Eins zwei drei vier funf funf funf funf funf; De gekmakende berekeningen van Hanne Darboven

Het werk van Hanne Darboven bestaat uit een indrukwekkende hoeveelheid met cijfers volgeschreven bladen. Aan één zo'n blad is niet veel te beleven, er is een overzichtstentoonstelling als die in de Hamburgse Deichtorhallen voor nodig om haar werk op waarde te schatten. Het is alsof Hanne Darboven schrijft om de tijd van minuut tot minuut in de gaten te houden. Na iedere pennestreek is er al weer een seconde verstreken. “Ik sta midden in het leven,” zegt de grande dame van de conceptuele kunst.

Tentoonstelling Hanne Darboven, Die geflügelte Erde. Deichtorhallen, Altländerstrasse Hamburg. Tot 24 november. Inlichtingen 040-323763. Catalogus 65 DM. uitg. Cantz, Stuttgart.

Op de gelinieerde bladen tekenen zich ruitjes of kolommen af. De bladen zijn beschreven met cijfers of met in woorden geschreven getallen of golvende lijntjes die op een handschrift lijken. Het oeuvre van de "grande dame van de conceptuele kunst' Hanne Darboven, dat getoond wordt op een grote overzichtstentoonstelling in de Hamburgse Deichtorhallen, omvat duizenden van zulke bladen. Meestal beschrijft ze de bladen met de pen, soms met potlood. Ze maken een zakelijke indruk. Ze lijken een boekhouding in kaart te brengen die niet te doorgronden is maar evenmin achterdocht wekt. De dwang om de ordening tot het uiterste door te voeren, waarvan haar van een speciaal stempel voorziene bladen getuigen, leidt niet tot het formalisme dat de inhoud van de archieven van de dood typeert, welke in het derde rijk of in de oostbloklanden ontstonden. De door Hanne Darboven (München l94l) gebruikte getallen stralen veeleer maagdelijke onschuld uit en verwijzen strikt naar zich zelf. Haar kleine onderstrepingen in de kolommen benadrukken de uitkomst van een optelsom of het oplopen of aflopen van een reeks getallen. Vaak heeft ze in de marge van de bladen heute geschreven. Het Duitse woord voor vandaag is echter altijd doorgestreept en naast dit streepje staat dan weer het Duitse woord voor gedachtenstreep te lezen. Deze summiere informatie kan begrepen worden als haar bekentenis dat de schijnbaar neutrale tabellen met anonieme getallen in wezen toch een dubbele boekhouding inhouden. In het eindeloos herhaalde, weggestreepte heute ligt immers ook het tellen van haar eigen dagen besloten.

Bepalend voor het werk van Hanne Darboven is haar drie jaar durende verblijf in New York geweest. Ze verliet in l966 haar ouderlijk huis in het Hamburgse voorstadje Harburg, om in Rotterdam de boot naar New York te nemen. Ze werd weggebracht door haar moeder. Ze woonde er een jaar samen met de Amerikaanse kunstcritica Lucy Lippard en ontmoette er kunstenaars als Sol LeWitt, Lawrence Weiner en Carl Andre voor wie de betekenis van kunst in de eerste plaats in de abstractie van de idee school. Deze opvatting hield onder meer in dat de visualisatie van een idee ook door middel van taal kan plaats vinden. Lawrence Weiner zou er bijvoorbeeld toe overgaan om kunstwerken te maken die uit een enkele zin bestaan.

In dit artistieke klimaat kon Hanne Darboven legaal haar niet geheel van waanzin gespeende systeem ontwikkelen dat nog steeds de grondslag vormt voor het merendeel van haar werken. De getallen die ze gebruikt, ontleent ze aan een gegeven datum waarbij de desbetreffende eeuw buiten beschouwing wordt gelaten. Een datum als 1-1-1900 vat ze op als 1+1+0+0 wat opgeteld 2 K wordt; de K staat voor konstruktie. De uitkomst van een opgetelde datum die volgens haar berekening gelijk is aan bijvoorbeeld 5 K, wordt op verschillende manieren weergegeven. Als l 2 3 4 5, als eins zwei drie vier fünf, als 5 5 5 5 5, als fünf fünf fünf fünf fünf, als een rij van vijf vierkantjes, als een rij van vijf golvende lijntjes of vijf u-boogjes. Of ze met haar K-sommen ook het verschil tussen 1 november l99l en 11 januari l99l kan definiëren, weet ik niet. Het maakt ook weinig uit, de enige voor wie het systeem functioneert is Hanne Darboven zelf.

In l969 verliet ze New York om terug te keren naar het ouderlijk huis in Harburg. Haar vader, telg uit een oud Hamburgs koopmansgeslacht en eigenaar van een in Duitsland bekende koffiefirma, was inmiddels overleden. In het zelfde jaar werd haar werk internationaal geëxposeerd in de toenmalige avantgardegaleries, variërend van Art & Project in Amsterdam tot Sperone in Milaan. In de daaropvolgende jaren was het te zien op overzichtstentoonstellingen waarin de nieuwe tendensen in de kunst aan de orde werden gesteld als "When Attitudes Become Form', op de Documenta 5 in Kassel, op de XII Biennale van Sao Paulo, in New York in het Museum of Modern Art en het Guggenheim museum en in Duitse, Zwitserse en Nederlandse musea als het Stedelijk Museum in Amsterdam. Intussen had ze haar projekt "Een eeuw in een jaar' voltooid, een vierhonderd ordners omvattend kunstwerk dat in l97l gedurende een jaar geëxposeerd werd in een galerie. Haar oeuvre telde omstreeks die tijd al rond de tweehonderd duizend bladen.

Groentenloods

Aan het in ogenschouw nemen van een enkel blad van Hanne Darboven is weinig esthetisch genoegen te beleven. Het haalt het niet bij een Nul-tekening van Jan Schoonhoven of bij de écriture automatique van een tekenaar als Hans Scholze. Er is een overzichtstentoonstelling als die in de Hamburgse Deichtorhallen voor nodig om haar werk op waarde te schatten. Haar retrospectieve, getiteld Die geflügelte Erde, speelt zich af in een gerenoveerde, Duitse groentenloods, die de Nordhalle vormt van het nieuwe museum Deichtorhallen. De vermoedelijk rond l9l0 gebouwde Nordhalle is een fraai bakstenen gebouw met hoge ramen en een gedeeltelijk uit glas bestaande voorgevel waardoor het licht betoverend binnenvalt. Het museum, dat uit twee van dergelijke gebouwen bestaat en over zesduidend vierkante meter expositieruimte beschikt, is in '89 geopend.

Darbovens expositie strekt zich uit over negentien verschillende ruimtes. De meeste van haar projekten worden er slechts gedeeltelijk getoond maar zo'n gedeelte beslaat dan wel l590 afzonderlijke bladen zoals het geval is bij Kulturgeschichte. Hanne Darbovens cultuurgeschiedenis ontstond in l980-83 in een periode die op de lijst met biografische gegevens omschreven wordt als haar "tweede grote crisis'. Dit projekt wijst uit hoe haar obsessie voor data haar op een haast organische wijze de geschiedenis heeft binnengevoerd. Geschiedenis drukt zich ook uit in beeld en Hanne Darboven heeft daarmee gewerkt. De geschiedenis van l880 tot l983 is ondermeer met oude ansichtkaarten, foto's van filmsterren en covers van het Duitse weekblad Der Spiegel in kaart gebracht. Ze presenteert dit materiaal even onderkoeld als haar cijferreeksen. De rijen ansichtkaarten, die rechthoeken vormen zijn soms een halve slag gedraaid waardoor het accent op gelijksoortige vormen of op de kleur valt. Bepaalde panelen tonen slechts een langwerpige foto van een ouderwetse camera op een statief en een foto van een vooroorlogse filmster of een stel komieken.

De ernst die uit Darbovens verbeelding van de Kulturgeschichte spreekt, krijgt iets ontwapenends ten overstaan van een afbeelding van Shirley Temple of Laurel en Hardy. Zoals ook de door haar tentoongestelde objecten ontroering te weeg kunnen brengen. Temidden van die onafzienbare reeks bladen duiken twee weerloze houten zeilscheepjes op. Ze hebben hetzelfde model maar het ene scheepje is rood geschilderd en heeft rode zeilen en het andere is even blauw als zijn zeiltjes.

In de zaal die gewijd is aan haar projekt "Theater' (l985), samengesteld uit eendere afbeeldingen van een ouderwets theater die gedeeltelijk beschreven zijn en uit volledig beschreven bladen, staan een negentiende-eeuws miniatuurtheater en kartonnen speelgoedfiguurtjes opgesteld. Als je in het theater kijkt zie je een bos waarin zich Roodkapje, de wolf en een kerstman bevinden. De speelgoedfiguurtjes stellen een musicerend poesje, een drummend negerjongetje, soldaatjes en andere personages voor. Zo'n figuurtje beeldt Hanne Darboven dan ook weer af op haar beschreven bladen. De rigiditeit van haar ordeningen wordt wonderlijk genoeg niet eens aangetast door de verschijning van zo'n poesje in een poppenjurkje. Het wordt er veeleer in opgenomen, wat voor de flexibiliteit van het door Hanne Darboven toegepaste systeem pleit.

Monnikenwerk

In Die geflügelte Erde, het kunstwerk waarnaar haar tentoonstelling is genoemd, heeft ze gedrukte pagina's opgenomen uit het gelijknamige, in l9l0 gepubliceerde boek van de lyrische Duitse dichter Max Dauthendey. Ook dit projekt wemelt verder van de getallen evenals als haar bewerkingen van Heine of Rilke. De verklaring van haar drijfveer om niet alleen data maar ook filosofie of literatuur in getallenreeksen om te zetten, kan gevonden worden in de term Schreibzeit, zoals ze een in l979 afgesloten projekt van 3500 bladen noemde. Hiermee benoemt ze voor de eerste keer het belangrijkste inhoudelijke element van haar werk: de tijd.

De uitvinding van het getallensysteem lijkt uit de noodzaak geboren om de chaos te bezweren maar het uitschrijven van de getallen is monnikenwerk dat haar nu al 25 jaar dag in dag uit bezig houdt. Het is alsof Hanne Darboven schrijft om de tijd van minuut tot minuut in de gaten te houden. Al schrijvend wordt de tijd tevens afgeschreven, na iedere pennestreek is er al weer een seconde verstreken. Het drama dat in het voorbijgaan van de tijd ligt opgesloten, lijkt benadrukt te worden door al die gekmakende, aan het papier toevertrouwde berekeningen die aangeven hoeveel tijd er in Darbovens bewerkingen van een thema is gestoken. Haar kunst maakt dat haast lijfelijk navoelbaar.

Alleen al het tellen van het aantal op de tentoonstelling aanwezige bladen is een karweitje. Voor het eerst schakel ik dan ook op een expositie mijn elektronische rekenmachientje HL-809 in. De telling wijst uit dat met de gedeeltelijke presentatie van twaalf van haar kunstprojektenprojekten 8828 bladen zijn gemoeid. Het lijkt gerechtvaardigd om in de kunst van Hanne Darboven een metafoor te zien van de continuïteit. Maar het betreft hier niet de continuïteit die het begrip eeuwigheid oproept. Bij haar werk denk je aan de aaneenschakeling van gebeurtenissen waarvan tijd doordrenkt is.

Voor Hanne Darboven besloot beeldend kunstenaar te worden, was ze in de ban van muziek. De virtuositeit die ze als pianiste aan de dag legde maakte haar echter wantrouwend. Ze vond dat het piano spelen haar al te gemakkelijk afging. Maar in l979 begon ze de getallen op haar bladen om te zetten in muzieknoten. Zo onstond haar "mathematische muziek.'

De vreemde Aziatisch aandoende muziek die op haar tentoonstelling ten gehore wordt gebracht, is haar recente "Leo Castelli Symphony 4.9.91', die ze opgedragen heeft aan haar Newyorkse galeriehouder en raadsman Leo Castelli die van meet af aan in haar nauwelijks verkoopbare werk geloofde. Sommige van haar bladen worden gevormd door gekochte bladmuziek die wordt ingelijst.

Bokje

Haar drie 'Hommages', uit l988, respectievelijk gewijd aan haar vader, haar moeder en haar gestorven en vervolgens opgezette bokje Oma Micky, lijken er op te wijzen dat haar bladen langzamerhand persoonlijker getint raken. In de cijferreeksen zijn kleine kiekjes opgenomen: een jeugdfoto van haar in een matrozenpakje geklede vader, een foto van haar nu 86-jarige kwieke Deense moeder die in de keuken tussen de pannen zit en van het zwarte bokje Oma Micky, afgebeeld bij een antiek ladenkastje.

Hanne Darboven bewoont samen met haar moeder een met riet gedekt vakwerkhuis dat op de Burgberg in Harburg staat. Haar deel van het huis is tevens een privémuseum dat ik tijdens het lunchuur mag bekijken. Ze neemt de rol van de museumgids die de bezoeker rondleidt nauwgezet op zich. Ze zegt "pas op' bij het opgaan en het afgaan van een trap en ze wijst op alles waaraan de bezoeker zich kan stoten. Haar huis is tot de nok gevuld met ouderwetse en antieke voorwerpen en kitschobjekten. Zelf neemt ze weinig plaats in. Ze is lang en rank, haar kapsel lijkt ontleend aan dat van Bertold Brecht. Haar ruime fluwelen pantalon, opgehouden door bretels,is hoog opgetrokken zoals bij een clown. Tijdens de rondgang laat ze de voorwerpen onbesproken maar wel wijst ze op aangebouwde vertrekken met archiefkasten waarin ze haar werk bewaart.

Onophoudelijk sigaretten rokend, die ze mooi theatraal in een mondhoek kan laten hangen, neemt ze vervolgens aan een tafel plaats die vrijwel schuilgaat onder de voorwerpen. Hier ligt de stapel dagboeken waarin ze alles noteert, ook de naam en het adres van haar Hollandse bezoekster en de datum waarop het bezoek plaats vindt. Achter haar hangt een geschilderde replica van de romantische Duitse schilder Vogler waarop een vrouw in een blauwe jurk is afgebeeld die aan de oever van een meer zit te dromen.

"Ik ben uitgedroomd', zegt ze. "Ik heb alles zelf uit moeten vinden. In l968 heb ik mijn uitvinding gedaan. Mijn systeem is een bewuste vorm van reduktie waarmee ik tot vandaag aan toe uit de voeten kan. Er is over me geschreven dat ik leef als een monnik. Dat is quatsch. Ik sta midden in het leven. Schreibzeit is existentie-tijd. Ik existeer als ik schrijf. Ik ben Duits, ik moet verantwoording afleggen over onze geschiedenis. Mijn werken met data is heel reëel. Ik schrijf niet uit haat. Sterben müssen wir alle, bin für leben, heb ik immers geschreven. Mijn schrijven is positief. Maar ik zie me zelf niet als schrijver, ik ben beeldend kunstenaar. En ik componeer. Ik heb de mogelijkheid gevonden om mijn gehele oeuvre in muziek op te laten gaan. Muziek, abstracter kan het toch niet.'

Houten paard

Zelf krijg ik in het huis van Hanne Darboven steeds meer het gevoel dat ik aan het dromen ben. Toch heb ik al enkele keren bij het opstaan van tafel mijn hoofd gestoten aan het hoofd van het witte houten paard, uitgevoerd op ware grootte, dat vlak achter mij staat opgesteld. In de kamer bevinden zich bovendien nog een witte houten zwaan die zover is uitvergroot dat hij met het paard kan concurreren. De grote staande lamp naast de tafel heeft de gedaante van een cobra. Rond een tafeltje bij het raam is een groepje van twaalf poppen gegroepeerd. De poppen zijn vertegenwoordigers van etnische minderheden en ongeveer zo groot als een kleuter van een jaar of drie. Vlak voor mijn neus staat een in steen uitgevoerde Pierrot. Elders bevinden zich als flesjes uitgevoerde soldaten uit het Bismarck-tijdperk, rijglaarsjes, standbeelden van Goethe en Von Humboldt, een geraamte, hobbelpaarden, een Micky Mouse-telefoon en een hertengewei. De bazuinengel die gewoonlijk aan het plafond hangt, is tijdelijk afwezig. Hij is opgehangen in zaal zeven van de Nordhalle. De figuur die tegenover mij zit, is ook al geen remedie tegen gevoelens van onwerkelijkheid. Hoofse gebaren makend oogt ze dan weer als Hamlet en dan weer als een meisje dat schooltje speelt. Ik moet koffie nemen. Ik moet van de broodjes eten die de moeder van Hanne Darboven heeft aangereikt. Ik moet mijn tas op een door haar aangewezen plek op de bank leggen. Als ze denkt dat ze begrepen wordt, straalt ze als een kind. Op vragen die ze dom vindt, reageert ze gekrenkt. Dan vervalt ze in zwijgen en maakt ze een even weerloze indruk als haar houten scheepjes. Ik bewaar mijn moeilijkste vraag dan ook voor het laatst. "Is het voor de beschouwing van haar kunst noodzakelijk dat het door haar toegepaste systeem ook begrepen wordt?' Het loopt goed af. "Oh nee, dat hoeft helemaal niet' zegt ze. Ze stelt nu voor om de rondleiding af te ronden met een bezoek aan de kleinkinderen van Oma Micky, die op de Burgberg rondscharrelen. Bij het afscheid geeft ze me een kus.