De Mos leerde Degryse nog beter voetballen

BRUSSEL, 5 NOV. Wanneer één voetballer bij Anderlecht zijn persoonlijk lot verbonden heeft aan trainer Aad de Mos dan is het wel 34-voudig international Marc Degryse. Al bij KV Mechelen stelde De Mos via president-grootindustrieel John Cordier alles in het werk om Degryse te kopen van Club Brugge. De nu 26-jarige speler koos drie jaar geleden echter voor het even sjieke als poenige Anderlecht, de rijkste club van België, die een jaar later opnieuw ook Aad de Mos te contracteerde.

Het vormden transfers die om uiteenlopende redenen sterk de aandacht trokken in België. De aankoop van 90 miljoen Belgische francs (vierëneenhalf miljoen gulden) voor Degryse was de duurste boodschap ooit in het Belgische voetbal gedaan. Wat De Mos betreft; hij paste volgens velen niet bij de bedrijfscultuur van standing van de club van "de dikke nekken', zoals Anderlecht, het uithangbord van het Belgische voetbal, door de concurrentie jaloers wordt geafficheerd.

“Ik heb het eerste seizoen ook veel strijd met De Mos moeten voeren en aan hem moeten wennen. Al lag dat conflict op het technische vlak”, verklaart Marc Degryse, die door De Mos werd omgeschoold tot middenvelder. Terwijl hij daarvoor als tweede of hangende spits in negen jaar in de Belgische eerste klasse, waarvan zes seizoenen bij Club Brugge, goed was voor zo'n 130 doelpunten.

Vorig seizoen schopte Degryse er bij Anderlecht nog twaalf in. Dit seizoen maakte hij slechts twee goals. Het heeft alles van doen met de rol die hij nu op het middenveld heeft en waarbij zijn voornaamste taak is andere aanvallers in stelling te brengen om te scoren. Degryse: “Mentaal heb ik het moeilijk gehad met die andere rol. Ik heb bovendien erg moeten wennen aan de manier van werken van De Mos. Ik heb me aanvankelijk alleen bij mijn rol als spelverdeler neergelegd omdat ik voor veel geld was aangetrokken en me ondergeschikt wilde maken aan wat het beste voor het elftal was. Maar nu we een jaar verder zijn denk ik toch dat De Mos gelijk heeft gehad en dat ik er een betere voetballer door ben geworden.”

Degryse is het er derhalve niet mee eens dat de naam van De Mos niet past in het rijtje van zijn voorgangers als Goethals, Leekens, Haan, Ivic etcetera. Trainers die precies voldeden aan het representatieve beeld van Anderlecht dat president Constant Vandenstock en de man die het vuile werk voor hem opknapt, manager Paul Verschueren, nu al een lange reeks van jaren succesvol exploiteren.

Degryse: “Ik ben het ook niet eens met mensen die beweren dat het karakter van Anderlecht veranderd is. Dat de club tegenwoordig meer gebruik maakt van spelers die alleen maar hard werken in plaats van die ene elegante pass te geven, waarover zoveel grote spelers in het verleden bij Anderlecht beschikten. Het is een feit dat De Mos graag werkt met voetballers die qua ontwikkeling misschien hun top nog niet helemaal bereikt hebben. Maar onder hem gaan ze bijna zonder uitzondering toch beter spelen. Maar ik vermoed dat wanneer de stijl van Anderlecht al veranderd is, dat door de evolutie van het voetbal komt. Ik denk domweg dat je in het voetbal geen vedetten meer hebt die niet keihard 90 minuten moeten werken. Zelf beschouw ik me niet als een vedette. Dat is Scifo. De beste die ooit in België heeft gespeeld. Maar misschien koopt Anderlecht in de toekomst weer meer echte voetbalnamen. Wanneer de inkomsten uit de loges gaan werken.”

Dit seizoen is de laatste fase van de renovatie, die zeven jaar heeft geduurd, van het Constant Vandenstock-stadion voltooid. Anderlecht heeft ruim 70 miljoen gulden gestoken in de nieuwe accommodatie, die 22.000 zitplaatsen en 6.500 staanplaatsen telt. Dat was voorheen 32.000 staanplaatsen en 6.000 zitplaatsen. Daarom is manager Verschueren des duivels op de UEFA die uit veiligheidsoverwegingen eist dat ook de laatste staanplaatsen moeten verdwijnen. Verschueren: “Ik ben een volksvrind. Die staanplaatsen zijn op verzoek van onze supporters. Ik kan u de foto's laten zien van 38.000 man op Anderlecht en twee agenten. Nu zijn er bij een volle bak 28000 mensen en 40, 50 komen om boel te schoppen. Het zijn die microben die eruit moeten.”

Degryse hoort het betoog onbewogen aan. Zoals hij ook de opmerkingen van De Mos filtert. Nadat de Anderlecht-trainer eerst PSV heeft uitgefoeterd met de opmerking dat hij internationaal nog nooit een elftal heeft gezien dat met vijf verdedigers zo negatief speelt, voorspelt De Mos: “We zullen woensdag tegen PSV twee keer moeten scoren om zeker te zijn van kwalificatie. Ik denk dat ons dat wel zal lukken.”

Degryse glimlachend: “Dat is typisch Hollandse bluf, nietwaar? Wij Belgen zijn wat minder uitgesproken in onze meningen. Zeker hier bij Anderlecht, waarover in België toch al met gemengde gevoelens wordt gesproken. Als ik zo'n uitspraak van De Mos in de pers gooi wordt er meteen geroepen: "nou, nou', wie denken ze eigenlijk wel dat ze zijn daar bij die club met de dikke nekken?' Woensdag staat heel het land achter ons. Maar als Anderlecht in de competitie van een provincieclub als St.Truiden verliest is het leedvermaak compleet.”

Degryse vindt dat PSV individueel over betere spelers beschikt, maar slaat Anderlecht als team iets hoger aan. “Ik verwacht eenzelfde soort wedstrijd als in Eindhoven”, voorspelt hij. “Thuis spelen is in de Europa Cup tegenwoordig eerder een nadeel dan een voordeel. 0-0, 1-0 thuis is een goede uitgangspositie voor de return. Als je de nul maar vasthoudt. Tegen PSV is het erop of eronder. Natuurlijk zijn de spelers zich bewust van de extra druk die er op dit duel rust omdat een eventuele overwinning de club miljoenen oplevert. Maar onder druk sta je als voetballer altijd. Ik zal niet zeggen dat ik het voetbal tegen m'n goesting doe, maar het is puur werken geworden. Een aangename wedstrijd in de Europa Cup maak je als speler niet meer mee. Maar die geluiden hoor ik ook van Gullit en Van Basten.”

Zelf vindt Degryse zich geen vedette. De duurste Belgische speler zegt bescheiden: “Ik betwijfel of ik in Spanje of Italië aan een topclub kan geraken. Ik heb veel slechte voorbeelden gezien van spelers die hun capaciteiten overschatten en vervolgens in Italië afgingen. Dan maar liever Anderlecht. Omdat die club zowel financieel als sportief altijd heel constant is.”

    • Marc Serné