Wij denken anderhalf jaar na over het geluid van een fluitketel

In het rijke westen is aan alle materiële behoeften voldaan en dus kopen wij huishoudelijke artikelen alleen nog om hun schoonheid, meent Alberto Alessi, de Italiaanse fabrikant van design in het huishouden. Onlangs was hij in Nederland.

De naam Alessi is in de design-wereld, maar ook daarbuiten, een begrip. Als eerste heeft deze Italiaanse fabrikant ontwerpers en architecten binnengehaald om van prozaïsche voorwerpen voor op tafel kunstobjecten te maken. Hun werk, dat inmiddels naar zeventig landen wordt geëxporteerd, heeft in belangrijke mate de toon gezet in de design-hausse van de jaren tachtig.

Alberto Alessi (45) opende afgelopen vrijdag in de Amsterdamse Beurs van Berlage Graduation '91, de eerste van de voortaan jaarlijkse tentoonstellingen van afstudeerprojecten aan de Akademie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven. Hij toont zich oprecht geïnteresseerd: na zijn lezing loopt hij door de tentoonstelling, bekijkt alle ontwerpen en praat kort met de makers. Welke indruk het maakt is niet aan hem af te zien, maar hij komt er vandaan met een binnenzak vol visitekaartjes.

“We krijgen soms de kritiek dat we ons alleen met sterren zouden inlaten,” zegt hij. “Natuurlijk is het makkelijker om met mensen samen te werken die al veel ervaring hebben, maar wij willen ook graag met jonge mensen in contact komen. Design in de jaren negentig kan toch niet worden bepaald door ontwerpers, hoe goed ze ook zijn, van zestig, zeventig jaar oud? Daarom heb ik deze uitnodiging aanvaard.”

Twee jaar geleden richtte Alessi een studiecentrum op in Milaan, onder andere gericht op de samenwerking met de komende generatie ontwerpers. “Het eerste project noemen we "Memory Containers'. We nodigden tweehonderd jonge vrouwelijke ontwerpers uit om te reageren, nu eens niet met schetsen maar in woorden. Van hen hebben zestig een ontwerp gemaakt, waaruit wij er uiteindelijk negen hebben gekozen. Hun objecten worden begin volgend jaar in produktie genomen.”

Het bedrijf begon in 1921 als een kleine metaalwerkplaats, waar Giovanni Alessi op bestelling koffiepotten en melkkannetjes maakte. Het is een family affair gebleven, waar Carlo (75) nog altijd de scepter zwaait over een management-team van vijf Alessi-mannen. Toch was er één ding dat Alberto wist na zijn eindexamen: hij wilde niet in het bedrijf, hij wilde architectuur of filosofie studeren. “Maar we zijn een traditioneel gezin en mijn vader vond dat ik iets moest studeren dat voor het bedrijf nuttig was. Dus werd het rechten. Maar toen ik in 1970 toch bij het bedrijf kwam, was het logisch dat ik in de richting van de kunst zou gaan.” Toen bleek welke voordelen een familiebedrijf kan bieden. “Ik kreeg de ruimte om een paar fiasco's te veroorzaken,” lacht Alberto. “Die zijn ook belangrijk, zeker als je zoals ik tamelijk radicaal en intellectueel bent.”

Alessi senior, zelf als industrieel ontwerper opgeleid, heeft een aantal objecten voor zijn eigen bedrijf ontworpen en begon al in de jaren vijftig ontwerpers van buiten het bedrijf in te schakelen. De drang zelf iets te maken heeft Alberto Alessi nooit gehad - “Misschien ken ik te veel goede ontwerpers” - maar pas onder hem begon het bedrijf naam te maken in de voorhoede. Vanaf 1974 wierf hij Italianen - Ettore Sottsass, Alessandro Mendini, Richard Sapper - en later grote namen uit het buitenland. De traditie van roestvrij staal werd onder Alberto Alessi in de jaren tachtig verrijkt met het hernieuwd gebruik van duurdere materialen als koper, zilver en messing. Wat internationaal de aandacht trok was de opdracht in 1979 aan elf architecten en ontwerpers om een thee- en koffieservies te ontwerpen, allemaal unica in puur zilver, die onder andere in museum Boymans zijn tentoongesteld. Nu zijn er ruim negentig ontwerpers betrokken bij zo'n 160 projecten, een ware Who's Who van de hedendaagse toegepaste kunst.

Niet langer, zegt Alessi, dragen de "gewone' produkten de omzet terwijl een dunne laag design voor het imago zorgt. “Design zorgt bij ons voor 98 procent van de omzet. Wel moet ik erbij zeggen, dat ik ook oudere produkten tot "design' reken. Een roestvrij stalen cocktail shaker uit 1956 is nog altijd een van onze best verkopende items.”

Opvallend bij de produkten van Alessi is de lange ontwikkeling die er vaak aan vooraf gaat. “Michael Graves, de architect die de fluitketel met het vogeltje heeft ontworpen, heeft er anderhalf jaar over gedaan om te beslissen welk geluid de ketel moest maken. Een groep van zeven koks is acht jaar bezig geweest met het perfectioneren met een reeks pannen. Dat past bij een bedrijf als het onze; wij maken design met emotie, met poëzie. Er worden veel te veel, saaie, anonieme, vreselijk gewone voorwerpen gemaakt die men achteraf met marketing probeert goed te praten. Design is voor hen niet meer dan een kruid waarmee ze oninteressant voedsel proberen op te peppen.

“Alessi daarentegen is veel meer een laboratorium voor toegepaste kunst. In deze maatschappij waar aan alle materiële basisbehoeften is voldaan, kopen mensen geen "functie' meer, ze kopen schoonheid. Objecten zijn het voornaamste medium geworden waarmee we onze waarden, status, cultuur en persoonlijkheid communiceren.” Alessi is een voorstander van wat hij noemt de "anarchie-factor'. “Echt design veroorzaakt altijd onzekerheid binnen de industrie. Dat is volgens mij het belangrijkste kenmerk van het Italiaanse design: de wens van ontwerpers om iets te maken wat de industrie nog niet beheerst, om de regels te overtreden. De onrust die zij teweeg brengen, resulteert vaak juist in produkten die een succes zijn. Niet omdat ze functioneel zijn, maar omdat ze poëzie in zich hebben.”

De Alessi-formule is over de hele westerse wereld aangeslagen: er is bijna geen fabrikant van "het betere huishoudelijke artikel', om het zo te zeggen, die het niet heeft nagedaan. Maar Alessi is alweer verder en produceert behalve objecten van hout en porselein ook klokjes en horloges, bij voorbeeld het beeldschone Momento naar een ontwerp van architect Aldo Rossi. En hoe gaat het nu verder? “We werken al drie jaar aan de Alessophone, een nieuwe saxofoon, waarvan het prototype in april volgend jaar wordt gepresenteerd. Dat heeft te maken met een oude traditie in mijn geboortestreek, waar ze al heel lang blaasinstrumenten met de hand maken. We werken nu ook aan de Alessomobile, een vierpersoons stadsauto.”

In 1980 besloot Alberto Alessi zijn eigen woning aan te pakken als betrof het een experiment voor het bedrijf. Samen met ontwerper Alessando Mendini stelde hij een plan op voor de verbouwing van twee boerderijen tot een woning, met medewerking van nog zeven architecten en ontwerpers. In 1985 begonnen de werkzaamheden en in juli 1988 trok het gezin er in. Met gemengde gevoelens. “Het heeft drie jaar geduurd voordat we ons het huis eigen hadden gemaakt. We hadden ons met te veel sterke persoonlijkheden omringd. De Amerikaanse architect Robert Venturi bij voorbeeld ontwierp mijn bibliotheek, die altijd mijn meest geliefde plek in huis is. Maar ik kom er nooit. Als ik het nu over zou doen, zou ik zelf het huis ontwerpen.”

Met of zonder de interventies van Venturi, Alessi is een groot liefhebber van boeken. “Ik verzamel boeken, ook antieke, over de geschiedenis en de kunsten van onze streek. Daarnaast heb ik een bibliofiele collectie met poëzie van Italiaanse dichters uit de eerste helft van deze eeuw.” Heeft hij niet misschien toch spijt dat hij tot het familiebedrijf is toegetreden? “Mijn grote passie is schrijven,” bekent hij. “Ik ben al vier jaar bezig aan een boek, ik ben nu op de helft. Als ik hard doorwerk kan het in drie of vier maanden af zijn, want ik wil dat het volgend jaar verschijnt. Het moest eerst in Amerika uitkomen, want dat is het land van de bestsellers.”

Bestsellers?

“Ja. Mijn eerste boek is een thriller. Het speelt zich af in de internationale designwereld. De werktitel is "De gestolen koffiepot'.”