We moeten meer nachtwandelen dus.

De aanpassing van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens illustreert in de simpelste vorm hoe de overheid klem zit. Een wetboek vol regels handhaven waar de burger zich à la carte van bedient is slecht voor het aanzien van de wetgever. Wat dan? Alles afschaffen kan ook niet. In dit geval heeft de overheid besloten de begrijpende opvoeder te zijn en eieren voor haar geld te kiezen. "De kinderen slapen nu eenmaal toch bij elkaar'.

Een weekje na de invoering van de nieuwe verkeersregels weet nog bijna niemand wat mag en wat niet mag. Voorsorteren bij kruispunten gebeurt op alle denkbare manieren, binnenom, buitenom, zelfs langs de andere kant van de vluchtheuvel als er niet te veel tegenliggers zijn.

Als iemand iets weet van de nieuwe verkeersregels is het dat je maar zo'n beetje moet zien. Dat deden de meeste mensen natuurlijk al. Die arme Postbus 51 waar iedereen zo op afgeeft, krijgt al weer de schuld. De folders waren niet op tijd of zoiets. Nu is het te weinig en te laat, bij de begroting van Algemene Zaken was iedereen het nog eens over te veel betutteling.

In plaats van dat zwoele avondje uit had Postbus 51 moeten laten zien dat automobilisten tegenwoordig niet meer hoeven uit te kijken wanneer zij uit hun auto willen stappen. Fietsers mogen zelf kiezen of zij onder de achterop komende bus of tegen de openslaande autodeur willen rijden. Het recht van de sterkste tot regel verheven. De tekst van het spotje had grotendeels het zelfde kunnen blijven.

Het Vormgevingsinstituut krijgt misschien geen geld van Economische Zaken maar het bouwt wel een mooie collectie op. Over een paar jaar kunnen die per 1 november geldende seksloze kindertjes en zadelloze wielrijders natuurlijk niet meer. Borden met hier en daar een hoofddoekje zullen dan de aanvaardbare uitbeelding van de werkelijkheid zijn. En zebra's zullen tegen die tijd misschien op de wip zitten. Uw overheid volgt de realiteit met belangstelling.