POTSTROU

Hannekemaaiers, zo werden de Duitse dagloners genoemd die in de hooitijd de grens overtrokken om het Friese gras te maaien, hoewel er ook wel mensen als Dreesmann en Lampe bleven hangen om buiten het seizoen met lapjes te venten. De hannekemaaiers stonden bekend om de enorme hoeveelheden eten die ze aankonden. Daartoe behoorde potstrou, een soort boekweitgort, stevige kost die tijdens de maaipauzes naarbinnen werd gewerkt. Potstrou verscheen ook op tafel bij Friese gezinnen, als hoofdmaal tussen de middag, vooral op dagen dat moeder de vrouw het te druk had om lang te kunnen koken, zoals op wasdag. Of op dagen dat zij haar tijd verdeed met kletsen, reden waarom potstrou in bepaalde kringen te boek stond als 'luie-wievenkost'.

Je bent voor of je bent tegen potstrou, een tussenweg is er niet of nauwelijks. Om te bepalen aan welke kant van de scheidslijn u staat, denk eens terug - als u althans van die generatie bent - aan de boekweit - en griesmeelschotels met hun specifieke smaak en geur die u vroeger thuis kreeg voorgezet. Laten we potstrou ontrukken aan de vergetelheid: het is een prima gerecht voor gure herfstdagen, als u stevig hebt moeten stappen of fietsen tegen de storm in. Het lijkt me trouwens ook heel wat gezonder voedsel voor wielrenners dan de infusen waar ze tegenwoordig aan gelegd worden.

Voor 3-4 personen:

1 liter karnemelk 175 gram boekweitgrutten mespunt zout (100 gram magere spekblokjes) roomboter suikerstroop

Breng de karnemelk al roerende aan de kook, voeg de grutten en het zout toe en kook het mengsel, onder geregeld roeren, in 10 minuten tot een stijve pap. Liefhebbers van kaantjes kunnen spekblokjes bakken in een klontje boter. Schep de potstrou in borden of kommen, maak in het midden een kuiltje, schenk daarin een eetlepel stroop en doe er een klontje boter bij. Verdeel desgewenst de kaantjes over de porties potstrou. Direct serveren.